Recensie: De Limburger

Vandaag verscheen in De Limburger een recensie. Hoewel de recensent niet volledig bevredigd is en in tegenstelling tot het ‘kabbelende’ van de NRC-recensie meent dat ik er iets ‘doorheen gejast’ heb, valt er wel degelijks iets positiefs uit de recensie te halen:

‘Gino verkleedt zich als leeuw en treedt met die act op in circussen in Amerika, wat leidt tot de beste passages in een roman die duidelijk maakt hoe revoluties hun eigen kinderen opeten. […] In minder dan 400 pagina’s laat Van Aalten de voorbije eeuw neerdalen in een generatieroman van vier generaties. Dat doet hij handig.’

De volledige tekst:

Schrijven wat men niet wil lezen

Volgens W.F.Hermans schrijft een journalist wat men wil lezen en een schrijver wat men juist niet wil lezen. Neem Leeuwenstrijd van Thomas van Aalten (1978).

Kranten, radio en tv hebben de mijnwerker van weleer zo ongeveer heilig verklaard. Kwestie van beeldvorming.

Leeuwenstrijd over vier generaties `import-Italianen’ doet dat anders. Gino’s vader kwam als mijnwerker in Kerkrade waar hij furieus tekeerging tegen alle onrecht en vermeend onrecht. Buitenshuis politiek correct dus. Binnenshuis was het minder fraai. Een bullebak van een vent. Hij mocht dan een feestje bouwen bij een aanslag op Mussolini, thuis vreesden ze zijn drankgelagen en harde vuisten.

Zoon Gino vlucht naar de Hoogovens in IJmuiden en later in het kleurrijke en ogenschijnlijk vrolijke bestaan van het circusleven. Enter het leeuwenpak, rode draad in dit generatieverhaal. Gino verkleedt zich als leeuw en treedt met die act op in circussen in Amerika, wat leidt tot de beste passages in een roman die duidelijk maakt hoe revoluties hun eigen kinderen opeten.

Vaders en zoons en zoons en vaders.

Op zijn Turgenjews, die met Vaders en zoons (1862) het oerboek schreef van het genre. Door pa’s felle communisme wordt Gino liberaal en door diens liberalisme wordt zijn zoon Eduard prompt een linkse, babyboomende maatschappijleraar, wiens zoon Salvador `dus’ een niet echt rechtse, maar toch best materialistische reclameman wordt en diens zoon Luca volgens hetzelfde automatisme een occupy-ende, alto-skatende scholier. Luca voelt zich dus meer verwant met zijn linkse opa dan met dollartekens-pappie. In minder dan 400 pagina’s laat Van Aalten de voorbije eeuw neerdalen in een generatieroman van vier generaties.

Dat doet hij handig. Boven elk stukje staat wie aan het woord is en door met de jongste Luca te beginnen en van hem terug te gaan naar Gino, de oudste, verliest de lezer de draad niet. Daarbij verbindt het leeuwenpak van Gino de generaties.

Ook buiten de familie. Er staan leeuwen op een stationsgevel in Pittsburgh, er wordt iemand ontmaagd in een leeuwenpak, zoals John Irving in Hotel New Hampshire een verkracht meisje in een berenpak hulde. Met Irving komen de Amerikaanse letteren binnen.

Daar doen John Irving, Chad Harbach, Jonathan Franzen of Claire Messud vaak jaren over het schrijven van zo’n ambitieuze, generaties omspannende roman. Die tijd gun je Van Aalten een keer. Hij is 35 en dit is al zijn zevende roman.

En dat naast zijn baan als docent.

Tijd en ruimte. Dat is ook wat Leeuwenstrijd ontbeert. Politieke en culturele tijdsbeelden moeten er gehaast door gejast worden en dat wreekt zich. Ze blijven decor. In potentie was dit een prachtboek. Nu blijft het hangen in een aantal mooie passages.

Comments

Comments are closed.

Go to top