Thomas van Aalten

Protocol

11 oktober 2017 | Reacties 0

Dit is deel 2 van de dagelijkse bijdrage van het NPO Radio 1-programma Nooit Meer Slapen (VPRO).

‘En dan wil ik nu na het akkoord van de feestcommissie graag naar het volgende agendapunt… En daar heeft Diny volgens mij wat over te vertellen. Diny?’

‘Ja, dat klopt. Ik wil het even hebben over het protocol dat we voeren met betrekking tot de bommeldingen…'

De aanwezigen van de vergaderingen zuchtten na de woorden van Diny Bullenwijk, zorgcoördinator en docente Engels voor de vmbo-t-klassen.

‘Niet weer,’ mompelde Herman Boelekeiler, docent Aardrijkskunde. ‘Daar hebben we vorige week toch al een werksessie aan gewijd? We waren het erover eens dat als een bommelding in de onderbouw werd gedaan, we geen actie zouden ondernemen. Pas bij de bovenbouw gaat de conciërge over tot briefing aan de conrector.’

‘Nee, Herman, dat kun je nu wel zeggen,’ wierp Diny tegen. ‘Maar ik vind toch dat we zorgvuldig met bommelders om moeten gaan. Je kunt ze niet zomaar laten nablijven.’

‘Gezien de tijd,’ sprak rector Wijnand van Dorren. ‘Ik wil de discussie van vorige week niet hier herhalen. Diny, om hoeveel bommeldingen hebben we het, gemiddeld genomen?’

‘Nou, ik heb hier een staatje bijgehouden in Excel… ik zie in dit semester gemiddeld twee keer per week. En dan heb ik het over geregistreerde bommeldingen.’

‘Ja,’ voegde gymdocent Stanley Monsanto toe, ‘want niet alles wordt geregistreerd.’ Hij keek over zijn leesbril naar zijn schuldbewuste collega’s aan de overkant van de tafel in hoefijzeropstelling.

‘Diny,’ zei Van Dorren streng. ‘Wil je nu voor eens en voor altijd de routing duidelijk maken omtrent bommeldingen?’

‘Het protocol is ongewijzigd, maar als er concreet wordt gedreigd, óók in de onderbouw, moeten we er bovenop zitten. Tenzij het onderdeel is van hun schoolexamen, natuurlijk. Dan wil ik wel dat alle medewerkers op de hoogte worden gesteld dat het om een válse bommelding gaat.’

 

De saaie bakker

10 oktober 2017 | Reacties 0

Dit is deel 1 van de dagelijkse bijdrage van het NPO Radio 1-programma Nooit Meer Slapen (VPRO).

De saaie bakker

Bertrand was nog maar jong – 19 jaar, en in de herfst van 1987 werd hij 20 jaar oud. Bertrand had de middelbare technische school doorlopen en zou na de zomervakantie elektrotechnische installaties onderhouden bij middelgrote kantoorbedrijven. Het onderhoud van liften kostte veel tijd en inspanning, maar Bertrand vond het een dankbare klus. In een plaatselijk buurthuis draaide hij als drive in-diskjockey de muziek van the Time Bandits en Duran Duran. Daarnaast hield hij tropische vissen in een aquarium.

Zijn geliefde Katrina was verpleegster. Verpleegster was ook een dankbare klus. Ja, Bertrand had de liften onderhouden in een streekziekenhuis, dus zo kwamen hun werelden samen. Hele families die slecht ter been waren, werden dankzij Katrina en Bertrand geholpen.

Maar op Bertrands 50e verjaardag was de wereld veranderd. Katrina was er na een huwelijk van 25 jaar vandoor gegaan, het elektrotechnisch bedrijf waar hij ooit voor werkte, was failliet. De zuurstofpomp van zijn aquarium had het al in 1992 begeven. Nu werkte hij als ZZP’er; de concurrentie was elke dag alom aanwezig maar zijn oudedagvoorziening even onzeker. En dan had je ook nog de politiek. Je kon al jarenlang niks en niemand meer vertrouwen.

Maar toch.

