Thomas van Aalten

De vette trui van Imane

15 juni 2015 | Reacties 0

Imane is 9 jaar. Ze is de zus van Loubna. Imane heeft haar winterjas aan, hoewel het weer best mild is. Ze heeft een mooie roze fiets die sinds kort weer in bedrijf is. Haar vader had zelf een ketting gekocht en erop gezet. 'Want bij de fietsmakelaar kost dat twintig euro.'

'Dat is knap,' zeg ik. 'Ik ben niet zo handig.'

'Kunt u wel goed koken?'

'Dat wel.'

'Wat gaat u vanavond maken?'

Ik som de eenvoudige dis op: zalm, broccoli, friet. Ze denkt bij elk element van de maaltijd na. Ze knikt bedachtzaam.

Het broertje van Oumaima heeft een stapel dierenkaartjes van de AH. Hij laat me de cobra zien en leest de begeleidende tekst voor. De cobra kan na een beet met zenuwgif een mens verlammen.

'Dan ben je nog niet jarig,' zeg ik.

'U gebruikt veel uitdrukkingen,' zegt Imane.

'Dat klopt.' Ik wil nog toevoegen dat oude mensen dat vaak doen, maar straks neemt ze me nog serieus.

'Ik ken er ook een paar: met een mond vol tanden staan. Lachen als een boer met kiespijn. De appel valt niet ver van de boom.'

'Dat weet je goed. Is dat laatste geen spreekwoord? Hoe ken je die allemaal?'

Ze haalt haar schouders op. 'Geleerd van een vriendin die dat weer bij huiswerkbegeleiding leerde.'

'Erg knap.' Haar fiets gaat van hand tot hand op het plein. 'Ik ga maar eens koken,' zeg ik.

Maar Imane is nog niet klaar. 'Wacht even. Kijk, ik heb een vette trui.' Ze knoopt haar jas open en laat de opdruk zien met een opgenaaid stukje stof dat open en dicht kan als een deur. Het moet een tas voorstellen.

In de lift naar boven denk ik: dat is ook een uitdrukking, ik zou terug moeten gaan om dat te vertellen. Maar verheffing kent ook grenzen.

Ouders en hun beste vrienden

8 juni 2015 | Reacties 0

Ik fietste vandaag door de PC Hooftstraat in Amsterdam. Ooit het symbool van het nieuwe geld, nu een verwaaide verzameling etalages met mannequins en doorgang voor schoolgaande jeugd. Een scholiere, ik gok een jaar of veertien, klaagde tegen haar vriendin die naast haar fietste over haar moeder. ‘Hier koopt mijn moeder altijd haar kleren. Philippa K.’ ‘Ja, de mijne ook,’ reageerde de ander. ‘Ze geeft echt veel geld uit aan kleren.’ ‘Niet normaal hè?’ ‘Ze zijn gestoord.’

De flard van de dialoog van deze tiener legt precies bloot wat er is mis is met de generatie die zelf is opgegroeid met nieuwe grenzeloze idealen. Op sociale media, in het publieke leven en op televisie zijn opvoeders zelfs nog eeuwig jong. En nog verontrustender: jongetjes zijn miniklonen van hun vader, en vaak past de vader zijn kleding- en levensstijl aan aan die van zijn zoon: hoodies, gympen, een nieuw glanzend gadget met ludieke spelletjes. Dochters staan lachend met de wittewijnmoeder op de foto, #bestfriend.

Onlangs zag ik de documentaire Geef me ‘s ongelijk over een 15-jarige intelligente maar ontheemde scholier op wie niemand enige vat leek te hebben. Zijn vader en moeder, die ongetwijfeld veel liefde in huis hebben, spraken met hem alsof het op z’n best een bij vlagen bijdehante buurjongen was. Hoewel een documentaire altijd een vertekend beeld geeft, waren ook deze gesprekken aan de keukentafel (waarbij het praten over de inname van wiet net zo gewoon was als een voetbalwedstrijd) exemplarisch. De vader die net wat te goedmoedig tegen zijn blowende zoon optreedt - Nederlandse ouders zijn nu eenmaal graag beste vrienden met hun kroost, constateerde ook Sheila Sitalsing in de Volkskrant. (De leukste anekdote over een thuiswonende eerstejaars die ik ooit lesgaf: ‘Meneer, sorry dat ik laat ben, maar ik zocht een parkeerplek en ik kon de creditcard voor de parkeerautomaat niet vinden…’)

