Thomas van Aalten

Bij het overlijden van Peter Pontiac

21 januari 2015 | Reacties 0

Lou Reed, getekend door Peter PontiacIn 2000 debuteerde ik met mijn roman Sneeuwbeeld bij Podium, de uitgeverij van Joost Nijsen. Mijn toenmalige redacteur Tom Harmsen wees me op het te verschijnen boek Kraut over zijn vader die ooit de zee in liep en nooit meer terugkeerde, waar Peter Pontiac mee bezig was. Pontiacs tekeningen kende ik vermoedelijk vooral van OOR en de VPRO-Gids, maar in elk geval van de cd-hoes van Val Dood, de verzamelde columns van Herman Brusselmans (van wie ik als tiener groot fan was).

Ooit trok de zelfkant van het leven Pontiac zodanig - o, discipel van Lou Reed! - dat hij aan de heroïne raakte. Ik had als vroegtwintiger geen weet van 's mans geschiedenis met verslavingen (heroïne, alcohol) in de jaren zeventig en tachtig. Ik wist niet beter dan dat het gewoon een uiterst zachtaardige man was die tot grimmige tekeningen in staat was.

In de vermaarde jaren nul luisterde ik evengoed doodleuk naar The Velvet Undergrounds Heroin en las ik Lou Reeds autobiografie vol heroïne-anekdotes. Het waren echografieën uit het verleden, vertekende weergaven waarvan je wist dat het ooit bestaan moest hebben. De Czaar Peterstraat in Amsterdam waar ik toen woonde - decennia ervoor nog een straat vol junkyards! - was allang aan het gentrificatieproces ten prooi gevallen. De yup had de horse in Amsterdam verdreven. 

Toen ik Pontiac in die tijd op een borrel van de uitgeverij sprak (misschien de presentatie van Kraut? Toen al viel me op dat hij niet dronk) suggereerde ik dat hij misschien eens een strip over een van mijn fascinerende idolen uit die tijd, Iggy Pop, moest schrijven. Iggy als superheld, maar bovenal de grootste ex-junk. 'Nou,' zei hij en kuchte. 'Ik weet niet, hoor.' 

Ik heb hem daarna nooit meer in levenden lijve gezien of gesproken. Pontiac werkte de laatste tijd aan zijn boek 'Styx of de zesplankenkoorts'. Hij heeft zijn werk niet kunnen voltooien. Misschien staat hij nu achter op de dood, maar hij heeft in elk geval Lou Reed overleefd. Dat is dan weer een punt voor Pontiac.

Ik denk aan zijn naasten. Ik geloof niet in de hel of de hemel, maar wel in fantasie. We zien hem lopen, vanaf de rug gezien. Puerto Ricaanse schoenen, een grote strooien hoed. 'Until tomorrow, but that's just some other time. I'm waiting for my man... I'm walking home.' De grote stad tegemoet.

De wereld zal niet luisteren

17 januari 2015 | Reacties 0

(Voorgelezen in de nacht van 16 op 17 januari, even na 01.00 op Radio 1 bij VPRO's Nooit Meer Slapen).

Hij was er altijd bij: het concert van The Lull in de OCCI in ’87, de perspresentatie van Jonko Pierewiet in Pakhuis De Zwijger, maar natuurlijk ook het le-gen-darische concert van Bafflo Tribe in 013. Hij zou nog de rolstoel van zijn zieke moe op Marktplaats zetten om aan de japanse vinylpersing van BallaMee and the Foxtrots te komen.

In zijn kast heeft hij een lederen jack liggen uit de tijd van toen hij nog een jonge punker was en in de le-gen-darische band de Vingeraars speelde. De naam De Vingeraars kon je op twee manieren uitleggen: zij die vingerden, of een aars met een vinger erin, en juist die taalgrap had volgens de bassist van de band (tegenwoordig een consultant bij een architectenbureau in Wageningen) een zogenaamde twist. Ze hadden ooit drie democassettes opgestuurd naar de VARA, maar daar had geen van de diskjockeys van Hilversum 3 het opgepikt. Na één legendarisch optreden in een soos in Deventer was het gedaan met de Vingeraars, maar zíjn rock ‘n’ roll hart bonsde nog onvermoeibaar voort. Sindsdien verkoos hij het pad van de muziekjournalistiek – hij zou de wereld wel eens laten weten wat goede smaak was.