Bertrand stond achter het raam van zijn galerijflat en keek naar buiten. Het regende. In het natte oppervlak van het lege marktplein weerspiegelde de reclameverlichting van de bakker. De regen maakte de tegels een spiegel van beton.

Het schuimgebak van de saaie bakker uit het winkelcentrum smaakte nog hetzelfde als in 1987, 1997 en 2007. Als de saaie bakker zich staande zou houden, dan dit land toch zeker ook.

Patrick Post of de kunst van het gebrek aan rancune

4 september 2017 | Reacties 5

In januari schreef ik dit artikel over Amsterdam Slotervaart. Ik maakte gebruik van een foto die op de website van dagblad Trouw stond. Ik noemde de fotograaf en plaatste de link naar het artikel.

De fotograaf om wie het gaat is Patrick Post. Eergisteren kreeg ik een brief van advocaat Robert Mijnsbergen te Uitgeest. Ik had de foto onrechtmatig bij mijn artikel geplaatst. De brief was, zoals het advocaten betaamt, natuurlijk veel te lang en het kwam er op neer dat ik moest lappen, in elk geval het tarief van de licentierechten (280,-), maar ten eerste moest ik de foto verwijderen. Dat deed ik direct.

Vervolgens stuurde ik Patrick Post een mailtje: Ik snap je, broodwinning et cetera. Mea Culpa. Wat als ik je 280,- betaal en twee romans toezend?

Maar daar had de advocaat geen boodschap aan. Vandaag volgde een lange, veel te lange mail. Moraal van het verhaal: 420,- euro en dan is het nog een koopje. 

Ach ja. Ik heb de afgelopen jaren aan heel wat crowdfund- en goededoelenprojecten gedoneerd en betaald voor artistieke uitingen (ik download uit principe nooit en draag de culturele sector een warm hart toe), dan kunnen Patrick Post en zijn advocaat Robert Mijnsbergen er ook nog wel bij.

Het liefst zou ik de foto van de advocaat toevoegen, hij oogt als een vitalere Fred Teeven met Sting als lievelingsmuziek. Zijn kantoor is in Uitgeest. Ik denk dat je er gratis kunt parkeren.

Vandaag schreef ik dit:

Waarde heer van Mijnsbergen,
 
Het verschuldigde bedrag is overgemaakt via ING internetbankieren.
 
Ik hoop dat u en cliënt nu met een zuinig mondje, trommelend met de vingers op de ellebogen constateren: die Thomas van Aalten, we hebben hem pardoes te pakken! Want inderdaad, dankzij het illegaal plaatsen van de foto op die dekselse website heeft de fotograaf maar mooi een nanoseconde pensioenpremie misgelopen!
 
Om uw gezamenlijke actie tot een goed einde te brengen, zal ik u van harte uitnodigen op mijn boekpresentatie voor alweer mijn nieuwe boek in 2018, al weet ik niet hoe de trein- en autoverbinding vanuit Uitgeest en Monnickendam is
(waar de heren resideren, TvA).
 
Vanzelfsprekend krijgt u evenwel een gesigneerd - en gratis - exemplaar en, als u verschijnt, een groot boeket.
 
Ik wens u veel wijsheid en vooral veel warmte toe,
 
Dhr. van Aalten

Roman over de RAF in de maak

19 juli 2017 | Reacties 0

Op dit moment werk ik aan een roman over de drie voortvluchtige ex-RAF leden Burkhard Garweg, Daniella Klette en Ernst Volker Staub. Een jaar geleden meldden Nederlandse media dat het drietal zich mogelijk ophield in ons land. Ook recent besteedde Opsporing Verzocht weer aandacht aan de zaak.

De afgelopen jaren zijn Garweg, Klette en Staub vermoedelijk betrokken geweest bij meerdere overvallen in Duitsland. Van het trio ontbreekt sinds de jaren 90 elk spoor. Staub, al eerder veroordeeld, schreef in de jaren 80 vanuit de gevangenis vele brieven naar RAF-sympathisanten; deze correspondentie wordt bewaard in het Internationale Instituut voor Geschiedenis in Amsterdam.