Het is prijzenswaardig dat de dorre behouden jaren vijftig met de ene restrictie en beperking na de andere achter ons liggen. Maar dat betekent niet dat ouders en kinderen gelijk zijn. Zonder weerstand geen ontwikkeling. Zonder weerstand geen creativiteit. Het ergert me dat er op televisie zoiets pervers is als The Voice Kids en Superkids. Het zijn de eeuwige volwassenen (juryleden als Tijl Beckand en Dinand Woesthoff) die denken te bepalen wat de norm is voor kinderen; rol voor elk kind dat een zuivere A zingt maar een rode loper uit. Kom, en treed toe tot onze wereld! Want we willen allen maar één ding: elkaar huggen

Ik zeg het maar recht in het gezicht van al die post-1968’ers met kinderen die met hun schoolloopbaan en studies worstelen: als jullie kinderen echt zo fantastisch zijn, doe dan alsjeblieft een stap achteruit zodat ze écht leren hoe het is om groot te groeien. Het mag pijn doen. Niet met z’n allen op vakantie naar Thailand, gewoon een saaie vakantie met vouwcaravan en veel verveling. Niet elkaar taggen op Facebook, maar gewoon zeuren over rommel in hun kamer. Stop met delen en liken van de youtube-liedjes van uw kind dat net een noot kan aanslaan. Gedraag u als een ouder en beschimp hen eens ouderwets en zeg dat het in jullie tijd allemaal heel anders was. Vijftien instagramfoto’s van uw kanjer op de Groep 8-musical maakt het kinderego ongezond groot.

Als vader van drie jonge dochters kan ik niet wachten tot ze ouder zijn en ik de brommer van een van de nieuwe minnaars hoor. Niet: ‘Hey Max, blijf je eten?’ vanachter de barbecue, maar: ‘Zo, Max. Lees je wel eens een boek?’ vanuit mijn fauteuil.

Wie hun beste vrienden zijn, maken uw kinderen lekker zelf uit.

 

De derde dochter en haar witte engelen

17 mei 2015 | Reacties 1

Er zijn mensen die kinderen hebben om mij schier onbegrijpelijke redenen. Ze laten ze los in de publieke ruimte zonder ze te vertellen wat de regels in het reservaat zijn; ze laten ze de vrijheid van anderen beroven, ze laten ze stompzinnige liederen zingen, de monden plakkend van fluorescerend snoepgoed, als een vuilnisauto die zijn troep verliest een spoor van ellende achterlatend. Een kind opvoeden is zeker voor een demagoog als ik serious business. Laverend tussen de attitude van een totalitair staatshoofd en van de Heiland zelve, een die tuchtigt en een die liefheeft. Ik ben een pedagogisch stilist: groet in de lift, glimlach tegen de caissière, wees goed voor mens en dier en wees vooral, vooral liefdevol.

Het was dan ook een prettige verrassing toen in dat waterige en grijze najaar van 2014 bleek dat ik nogmaals een kind zou krijgen. Deze keer van mijn nieuwe geliefde maar deze keer wederom – zo bleek na de vermaarde echo – een dochter. De derde dochter (voor mij dan). Ik weet niet wat er in mijn zaad zit, ik maak nu eenmaal graag vrouwen. Vroeger speelde ik alleen met de meisjes, ik had liever juffen dan meesters en later had ik vooral vrouwelijke werkgevers. Mijn boeken worden grotendeels door vrouwen gemaakt; van redacteur tot uitgever. Ik gedij beter in een wereld die door vrouwen gedomineerd wordt en ik denk dat dat komt omdat mijn moeder groot en sterk is als een blonde viking en mijn vader kleiner van stuk (en die geringe lengte overigens compenseert met gevatte welbespraaktheid en uren in de heilige keuken). Hun trouwfoto is prachtig: mijn lange moeder die ietwat omlaag kijkt naar mijn vader.