Bij het nieuwe bandje in de bovenzaal staat hij vooraan, duimen in de zakken van zijn jeans en de overige vingers meetappend op de muziek. Bij nog meer enthousiasme beweegt ook zijn kin mee. De frontman van elke band weet dan: vier sterren. Want hij schrijft er een stuk over.

Hij rammelt met zijn plastic consumptiemunten in de rij voor de bierpomp. Opzichtig toont hij zijn fluorescerend polsbandje met het woord PRESS. In de wandelgangen ontmoet hij soortgenoten; die bwgroet hij met een knikje. De baas van dat programma groet hij uitbundig, en de muzikanten omhelst hij. ‘Heb je de Teddy Flux nog gezien beneden? Le-gen-darisch.'  

’s Nachts, een uurtje of half drie, licht aangeschoten, klautert hij de trap op, legt het linnen tasje met nieuw vinyl van de platenmaatschappij in de hoek van de kamer, schopt zijn sneakers uit, trekt zijn hoodie van die of die band uit, en gaat na het tandenpoetsen naast zijn geliefde liggen. ‘Hoe was het, schatje?’ mompelt zij, haar adem ruikt naar slaap. ‘Le-gen-da-risch,' antwoordt hij, maar zij hoort zijn antwoord al niet meer, net zoals de rest van de wereld niet meer luistert.

 

Spot niet met de schipper

16 januari 2015 | Reacties 0

(Voorgelezen in de nacht van 15 op 16 januari, even na 01.00 op Radio 1 bij VPRO's Nooit Meer Slapen).

Je hebt mensen in je vriendenkring met normale of ingewikkelde banen, maar er zijn ook mensen met banen die indruk maken. Ik ken een schipper. Schipper is zo’n beroep dat aan je vast blijft kleven, al word je daarna software-engineer of restauranthouder. Iedereen zal je onthouden als de schipper. Dat heeft hij gemeen met een politieagent. Of een beul. Als je een schipper als vriend hebt, maar zelf ben je leraar, accountant of gitarist, dan is de kans groot dat je de schipper al wat langer kent. Schippers ontmoet je niet ineens, het groeit, tenzij je zelf actief bent in de nautische branche.

Mijn vriend de schipper zit ’s nachts op de brug en kijkt uit over de eindeloze zwarte zee met groene en rode lichtjes. Hij vaart tussen Nederland en Engeland en vervoert vrachtwagens. Als je hem bij thuiskomst vraagt hoe het nou zit met laadvermogen, smokkelwaar, zandbanken, kapers, ontberingen in een storm, de eenzijdige maaltijd, het gemis van vrouw en kinderen – dan vertelt hij je altijd weer dingen die jij niet wist. Jij kunt die verhalen dan weer doorvertellen. Al ben je zelf geen schipper, anekdotes van en over een schipper roepen altijd nieuwsgierigheid en ontzag op bij derden.

Eens tartte ik het lot. We waren vijftien, zestien jaar oud. Drie vrienden in het donker aan de oevers van de Grote Bloem, een plas bij de Angerensedijk. Ik en mijn andere vriend vroegen de schipper, die toen geen schipper was maar een vwo’er die was blijven zitten, om een fles sinas uit de fietstas te halen. Toen hij de fles haalde en aan ons gaf, zei ik om te treiteren: ‘Laat maar, we hoeven toch niet.’ De schipper borg de fles weer op. ‘Of doe toch maar wel,’ zei ik toen hij weer bij ons kwam zitten.

Toen keek de schipper me aan en richtte daarna zijn blik op het water. Hij wierp de fles sinas met een flinke boog in de donkere plas. ‘Ga maar halen,’ zei hij.

Spot niet met de schipper. Zelfs niet – of misschien juist niet – als niemand weet dat hij de schipper is.

In Hollandse genade

15 januari 2015 | Reacties 0

(Voorgelezen in de nacht van 14 op 15 januari, even na 01.00 op Radio 1 bij VPRO's Nooit Meer Slapen).

Ik kom graag ’s avonds in de bouwmarkt of in een halfleeg winkelcentrum waar een exclusief televisiescherm ter grootte van een voordeur de meest krankzinnige beelden met enorme robots en schietende malloten vertoont. Films die ik niet ken en niet wil kennen.