Op 18 januari 2017 publiceerde ik een artikel over de drie in Het Parool. Tegelijkertijd opende ik een speciale postbus om in contact te treden met het drietal. Of er tot op heden is gereageerd op die oproep?

In elk geval komt er een onthullende roman, die naar verwachting in 2018 verschijnt bij uitgeverij Nieuw Amsterdam.

Brief aan docenten over de Tweede Kamerverkiezingen 2017

31 januari 2017 | Reacties 1

De tekst is ook als PDF hier te downloaden (om bijvoorbeeld uit te printen).

Beste docent uit het voortgezet onderwijs, hoger onderwijs en mbo,

De Tweede Kamerverkiezingen op 15 maart 2017 lijken nu meer cruciaal dan ooit, om verscheidene redenen. Er is een grote groep voor wie politiek soms ver van haar bed is: de jongeren die voor het eerst mogen stemmen.

Misschien begrijpelijk.

Politici spreken jongeren zelden aan bij debatten en besluiten over belastingen, pensioenen, hypotheken en zorgstelsels. Ja, er zitten vaak wat belegen heren en dames aan tafels van de toch al wat eenzijdige talkshows op televisie – waar jongeren steeds minder naar kijken. En als diezelfde jongeren zien hoe ministers via de achterdeur vertrekken of omdat mensen zich niet aan hun woord houden, dan verliezen ze het vertrouwen in politieke instanties.

Toch zijn diezelfde jongeren in onze huidige democratie de ouderen van overmorgen.


Het cynisme, wantrouwen en de politieke lusteloosheid mogen geen implosie veroorzaken. Wij zouden als de makers van hun dagelijkse onderwijs, deze groep moeten stimuleren om zich te verdiepen in de politieke programma’s (desnoods tijdens studieloopbaanbegeleiding of een mentoruur) van de partijen. En ten slotte: laten we ze de ruimte geven om te gáán stemmen.

Is dat geen taak van hun ouders? Nou, dat is het: ze zijn volwassen. We moeten ze uitdagen om voor zichzelf te denken. Bega ook niet de fout om jouw politieke visie als docent op te dringen. Wat ze stemmen, is aan hen; als ze er maar over hebben nagedacht – ja, ook als ze niet willen stemmen, of als ze blanco stemmen.

Maak een rooster met je docententeam voor 15 maart: welke docent gaat met welke klas naar dat stemlokaal?

Het zal misschien geen schok teweegbrengen, geen verrassende verschuiving van zetels veroorzaken, maar we hebben wel onze best gedaan om de jeugd te mobiliseren.


Succes!


(En deel deze brief naar hartenlust).


Hoogachtend,


Thomas van Aalten

Schrijver / docent Hogeschool van Amsterdam (opleiding Media, Informatie en Communicatie).

Vluchten kan nog wel: een postbus voor drie oud-RAF-leden

18 januari 2017 | Reacties 1

Vandaag staat in Het Parool mijn achtergrondartikel over de drie voortvluchtige ex-Rote Armee Fraktion-leden. Één van de voortvluchtigen, Ernst Volker Staub, schreef in de jaren tachtig lange brieven naar een andere RAF-veroordeelde. De correspondentie ligt ter inzage in het Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG). Speciaal voor hem - en zijn metgezellen - opende ik een postbus.

Hoe vergaat het hen? Zijn ze bang, gelukkig? Ik hoop op een echo van één van hen. Mogelijke reacties bewaar ik met de grootste zorg en deel ik niet met derden, en speel ik niet door aan de Duitse en/of Nederlandse politie.