Afijn, begin augustus 2015 zou de nieuwe Van Aalten zich aandienen.

Twee weken geleden begon echter een bizarre trip richting VU Medisch Centrum, nadat er complicaties optraden waarover ik nu niet zal uitweiden. Maar ik reed nog nooit zo snel over de Ring A10 in de ochtendspits (althans; ik reed niet, dat deed de ambulancebroeder).

Een periode van hoop en vrees maar vooral onwetendheid zette in. Talloze echo’s, weeënremmers, prikjes voor de longrijping van het kind dat zich nog prima leek te voelen in het lichaam van mijn geliefde.

De vragen werden afgelopen donderdag beantwoord toen bleek dat het lichaam van mijn geliefde zich klaarmaakte voor een bevalling. Zo’n drie maanden te vroeg dus. Rondgooglend en vademecums raadplegend wist ik: een kind van 28 weken oud, dat is een kwetsbare situatie.

De ochtend van de bevalling, 14 mei (Hemelvaartsdag!), werden we net als de voorgaande weken bijgestaan door fantastisch bekwaam personeel van de afdeling Verloskunde. Verbijsterd zag ik door mijn tranen wazig geworden blik hoe mijn dochter ter aarde kwam en zij werd overgedragen aan een team van witte engelen. Zij troostten en bejubelden ons en riepen dat de dochter het fantastisch deed. De jongste Van Aalten is 36 centimeter en weegt 1,2 kilo. Ze werd in een plastic zakje als van de groenteafdeling in de Lidl gestoken en warmgehouden, gelezen, verzorgd, ingeplugd, uitgekamd, doorgescand, en even later lag ze in een warm bakje van plexiglas (het Giraffe Omibed) waar ze de komende tijd bivakkeert en liefdevol wordt verzorgd door kundige mensen.

En het gaat goed. We zijn nog maar drie dagen verder maar het gaat goed met ons, beter dan de afgelopen weken.

Voor de rest van haar leven, waarbij ze nog volop geconfronteerd zal worden met rampspoed en onheil omdat de wereld nu eenmaal is zoals die is, maar met evenveel liefde en bewondering van haar ouders, zal ik haar zeggen dat ze dankbaar moet zijn, dankbaar voor de witte engelen van de medische wetenschap der natie. En de geur van handalcohol zal ik altijd associëren met een tijdperk van genade en rust.


 

Gekke dingen

11 mei 2015 | Reacties 0

Mijn oudste dochter komt boven. 'Dat meisje zegt dat ze Nederlanders stom vindt.' Ze wijst vanaf het balkon naar beneden naar een meisje in de speeltuin dat ik al vaker van alles en nog wat heb horen beweren, vaak vol drama.

'Dat is knap,' zeg ik. 'Wat is ze volgens zichzelf dan?'

'Morokkaans,' zegt mijn dochter.

'Nou,' zeg ik met mijn handen in de zakken. 'Ze is gewoon Nederlands. Ze is hier geboren. Ze woont hier. Ze spreekt Nederlands. Heel veel meer kan ik er niet aan doen.'

'Ze vindt Nederlanders allemaal stom,' zegt mijn dochter, nu ook met extra drama.

'Welnee.' Ik slof het huis uit, stap de lift in. Mijn dochter achter me aan.

Ik loop naar Loubna, klein maar rond voor haar leeftijd. 'Ha Loubna. Zeg. Wat vind je eigenlijk van jezelf?'

Ze kijkt alsof ik mijn broek laat zakken. 'Dat heb ik niet gezegd,' roept ze en kijkt wat vinnig mijn dochter aan.

'Wat niet?' vraag ik.

'Ja, zij pestte mij ook.' Ze wijst naar mijn dochter. Het gezicht is bezweet van het lange buitenspelen. Ze zegt verbaasd, niet eens verontwaardigd: 'Nou nee hoor, pap.'

'Zeg, hoor eens. Waar gaat dit over?' vraag ik aan Loubna en mijn dochter. 'Wat is dat voor gedoe over Nederlanders en Marokkanen, joh?'

