De catalogus

Vandaag was ik te gast bij de uitgeverij om aan alle medewerkers over Leeuwenstrijd te vertellen. Er was een beamer en er waren karaffen water, kannen koffie en thee en een schaal koekjes. Het zaaltje was gevuld met tientallen mensen die ik ongetwijfeld ooit wel apart had gesproken, maar nu zaten ze allemaal bijeen in een carré-opstelling.

Uitgeefster Lidewijde Paris kondigde me aan en ik mocht mijn praatje doen. Ik had mijn pak aan, met grijze das. Ik hoop niet dat ik daar het imago heb gekweekt van een vertegenwoordiger in Snickers of plakbandautomaten, maar ik wees de medewerkers vooral op het volwassen karakter van het boek. Misschien heb ik nu wel voor het eerst een boek afgeleverd, dat volledig werd gedreven door het verlangen een mooi verhaal te vertellen en niet om de echo’s van walging, weerzin en duisternis bloot te leggen (waar ik als schrijver tot pakweg mijn 28e patent op had). Ik legde ook uit dat ik het eigenlijk niet moet hebben van een poëtische inborst, ik ben geen woordkunstenaar. Misschien dat in het hele boek één metafoor voor komt. Ik ben een man van scènes, gebeurtenissen, observaties, beelden.

Na afloop werd er geapplaudisseerd. Ik kreeg een catalogus mee, die naar boekhandels worden gestuurd. Op de eerste spread is er direct aandacht voor Leeuwenstrijd.

Ik dacht: op mijn 35e begint het dan eindelijk ergens op te lijken.

Daarna stapte ik op de fiets, terug naar mijn werk op de hogeschool. Ik passeerde het gebouw van de Nederlandsche Bank bij Westeinde. Ik kijk er ook op uit, vanuit de docentenkamer. In de motregen en de koude wind wapperde een Nederlandse vlag eenzaam op het gebouw.

Zo’n beeld bedoel ik dus. Daar ben ik erg van.

Comments

Comments are closed.

Go to top