Thomas van Aalten
Postbus 69521
1060 CN Amsterdam

Ik geef niet veel om Allah, maar wel om mijn buren

5 januari 2017 | Reacties 1

Fietsenmaker Jamal opende twee jaar geleden zijn zaak aan de Jan Evertsenstraat in Amsterdam Nieuw West, net buiten de ring A10, op het 'driezonepunt' van Slotervaart/Overtoomseveld, Bos en Lommer en De Baarsjes. De Jan Evertsenstraat begint in Oud-West en loopt dan helemaal door tot aan het spoor, waar de trein en metro van en naar de Stations Lelylaan en Sloterdijk razen. Jamal, zelf opgegroeid in Osdorp, runt zijn zaak niet alleen voor de omzet. Hij ziet het ook als een buurtfunctie. Sinds hij Bikeshop West heeft geopend, is het straatbeeld opgefrist. De bankstellen worden niet meer massaal bij het grofvuil gezet, jongeren smijten niet zomaar meer hun troep op de stoep. 

Ik woon al een paar jaar in dit deel van Slotervaart (overigens nu ook nog nét, de overkant van mijn straat behoort officieel toe aan Bos en Lommer), in de toenmalige suburbane droom van stedenbouwkundigen uit de jaren vijftig en zestig – maar in de nachtmerrie volgens velen in de 21e eeuw. Ver verwijderd van bierfietsen en selfiesticks ben ik getuige van de kraamkamer van deze Nieuwe Stad. Ooit was het verderop gelegen August Allebéplein een grimmig decor van rellen en brandende auto’s; tegenwoordig rijst er hoogbouw naast de moskee. Rondom station Lelylaan heten luxueuze wooncomplexen ineens Little Manhattan.

Dat de binnenstad te vol is, mag geen nieuws heten. En dus dijt de stad uit, ook aan de westzijde. Het begon in Bos en Lommer en de Baarsjes, en nu begint de gentrificatie zelfs aan de Ring A10 te knagen. De School, van de eigenaren van het toenmalige Trouw aan de Wibautstraat, staat exact meters verwijderd van het ringviaduct. Ga je onder het viaduct door, dan vinden de ‘binnenringers’ het al snel een beetje eng. Maar het oprukken van welgestelde tweeverdieners, de toename van Air-bnb’s en hotels in Nieuw-West is onvermijdelijk. Ook ik bevind me nu al enkele jaren in de enclave buiten de ring. En ik gedij goed in deze gemeenschap, maar ik probeer me te ontworstelen aan de stereotypering van een hele horde hipsterdertigers en hun ‘leuk, een stukje exotisme, maar ik doe mijn boodschappen liever bij Marqt’. Ik probeer het stadsdeel tot in de vezels te begrijpen. Slotervaart ligt in stadsdeel Nieuw West, samen met Zuidoost de meest multiculturele delen van de stad.

Er zijn talloze opinies over geschreven: de spagaat van vaak atheïstische progressief-liberalen of ronduit linkse figuren tegenover moslims, of specifieker de islam. Terwijl het in de vorige eeuw bonton was om de ‘gristenhonden’ en de ‘kutholieken’ aan de schandpaal te nagelen, verstomde het protest toen de spijkerpakken en baarden moesten dealen met een relatief nieuw geloof: de islam, die vooral dankzij de marktwerking mee was gebracht door gastarbeiders.

Nederlandse schrijvers, muzikanten, filmmakers en komedianten waren in de vorige eeuw dankzij de opkomst van de overgewaaide jeugdcultuur op grote schaal druk met het onttronen van het heersende gezag. Wie af wilde van de behoudzucht, schudde het geloof van zich af. God was voortaan iets voor zielepoten, voor gefrustreerden. Niet alleen het geloof moest het ontgelden, ook andere symbolen van het establishment.

In de zeer korte, maar in ons collectieve brein inmiddels tot grote proporties uitgedijde periode dat links écht aan het roer was (vaker zaten de KVP of ARP (en later het CDA) op het regeringsplûche), was solidariteit een toverwoord, zeker als deze gepaard ging met de archetypische arbeider. En al helemaal met de gastarbeider, die allerminst door de media werden geframed als moslims, op z’n best sprak een krant wel eens van ‘mohammedanen’, maar daarmee was de kous af.