'Ik ben Morokkaans,' zegt Loubna en begint rondjes rond de glijbaan te rennen. Ze wordt geroepen vanaf een ander balkon, op de begane grond. Ze ziet haar kans schoon. 'Ik moet weg, doei.'

'Weet je wat? Ik loop wel even mee. Even gedag zeggen tegen je moeder.' Ik stuur mijn dochter naar binnen. Loubna snelt vooruit.

Op het balkon staan twee gesluierde vrouwen. 'Ik heb even met Loubna gepraat over onze wortels,' zeg ik. 'Ze zei volgens mijn dochter dat ze een hekel had aan Nederlanders. Ik zal het wel verkeerd hebben begrepen.'

Loubna kijkt naar het balkon; haar blik schreeuwt rampspoed. Haal die kinderlokker weg, mama. De vrouw zeggt: 'Wij zeggen dat soort dingen niet, hoor. We zijn toch allemaal hetzelfde, Loubna?'

'Zo is dat. Alleen wat andere wortels.' Ik leg bij Loubna een bemoedigende hand op haar schouder. 'Fijne avond nodig.'

'Ze is klein hè,' zegt de andere vrouw nog. 'Dan zeg je wel vaker gekke dingen.'

Politiek van de grootmacht bestaat niet meer: tijd voor echte thema's

8 mei 2015 | Reacties 0

“I hate purity. I hate goodness. I don't want any virtue to exist anywhere. I want everyone to be corrupt to the bones." (1984, George Orwell)

Het valt te verwachten dat de uitslagen van de verkiezingen in het Verenigd Koninkrijk net zo’n politieke aardverschuiving veroorzaken als in landen om ons heen. Hoewel de forse winst van de Schotse Nationale Partij niet is te vergelijken met die van de tories (nationaal is iets anders dan nationalistisch; SNP is in wezen sociaaldemocratisch en zit zelfs met de Groenen in het Europees Parlement), zegt de verkiezingsuitslag aan de andere kant van het kanaal veel.

De 21e eeuw markeert een ommezwaai. De kritische burger laat zich niet vertellen wie of wat hij vertrouwt, dat maakt hij zelf wel uit. Maar zo goed we ons laten informeren over de aanschaf van een tv, zo slecht laten we ons informeren over de politiek.

We zijn nu halverwege de jaren 10, en als iets kenmerkend is, is het het einde van grote partijen (denk aan de houtje-touwtje-uitslagen van onze Tweede Kamerverkiezingen), grote banken (nooit eerder waren we ons zo bewust dat we alleen kunnen kiezen tussen kwaden), grote winkelketens (een bakker die zijn brood bakt vinden we nog wel de moeite) en ineenstortende industrieën (muziekmaatschappijen, uitgeefconcerns, omroepen). Onze digitale infrastructuren helpen ons daarbij: er is meer informatie, meer achterdocht en steeds minder vertrouwen.

We kunnen ons hele leven samenstellen met losse onderdelen uit een bouwdoos: pensioenfonds daar, energieleverancier zus, telefoonmaatschappij hier, en dan ons vervoer, boodschappen, onderwijs, zorg... Keuze genoeg. Zelfs godsdienst en spiritualiteit kunnen we zo particulier maken als we zelf willen. Het is de ultieme postmoderne gedachte.

Omdat we eigenlijk niet meer zichtbaar gebruikmaken van één gezamenlijke dienst maar van verschillende diensten, ontstaat het idee dat we allemaal een eigen leven op maat hebben. Er zijn overeenkomsten met de keuzes van de buurman, maar minstens zoveel verschillen. Het leven is niet uniform, in tegenstelling tot decennia geleden.

Toch is onze politiek nog steeds gericht op grootmachten. We stemmen eens in de zoveel tijd op partijen en bewegingen in verschillende rondes. Ineens vinden we dan de politieke partij als 'merk' (vorm, retoriek) toch belangrijker dan de thema’s (inhoud). We gaan op independer.nl voor het beste aanbod van televisies en verzekeringen nadat we een keuze hebben gemaakt, maar bij verkiezingen kan dat niet.