Een man met zijn zoon staat in de grote elektronicazaak naar zo’n scherm te turen. Je hoort hem denken: zal ik het doen, of zal ik het niet doen, die paar duizend euro op afbetaling? Een winkel verderop verkopen ze diervoeding per zak met een omvang die je normaal met fors bouwmateriaal associeert. De indringende geur van het visvoer en de hondenbrokken. Hoe zou een poloshirt van de medewerker aan het einde van de dag ruiken?

Vandaag was ik in mijn pauze bij de slager. Een goede slager, waarvan er in Nederland maar weinig zijn. De meeste serveren oranje schijven of bakken bami. Maar van slager Ton kreeg een plak grillworst die nog warm was. Op de weg terug naar mijn werk groette ik iedereen, met een knik. De meesten groetten terug.

Ik sta met mijn gerei van de bouwmarkt in de lift van onze flat. De buurman werkt met jongeren, ook het soort jongeren waar u wel eens van hoort. We wisselen wat woorden uit en het spoelt alle dorre berichtgeving en donkere wanhoop weg.

‘Je ben de hopeloze naïeveling,’ schreeuwen de polemisten op hun blogs. ‘De aarde brandt!’ Dat kan zijn;  de aarde brandt al eeuwen en over honderd jaar brandt de aarde helaas nog steeds.

Ik kan het elke polemist, maatschappelijk teleurgestelde zichzelf activistisch wanende twitteraar of verwoede blogger aanbevelen: groet de buurman en buurvrouw, maar ook de man die alles afweet van polyester afsluitdoppen in de bouwmarkt. Vraag de caissières hoe hun avond is en steek je duim op naar een pompbediende.

Want heel ons land draait door, maar vaak hebben we dat aan anderen te danken.

De videotheek

14 januari 2015 | Reacties 0

(Voorgelezen in de nacht van 13 op 14 januari, even na 01.00 op Radio 1 bij VPRO's Nooit Meer Slapen).

In Huissen was er een videotheek. Ik weet de naam van de videotheek niet meer, maar het was vast iets prozaïsch als Superstar of FilmPlus. De plastic hoezen bevatten vaak vegen en vlekken. Wij hadden thuis een videorecorder, die ernstige piepgeluiden maakte bij het terugspoelen, vooruitspoelen en op het laatst ook bij het afspelen. Op de middelbare school ging het verhaal rond dat er afschuwelijke videobanden bestonden, onder de titel Faces of Death. Beelden van mensen die verongelukten bij autoraces, die werden verorberd door krokodillen of die werden onthoofd.

In de zomervakantie  van 1995, ik was bijna 17, zagen we op de voorpagina’s van de kranten in de kiosk op de Italiaanse camping dat er een bom bij een metrostation in Parijs was ontploft. De autoriteiten dachten dat het misschien Bosnische Serviërs waren. Srebrenica was nog maar net gevallen, al kregen we daar al amper iets van mee via de Telegraaf die steeds twee dagen te laat bij de krantenman op de camping arriveerde. De aanslag bij de metro werd later opgeëist door de Groupe Islamique Armé, een militante groepering die vanuit de voormalige kolonie Algerije naar Frankrijk was overgeslagen. Terwijl je je blind staart op de ene vijand, ontwikkelt er op de achtergrond iets dat je nog niet als de andere vijand herkent.

De videotheek in Huissen is inmiddels verdwenen. Langsgaan bij de videotheek, een videocassette of dvd huren, naar huis, de video bekijken; het gaat te langzaam. De opeenvolging van gruwelijkheden moet voor de moderne man natuurlijk wel wat sneller. Hij heeft geen Faces of Death meer nodig.

(Opgedragen aan dichter/journalist Tahar Djaout. Djaout werd in ’94 in Algerije gedood door moslimfundamentalisten).

 

Vrije pers is niet gratis: je suis abonne

13 januari 2015 | Reacties 0

Het was een opzienbarend fenomeen: hoe de oplage van Charlie Hebdo verveelvoudigde dankzij talloze sympathisanten. Of diezelfde mensen over drie jaar nog het blaadje ter hand nemen is nog maar de vraag (hoe is uw Frans? Het mijne is pover, maar ik geloof dat je suis abonné schrijft, maar van dat streepje in de titel raakt mijn cms-systeem verstoord).