Nu zien we hoe de (klein)kinderen van die arbeiders – en andere nieuwkomers die ooit om welke redenen naar Europa zijn gekomen – in de publieke opinie worden weggezet op basis van hun geloof en afkomst. Dat heeft vooral te maken met de doodsangst voor terrorisme dat uit een fundamentalistisch vaatje tapt. Ik geloof niet veel, maar ik geloof vanuit de grond van mijn hart dat een grote meerderheid van mijn buren, zo niet allemaal, liever willen dat ik mijn leven leid zoals ik het nu doe, dan dat ik door een nieuwe Mohammed B word afgeslacht in naam van Allah om Slotervaart vervolgens om te dopen tot IS-grond.

Zolang mijn buren uit Slotervaart elke dag nog worden beschimpt, zal ik het voor hen opnemen – inclusief hun particuliere religie. Toegegeven, ik krijg kippenvel van de zondagse koranschool waar ik kinderen devoot naartoe zie gaan – maar hetzelfde kippenvel staat bij mij ook in het zwaar gelovige Urk, Volendam of Scherpenzeel op de armen. Groezelige achterafzaaltjes met haatpredikanten mogen van mij verboden worden (voor zover dat nog niet het geval is), maar het lijkt me sterk dat de hele goegemeente daar de deur platloopt. Ik kom niet in de galerijflats waar jonge vrouwen binnen moeten blijven van hun echtgenoot. Ik spreek geen jongens in djellaba die anderen ronselen voor de jihad, klopt. Hun telefoonnummers staan niet in mijn smartphone.

En ja, in Slotervaart is er inderdaad altijd wat. Jeugdcriminaliteit, sociale armoede, een vechtpartij in de moskee, vuil op straat; maar tegelijkertijd zie je ook altijd weer initiatieven die de balans de andere kant op doen slaan. Er zit veerkracht in de buurt.

Twee jaar geleden werd ik uitgenodigd voor een straat-iftar. Terwijl de Jan Tooropstraat was opgebroken zaten we aan lange tafels tussen de flats en laafden ons aan stapels eten. Ik deed het niet voor het religieuze ritueel, ik deed het omdat het kon. Daarvoor hoef ik geen applaus, maar ik kan het iedereen aanraden.

Ik geef als atheïst vanuit de grond van mijn hart niets om Allah, maar wel om mijn buren. En waar ik me in mijn biotoop begeef, behandelen we elkaar zonder achterdocht: de buurtbewoners, fietsenmaker Jamal, bakker Nador, bakker Vatan, kapsalon Rami, Ilker Versshop, kleermaker Seda, de medewerkers van de Ummah supermarkt, ouders van de kinderen op het schoolplein, de tieners op het Comenius en Hervormd Lyceum West. Dit is de realiteit, geen karikatuur.

Blijf met je poten en grote woorden van mijn buren af. Zolang zij en hun kinderen worden weggezet als halve criminelen, achterlijke idioten of hatende tijdbommen, zal ik ze – inclusief hun geloof – tot mijn laatste snik verdedigen.

Er stond een foto boven die werd gemaakt door Patrick Post. Deze werd in mei 2014 geplaatst bij een artikel over Slotervaart in Trouw. Zijn advocaat stuurde me een rekening. Smells funny, hm?

1125 keer

14 december 2016 | Reacties 0



1125 keer. 1125 keer werden mijn boeken dit jaar uitgeleend in de Nederlandse bibliotheken.

Ik zie de lezers voor me: de eenzame dame in de stadsbus van Deventer, de slungelige scholier op de fiets, de registeraccountant met vlassnor hoog in zijn kantoorflat, een volslanke homoseksueel uit Dinxperloo in zijn fauteuil, het droevige meisje uit Drachten, het bebaarde GroenLinks-fractielid in de polder, de student met pet die wel eens wilde weten hoe of wat.

Sommigen leenden een boek omdat ze een 'wisselend inkomen' hadden. Sommigen zullen het ongelezen hebben ingeleverd, een enkeling met boete. Ze stuurden berichten: 'Nee, toch niets voor mij.'

Ik houd misschien meer van de bibliotheeklezer dan van de reguliere boekenkoper.

