De sociologie in Leeuwenstrijd

Op 20 februari jl nam socioloog en publicist Dick Pels het mythische eerste exemplaar van Leeuwenstrijd in ontvangst in Books & Bubbles, de winkel die noodgedwongen door polderkoorts ingegeven bureaucratie haar deuren moet sluiten. Een feestelijk én droevig moment was dat dus. Pels was een van de experts die ik sprak toen ik nog met plannen riep voor een non-fictie boek en ons gesprek van twee jaar geleden heeft wel degelijk invloed gehad op wat uiteindelijk Leeuwenstrijd werd. Hier volgt de volledige tekst van de speech van Pels die hij hield voor alle genodigden.

Ik snap niet goed waaraan ik eigenlijk de eer dank om het eerste exemplaar van Thomas’ boek te mogen ontvangen. Twee jaar geleden sprak ik met hem over een nonfictieboek dat zijn eigen Wende-generatie zou beschrijven in het tegenlicht van de mijne. Maar het is iets heel anders geworden: een fictieboek over vier generaties van de familie-Dona, afstammelingen van een Italiaanse gastarbeider die in de jaren twintig van de vorige eeuw vluchtte voor Mussolini en ging werken in de Limburgse mijnen. In zijn uitnodiging voor de presentatie meldde Thomas dat hij niet veel van ons gesprek letterlijk had gebruikt, maar dat ik het boek misschien toch leuk vond om te lezen: een van de hoofdfiguren was ook lid geweest van de jaren zestig-generatie en een politieke actieve Amsterdamse sociologiestudent. Dat bleek grootvader Eduard Dona te zijn, geboren in 1946. Ik ben van 1948, ben net grootvader geworden, en ben net als Eduard Dona vorig jaar met pensioen gegaan.

Maar het is altijd een beetje verontrustend om te worden aangesproken als lid van een generatie. Net als bij een familie of een natie is dat een gratis identiteit: ik heb er weinig anders voor hoeven doen dan geboren te worden in een bepaald jaar en op een bepaalde plek. Maar de jaren zestig is en blijft een geval apart en wel degelijk een bron van trots en eer. De individualistische, vrijzinnige revolutie die toen is begonnen is in mijn ogen nog lang niet voltooid, als je denkt aan Marokkaans vrouwen (én mannen), Russische homo’s of Oekraïense demonstranten. Het is alleen jammer dat de sixties al zo lang geleden zijn, ‘zestigers’ als ik zijn inmiddels midden zestig en gaan massaal met pensioen. Maar pas op, we zijn niet stuk te krijgen en gaan nog minstens twintig jaar door!

De jaren zestig: wonderkind of total loss was de titel van Pim Fortuyns Groningse afscheidsrede in 1988. Hij was mijn leeftijdsgenoot en zou dat nog steeds zijn als hij niet in 2002 was neergeschoten. Pim besloot niet tot het een of het ander. Hij was in de sixties geworteld, ook als homo en aarts-individualist, maar zette zich tegelijkertijd scherp af tegen de linkse multiculti-naïviteit en gezagsloosheid. Die dubbelzinnigheid vind je ook terug in het Wilderspopulisme. Wilders en Bosma fulmineren tegen de linkse Gutmensch maar dragen tegelijkertijd veel jaren-zestig-waarden uit. Het vrijheidspopulisme (van de Partij voor de Vrijheid) is zo’n belangrijke politiek-culturele uitdaging juist omdat scherper dan ooit de zelfkant onthult van onze vrijheidsidealen van toen.

Dat laatste is ook een belangrijk thema in het boek. Eduard Dona moet bijna overgeven van het orgietje dat hij onverhoeds waarneemt in de tent van medeactivist Joppe: ‘tragisch neuken omdat het kan’. Eduards zoon Salvador herinnert zich zijn afstudeerfeestje, waar druk werd gezopen en geslikt ‘om het lege vat dat vrijheid heette maar niet onder ogen te hoeven zien’. Hij treft de geest van zijn generatie: ‘opportunisme was de sleutel tot onze vrijheid’. Het gaat hier om de verabsolutering van het vrijheidsideaal en de overname ervan door markt, commercie en reclame – perfect geïllustreerd door de generatiewissel tussen de idealistische zestiger Eduard en reclameman Salvador. Mijn eigen favoriete voorbeeld is de reclameslogan voor ‘indiviDUVELisme’: daar zit inderdaad de duivel in. Het individualisme wordt hier misbruikt om het tegendeel ervan te produceren: we moeten allemaal dat bier gaan drinken en gaan dus op elkaar lijken.

Het is mijn generatie na veel schade en schande gaan dagen dat vrijheid en grenzen, of vrijheid en matiging, bij elkaar horen en elkaar veronderstellen. Dat is eigenlijk geen liberale maar eerder een conservatieve gedachte. Eduard zegt ergens droogjes: ‘volledige anarchie is niet bevredigend’. Integendeel: volledige vrijheid houdt het risico in van verslaving, en dat is een vorm van onvrijheid waar we allemaal aan en onder lijden. Die samenhang tussen vrijheid en grenzen wordt bedoeld of onbedoeld heel mooi gesymboliseerd door het leeuwenpak dat zo’n grote rol speelt bij de vier generaties-Dona. Ze hijsen zich met moeite in een zwaar, zwetend, nauw pak waardoor ze zich juist groter, vrijer en machtiger voelen en dingen doen die ze anders nooit zouden durven doen.