Een stemwijzer lijkt erop, maar politiek is niet één dienst; een progressieve opvatting over onderwijs, een rechtse opvatting over infrastructuur, een groene opvatting van het energievraagstuk en een rechtse opvatting over migranten – in onze democratie kan geen burger op dat moment daarvoor kiezen! Ik vind dat vreemd. Democratie is daardoor een stroperig instituut. Gevolg: steeds minder mensen geloven er nog in.

Politici en andere beleidsmakers moeten beseffen dat je vertrouwen alleen terugwint door te laten zien dat je ook echt verstand van zaken hebt over de thema’s. Ik zou pleiten voor een systeem waarbij je op thema’s kunt stemmen. Hoe meer burgers op een bepaald thema stemmen (onderwijs, zorg, veiligheid) en ook welke invulling van die thema’s daar aan gegeven moet worden, hoe duidelijker de taak voor de politiek.

Nu moeten de partijen zelf roepen welke thema’s ze belangrijk vinden (GroenLinks voor verduurzaming en socialer beleid, PvdD voor dieren, PVV tegen de islam, enzovoort), maar we kunnen nooit zien welke draai ze er echt aan zullen geven. Gevolg: diverse Kamer- en raadszetels worden opgevuld door ambitieuze mensen, maar dikwijls ook door luchtfietsers. Oppositie voeren en wetsvoorstellen indienen zijn de enige rimpelingen die je aan kunt brengen in die vijver.

Een coalitie van PvdA en VVD bestuurt dit land. Een coalitie van SP, D66 en VVD bestuurt nu samen de hoofdstad waar ik wonen. Socialisten en gelegenheidsliberalen gaan pas nadenken over een coalitieakkoord nadat burgers op hen hebben gestemd!

Het politiek stelsel is nog ingericht op een systeem uit een tijd dat een arbeider uit Zaandam per definitie sociaaldemocratisch stemde. Maar zo’n archetypische arbeider bestaat niet meer; het is een permanent verontwaardigde burger met flatscreen geworden die licht ontvlambaar vooral proteststemmen uitbrengt. Sociaaldemocratie bestaat in wezen ook niet meer, het is een verontrustend amalgaam vol oneliners met ‘doorpakken’ en ‘orde op zaken’.

Een democratisch systeem is pas democratisch als een burger kan meedenken en beslissen over wat direct belangrijk is voor hem en haar. Syndicalisme in plaats van centralisme. Niet dat die burger slechts naar een tv-show kijkt en aan de hand daarvan een (toekomstige) keuze maakt. Ik wil van tevoren weten wie de portefeuille zou kunnen krijgen, en niet dat er na een tijd een konijn uit de hoge hoed komt die ik daarvoor nog niet gezien had.

Ik vrees alleen dat dit land over een eeuw pas deze vorm van themapolitiek aankan. Toegeven dat het in de politiek namelijk om de inhoud in plaats van de vorm zou moeten gaan, vereist een andere attitude.

Theater na de Dam: tekst voor herdenking

4 mei 2015 | Reacties 0

Vanavond (4 mei) draagt acteur Teun Luijkx mijn tekst (mede geïnspireerd door Stephane Hessel) voor ihkv Theater Na de Dam. De voordracht, ook met andere auteurs en muzikanten, vindt plaats in theater Mozaïek in Amsterdam West. De toegang is gratis.

Is er wat gebeurd?

30 maart 2015 | Reacties 0

Vandaag publiceerde Het Parool (PS) mijn artikel over Theo Eerdmans, 's lands eerste quizmaster. Ik kocht voor de geïnterviewden een stapeltje bij de ene sigarenboer nabij het Weesperplein, en het vijfde exemplaar op de Weteringschans bij de sfeervolle Boekhandel Schimmelpennink.

'Is er wat gebeurd?' vroeg de pijprokende boekverkoper.

'Ik heb iets geschreven,' antwoordde ik.

De man las de cover. 'Seksmassage niet uit te roeien'?

'Nee, dit.' Ik tikte de ankeiler aan over het stuk over Theo Eerdmans, de vergeten BN'er.