Nederland nog steeds van ons

10 december 2016 | Reacties 0

Het is mijn lol niet om gelijk te krijgen, laat staan te hebben. Tenzij het om vals sentiment gaat, dan ben ik er als de kippen bij om het opgeheven vingertje tevoorschijn te toveren. Vals sentiment zie je veel in de politiek. Er wordt wat afge-zo-kan-het-niet-langerd, terwijl dan vaak blijkt dat het helemaal niet zo gaat, of dat het al vijftig jaar zo gaat of eigenlijk alleen maar is verbeterd.

De nieuwe slogan van de PVV is Nederland Weer Van Ons. En dat is nu bij uitstek het valse sentiment waar ik het net over had. Het impliceert immers dat er een kentering heeft plaatsgevonden en dat wij, als Nederlanders, in staat zijn om ‘iets’ terug te draaien, zodat we weer in ons Nederland kunnen rondlopen zoals het ooit ging.

Ach, die woede om de Marokkanen. Blijmoedig schreef het Limburgsch Dagblad een halfjaar voor Wilders’ geboortedag (6 september 1963): ‘Een Italiaan en een Marokkaan zijn gisteren in Heerlen aangekomen!’ Ja, zo’n curieus geval was dat: een Marokkaan en een Italiaan die in de mijnen kwamen werken.

Een maand na Wilders’ geboortedag  schrijft de Telegraaf: ‘Op 1 oktober werkten er in Utrecht in totaal reeds 586 Grieken, 70 Turken en 10 Marokkanen. Daarnaast worden binnenkort een aantal Armeniërs verwacht, die de Perzische nationaliteit hebben. Deze mensen spreken Nederlands, doordat zij vroeger werkzaam zijn geweest in Indonesië als pijplassers in de olie-industrie. Zestien Armeniërs werken reeds voor Werkspoor in het Botlekgebied bij Pernis.’

Nederland Weer Van Ons – no shit. Toen de hardste schreeuwers nog geboren moesten worden, werkten buitenlanders zich het schompes onder erbarmelijke omstandigheden, soms zelfs met dodelijke afloop. Zo raakte in de jaren zestig en zeventig een Marokkaanse gastarbeider bekneld in de Heerlense haven bij Stein, maakte een Marokkaan een dodelijke val in de kolenmijn van Waterschei, sloeg een staaldraad in het hoofd bij een Marokkaanse jongen tijdens het werk bij een bedrijf in Roermond, werd een Marokkaanse schoonmaker van de Rotterdamse metro geëlektrocuteerd omdat hij een kabel vastgreep met 380 volt, stortte een Marokkaan van een houten constructie bij een bedrijf in Sittard, werd een Marokkaan dodelijk getroffen door een kraan in de Oranje Nassau-mijn – de lijst is langer. Tja, inderdaad, minder Marokkanen.

Om de tijd terug te draaien naar de dagen dat er geen Marokkanen in dit land waren, moeten we dus naar de tijd dat Geert Wilders nog niet geboren was. Je kunt de toekomst niet voorspellen, maar het is net zo zinloos om naar het verleden te verlangen.

Geert Wilders was zelf de beruchte ‘tovenaarsleerling’ van Bolkestein, destijds een belangrijke speler in het door Pim Fortuyn en diens discipelen gehate Paarse kabinet. In ’97 had toenmalig VVD-Kamerlid en toen al omstreden politicus Jos van Rey plannen om de politiek te verlaten, maar zijn pion had hij al klaar om naar voren te schuiven: ‘Geert Wilders uit Venlo, die nu nog bij de VVD-kamerfractie in Den Haag werkt.’  

Twee jaar eerder (’95) schreef Geert Wilders als beleidsmedewerker van diezelfde VVD een brief aan het Algemeen Dagblad over Assad en Syrië (de vader van de huidige Assad, trouwens) en de situatie in Iran. De term ‘islam’ komt in deze stukken niet voor.

Een oplettende lezer (Egbert van de Stouw) schrijft na nog eens een artikel van Wilders in Trouw van augustus ’97 dat het wel heel dubieus is: een VVD’er die wel moppert over dictaturen elders, maar vervolgens treedt het kabinet te streng op wanneer bewoners van zulke landen hierheen willen komen voor een verblijfsvergunning (overigens schreef Wilders deze brieven samen met toenmalig VVD-Kamerlid Jan Rijpstra, thans burgemeester van Noordwijk).