De vier vaders en zonen Dona zijn types, ideaaltypische dragers van een generatiebeeld en een tijdgeest. Het interessantste in het boek (voor een socioloog als ik) is die golfbeweging tussen de generaties. Dat is (nu we toch met Sotsji bezig zijn) eigenlijk een soort dialectische schaatsbeweging: links, rechts, links, rechts, links. De geschiedenis herhaalt zich, maar dan steeds net op een iets andere manier, en gaat toch vooruit. Gino is een vrijzinnig liberaal die zich afzet tegen zijn communistische vader, hij wil niet met zijn zoon over politiek praten, is misschien zelfs halve BVD-spion. Zoon Eduard is een jaren zestig-socialist en pacifist met DDR-sympathieën. Diens zoon Salvador vertegenwoordigt het VVD-ik-tijdperk liberalisme. Diens zoon, de 14-jarige Luca is weer een antikapitalist van het punkige soort, die zich uiteindelijk aansluit bij Occupy. Zonen zetten zich af tegen hun vaders maar gaan juist door dat verzet op hun vaders lijken, en de kleinzoon herkent zich meer in zijn opa dan in zijn vader.

De boze puber Luca wil immers misschien politicologie of sociologie gaan studeren, en net als opa Eduard leraar maatschappijleer worden. Hij slaat het liberale huftertje en rijkeluiszoontje Camiel omdat die zijn opa een ‘linkse zak’ had genoemd. Salvador is door zijn vader vernoemd naar Allende, maar wordt een succesvol reclamecopywriter en vindt zijn vader maar een sneue idealist. Deze egocentrische workaholic bekeert zich echter, stopt met de reclamebranche en gaat lesgeven aan hogeschoolstudenten in de verleidingstechnieken van de reclame. Dat brengt hem dichter bij zijn vader én zijn zoon wiens opvoeding hij heeft verwaarloosd.

Als rode draad van het verhaal fungeert steeds het leeuwenpak en de leeuwenact. Telkens gebeurt er iets met de Dona’s in of rond het leeuwenpak. Het maakt groter, wie erin zit durft meer, overschrijdt grenzen, brengt iets teweeg, krijgt kansen om te ontsnappen aan de gewone wereld. Dat begint met ijzergieter Gino, die droomt van het circus en via zijn toevallige ontmoeting met een circusdirecteur gaat optreden als Gino de Leeuw. Na de Duitse bezetting wordt hij meegesmokkeld in het leeuwenpak en komt uiteindelijk terecht in Amerika, waar hij zijn latere vrouw Nicolien en schoonfamilie ontmoet. Op haar verzoek trekt hij het pak aan op een wandeling in een sneeuwjacht. Dan volgt de enige en beste seksscène uit het boek. Gino wil eruit maar Nicolien belet hem dit, wil hem als leeuw bezitten. ‘Ik gromde als een leeuw’, zegt hij. ‘Ik ben ontmaagd door een leeuw’, zegt zij. Hij gelooft dat laatste niet helemaal, maar vindt het toch een leuke gedachte. Na de oorlog en terug in Nederland bewaart hij de kist met het leeuwenpak op zolder, waar het veel later wordt gevonden door zijn achterkleinzoon Luca.

Opa Gino maakt zijn kleinzoon Salvador wijs dat hij door een leeuw is opgevoed. In het pak voert hij een cruciaal en emotioneel gesprek met zijn zoon Eduard. Ook bij de arrestatie van een DDR-spion (de operatie-Doesjka – dat blijft een schimmig verhaal) speelt het leeuwenpak met Gino erin opnieuw een rol (heeft hij zijn zoon verraden?). Luca is op zijn beurt aangepakt door Camiel en zijn makkers en trekt om wraak te nemen het leeuwenpak aan: hij voelt de moed en de kracht ervan in zich stromen. Stiefzus Vicky zit in het complot. Zij verspreiden het gerucht dat er een echte leeuw is ontsnapt uit het circus en in de buurt rondzwerft. Die duikt ineens op op het huisfeest van Camiel, met als gevolg grote paniek en een enorme social media-rel die Camiel voor altijd belachelijk maakt. Later slapen Vicky en Luca samen op het koude balkon, hij in het leeuwenpak. Dat is een mooi rijm (maar zonder stomende seks) met de scène tussen Gino en Nicolien in de Amerikaanse winternacht.

Wat voor boodschap heeft het verhaal, als je er een in zou willen lezen? Misschien dat die schaatsbeweging van de generaties toch ergens naar toe gaat. De vrijzinnigheid van Gino is een vooruitgang ten opzichte van het betweterige communisme van zijn vader. Het politieke idealisme van Eduard is dat ten opzichte van de politieke onverschilligheid van Gino. Het no-nonsense realisme van Salvador is een begrijpelijke reactie op de linkse naïviteit van Eduard, en het Occupy-idealisme van Luca is weer een begrijpelijke reactie daarop. Ik ben dus wel benieuwd naar het verdere leven van Luca, of het iets kan worden tussen hem en Vicky, en of hij nog eens in het leeuwenpak kruipt. Aan het werk Thomas! Maar voor nu: gefeliciteerd met je boek. Ik wens het veel lezers toe!

Comments

Comments are closed.

Go to top