'Ach, die Eerdmans. Je hoort er nooit van. Wat is er eigenlijk met hem gebeurd?'

'Juist, dát.' Ik verliet de zaak en groette de tevreden roker. De deur maakte een vogelgeluidje. Het artikel is behalve op papier of online via het Parool (alleen voor abonnees) op Blendle te lezen.

De migratienota van de VVD: er klopt iets niet.

23 maart 2015 | Reacties 0

Ik kan er een heel stuk aan wijden, maar liever doe ik het aan de hand van opmerkingen die ik geplaatst heb in het document van VVD-kamerlid Malik Azmani, de zogenaamde 'migratienota' die gisteren is gepubliceerd.

Het document met mijn opmerkingen treft u hier.

De pragmatische revolutie

10 maart 2015 | Reacties 1

Ik ben een salonanarchist met pragmatische trekjes. Op de Hogeschool van Amsterdam hangt sinds vanochtend een poster die de revolutie ook in de gangen van de hogeschool moet ontketenen: ‘Don’t lower yourself to their level: students and teachers on the same page, fuck hierarchy.’ Iemand, ik vermoed een collega, heeft er met balpen bijgeschreven: “Zinsbouw?” Een roep om democratisering op de Hogeschool lijkt misschien solidair maar doet ook wat onbeholpen aan.

De tijdgeesten van de jaren 60 (inclusief studentenopstanden) van de vorige eeuw en die van de jaren 10 in de 21e eeuw hebben gemeen dat er een argwaan is tegen establishment. Politiek en bestuur zijn mikpunt van spot en hoon in elk deel van de samenleving. De financiële crisis waar we niet om gevraagd hebben, veiligheidsdiensten die niet naar behoren functioneren, publieke instanties die er een potje van maken: niemand achter een loket of met stropdas naast een kantoorplant is nog te vertrouwen. Vaak zijn de verdachtmakingen terecht en het is de taak van waakzame burgers om elke vorm van bestuur door te lichten.

De Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam hebben al jaren eenzelfde bestuur. Sommigen beweren dat de samenwerking tussen de onderwijsinstellingen als ‘opgelegd’ voelt. Dat is een verwijt dat ik hoor van UvA-collega’s (studentendecanen, hoogleraren, onderzoekers): in de managementlagen wordt van alles besloten en de archetypische ‘gewone man en vrouw’ (in dit geval de universitair docent en student) zijn de dupe. Dus moet er wat veranderen. ReThink. De pers duikt er bovenop en ja, het klinkt en voelt aanvankelijk wel lekker, die aanzet tot revolutie. Maar het lijkt me sterk dat vier leden van het bestuur verantwoordelijk zijn voor het volledige wanbeleid in een organisatie. 

Laat ik duidelijk zijn, ik kan mij vinden in de aard van het grootste verzet onder de demonstranten; een onderwijsinstituut is er voor de geest, niet voor het financieel gewin. De inrichting van het onderwijs laat zich niet dicteren van bovenaf (zie daar het gewraakte rendementsdenken), dat moet vanuit het onderwijs zelf komen.

Bestuurslid Dymph van der Boom, nota bene de eerste vrouwelijke rector aan een universiteit in Nederland, vertelde eens tegen het Parool: ‘Ik heb ongeveer het hele onderwijssysteem doorlopen. Eerst de ulo gedaan, toen de kweekschool en toen de universiteit […]. Als de groepen diverser worden, moet je je aanpassen en de diverse groepen bieden wat ze nodig hebben. Wat betreft studieaanbod, maar ook begeleiding. […] Dus als je studiesucces wilt verbeteren, moet je maatwerk leveren."

Een paar jaar geleden sprak ik bij het Grote UvA/HvA-dictee met Huib de Jong, ook lid van het huidige College van Bestuur. Ook hij kwam van ver: ooit was hij zelfs op het LBO (of een voorloper, daar wil ik van af zijn) begonnen. De mogelijkheden die het onderwijssysteem boden, hadden hem gebracht op de plek waar hij was. Ik had bewondering voor zijn verhaal.