Op dat moment verdedigt Geert Wilders het asielbeleid van het dan zittende – paarse! – kabinet, bestaande uit VVD, D66 en PvdA middels een nieuwe brief in Trouw: ‘Van strijdigheid tussen een strengere Westerse buitenlandse politiek ten aanzien van Iran met een humaan maar restrictief Nederlands vluchtelingenbeleid is dan ook absoluut geen sprake, integendeel. Dat is niet alleen klinkklare onzin maar ook in strijd met de feiten. Iraniërs die bij terugkeer in Iran aantoonbaar voor een onmenselijke behandeling of vervolging te vrezen hebben, kunnen voor een vluchtelingenstatus in aanmerking komen. Dat is staand kabinetsbeleid en gebeurt met onze instemming. Waar het nu niet onverantwoord is gebleken om afgewezen asielzoekers naar Iran terug te sturen (maar in individuele gevallen wel degelijk asiel kan worden, en wordt, verleend) geeft een aanscherping van het buitenlandse beleid het enige juiste kritische signaal aan Iran.’

Het monster dat volgens Geert Wilders nu is gecreëerd – dat met broodnodige kreten als Nederland Weer Van Ons te lijf wordt gegaan – is onder zijn eigen ogen tot wasdom gebracht. Is hij wellicht teleurgesteld in zichzelf?

Ik snap eigenlijk niet waarom iedereen er in blijft trappen en erger: waarom iedereen die man zo serieus neemt. Maar daar ben ik vast te elitair voor, of te veel linkse grachtengordel.

Alle gevonden bronnen zijn te raadplegen in de archieven van LexisNexis en de Koninklijke Bibliotheek

 

Haarsalon Display: I.M Peter van Straaten

9 december 2016 | Reacties 0

Op 27 september jl. las ik 's nachts op NPO Radio 1 bij VPRO's Nooit Meer Slapen onderstaand verhaal 'Haarsalon Display' voor, dat geïnspireerd was door het tragikomische werk van tekenaar Peter van Straaten (1935-2016).

Ze zaten op een bankje zitten en keken uit over het donkere water van de rivier.

Salomon wilde helemaal niet terug, hij wilde hier blijven met Anniek. Hij was smoorverliefd op haar geworden. En ze had toch met hem getongd, ze had toch aan zijn kruis gezeten? Dat deed ze toch niet voor niets? ‘Mag ik je nog een keer zoenen?’ vroeg hij.

‘Ach, kom hier lieverd. En je mag ook wel effe voelen.’ Ze trok zijn hand mee haar jack in en legde die op haar borst. Hij raakte weer net zo ontroerd als een kwartier ervoor, omdat hij wist dat die donderdagavond een unicum zou zijn, het zou zich nooit meer herhalen. Geen vrouw kon hem nog verder het hoofd op hol brengen. Zijn vingers glipten onder de bh. Hij stuitte op een stevige tepel. Kom, nog een keer tongen en dan was het voorbij.

Tegen een uur of een ’s nachts kwam Salomon weer bij het huis van zijn broer aan. Een vriend in onderbroek deed open en Salomon ging stilletjes op het matras in de woonkamer liggen. Hij hoorde bijna in elke kamer van het huis gekreun en gehijg.

De volgende ochtend gingen Salomon en zijn broer naar de restauratie van de V&D, waar ze samen uitsmijters aten. Buiten regende het pijpenstelen, maar dat kon de orgelman, verderop in de straat, niets schelen.

Salomon wist waar de kapperszaak zat waar ze werkte. Hij verzamelde al zijn moed bijeen en liep langs Haarsalon Display, maar een chagrijnige vent met een grote blonde staart vertelde dat Anniek die dag niet werkte.

Archief

2017

oktober september juli januari

2016

december november oktober september augustus juli juni mei april maart februari januari

2015

december november