Het bestuur wordt door ReThink een regenteske houding verweten:  Daarbij hanteert de UvA een bestuursstijl die uitgesproken top-down is, waarin transparantie en accountability alleen van de lagere niveaus wordt gevraagd, er wel een decentralisatie van problemen is, maar geen goede informatievoorziening, geen inspraak, laat staan beslissingsbevoegdheid. Discussies over huisvestingsbeleid, sluiting van bepaalde studierichtingen of andere bezuinigingen laten zich nauwelijks voeren, omdat er geen transparantie is over inkomsten, uitgaven en allocatie. De UvA zegt kritische studenten en toegewijde wetenschappers te waarderen, maar stelt ze niet in staat mee te denken over het bestuur van hun eigen universiteit…’ aldus de betrokkenen van ReThink in een brief aan de minister en het College van Bestuur.

Ik heb zo het bange vermoeden dat dit probleem verankerd ligt in een langere traditie van de UvA, waarvan de oorsprong niet per definitie bij het huidige CvB ligt. Zij zijn misschien op papier verantwoordelijk, maar het probleem zit dieper. En misschien liggen die wortels dichterbij 1969 (De 'eerste bezetting' van het Maagdenhuis) dan we zouden vermoeden. 

Ik zou de HvA als organisatie in elk geval verre van ‘verziekt’ of ‘fascistoïde’ noemen. Die laatste term gebruikte een UvA-medewerker wel voor de UvA. Inmiddels is er van het bestuur een open brief met tien punten en suggesties tot verandering. Het is zeker tijd om die onvrede aan te horen en er naar te handelen, maar het is te makkelijk om alleen een herziening te eisen van alleen de bovenlaag.

Wie alleen de aannemer vervangt, ziet de vochtplekken in de kelder misschien over het hoofd. En die zitten er ook genoeg in het personeelsbestand, en ja, ook in de collegebanken.

Welke revolutie of tienpuntenplan laat je daar dan op los?

 

Het Drielandenpunt en The Opposites

3 maart 2015 | Reacties 0

Ik was een week in een oord in Beieren, nabij het drielandenpunt Oostenrijk-Tsjechië-Duitsland. Langs een bergpad stuitte ik op een kapel met prenten van onder meer omgekomen lokale Waffen-SS-soldaten die postuum geëerd werden.

De bewoners van deze streek waren zonder meer vriendelijk (‘Grüss Gott’ klonk het overal monter) en ordentelijk (‘Werp alleen tussen 8 en 20 uur glas in deze bak. Wijs uw buren er op!’). De gezichten waren pafferig en grauw, vermoedelijk door de hoge consumptie van varkensvlees en liters bier. Een paar kilometer verderop, bij een klein treinstation aan de Tjechische grens, runde een Vietnamees een schimmige geschenkenwinkel vol wapentuig en drank (zijn Vietnamezen de enige allochtonen in deze grensregio? Een nawee van het communistisch tijdperk?).

Nergens was wifi. De kou en de sneeuw wierpen nog extra isolatiemateriaal op. Het enige medium dat hier een rol speelde was een wijkkrantje vol advertenties voor dotterklinieken. Het moderne leven kende men hier niet.

Ik merkte zaterdag op de terugweg hoezeer ik gewend was aan dynamiek. Ik vind mezelf een vrij brave en rustige snuiter maar spontaan begon ik The Opposites te waarderen, die mijn vriendin op de te lange terugreis via haar telefoon liet horen over de speakers van de auto. Ik weet vrijwel niets van rap en hiphop, maar ik wist wat me aantrok in de muziek en teksten: de reuring, de heibel, het bijdehante van de randen van de stad.

Ik kon de verleiding niet weerstaan om om half tien 's avonds even naar de Albert Heijn op het August Allebéplein te gaan. De jongen achter me in de rij mompelde tegen zijn vriend over een ander die voorbijkwam: 'De laatste keer was hij met zijn Canta hier rondjes aan het spinnen op het plein.'

Ik was weer thuis.

 

Archief

2015

juni mei maart februari januari

2014

december november oktober september augustus juli juni mei april maart februari januari

2013

december november oktober september augustus