Het legt iets anders bloot. We hebben weliswaar de mond vol over vrije pers, maar het gaat ook in ons eigen land niet goed met het journalistieke product. Hoewel de digitale verkoop licht steeg bij bijvoorbeeld de Volkskrant, gaat het verder al jaren verontrustend slecht met de oplagen van bladen en publiekstijdschriften.

Ik snap dat Charlie Hebdo een symbool is geworden, van een geheel andere orde dan de beduimelde blaadjes uit de leesmap die bij de Chinees en de autorijschool ter inzage liggen (maar zelfs dergelijke titels houden andere titels weer omhoog).

Het interesseert mij eigenlijk niet zoveel hoe u betaalt voor journalistiek (blende, digitale abonnementen en andere varianten), als u het maar doet. Want alleen zo kunnen we diepgravende interviews, analyses, recensies, achtergrondartikelen en reportages blijven lezen. Natuurlijk, hoofdredacties moeten ervoor waken dat er geen fantasten en andere ego's de katernen roekeloos vullen én uitgevers moeten met hun tijd meegaan, maar zonder fair trade journalistiek is het snel gedaan met die vrije pers en ontstaat er een schraal universum vol advertorials, infotainment en news light met niets dan geperverteerde meningverkondigers die per click hun ego zien groeien. 

Mooi dat we met z'n allen Charlie heten, maar voeg de daad bij het woord en betaal voor de inhoud. Koop kranten en tijdschriften, offline en/of online. Vertelt u het ook aan uw koopkrachtige kinderen, neefjes en nichtjes? Dan komen de adverteerders ook vanzelf terug. Je suis abonné.

Hoe meneer Nasr er tegenaan keek

13 januari 2015 | Reacties 0

(Voorgelezen in de nacht van 12 op 13 januari, even na 01.00 op Radio 1 bij VPRO's Nooit Meer Slapen).

De feestcommissie stelde voor dat Ivo voortaan de warme consumpties deed. Vroeger deed Ivo ook het geluid, maar de buurjongen van nummer 19, Koen, kon beter overweg met de installatie. Ivo sloot de warmhoudplaatjes, de muziekinstallatie en de feestverlichting aan op één stekkerblok.

Een buurman, Meneer Nasr, snelde toe: ‘Je hebt te veel apparatuur aangesloten op één groep, buurman.’

Ivo lachte nerveus. ‘Nee, dit gaat goed hoor. Dit doe ik altijd. Ik heb op de LTS gezeten. En Koen heeft er ook verstand van, hij doet mbo elektrotechniek.’

Bedremmeld stond Ivo de hele avond onder het zeil. Hij hoorde getik van de regen boven zich. Zijn vrouw Yolanda stond naast hem. ‘Ivo. kijk uit… je lekt glühwein op dat stekkerblok. Ivo! Ivo!’

Het licht en de feestmuziek vielen uit. Het verregende winterwonderland was nu behalve nat en koud ook donker.

Terwijl andere buurmannen zich ontfermden over de elektra, wendde Yolanda zich tot meneer Nasr. ‘Hoe kijkt u eigenlijk tegen het nieuws aan, de laatste dagen?’

‘Wat bedoelt u, buurvrouw?’

‘Die aanslagen… van moslims. U bent ook moslim, toch? Hoe kijkt u er tegenaan? Bent u niet steeds geneigd afstand te nemen?’

‘Hé, Koen,’ riep meneer Nasr naar de buurjongen. ‘Bied even je excuses aan.’

‘Waarvoor?’

‘We hebben geen licht en geluid en jullie hebben hier alles op één stekkerblok aangesloten. Je hebt er toch verstand van? Mbo elektrotechniek, toch?’

Koen haalde zijn schouders op. ‘Wat heb ik daar mee te maken? De buurman heeft alles aangesloten en gooide Glühwein over een stekkerblok, ik niet!’

Meneer Nasr knipoogde naar Yolanda. ‘Kijk. Zo kijk ik er tegenaan, buurvrouw.’

 

Zelfspot is een luxe

10 januari 2015 | Reacties 0

Er is de laatste dagen veel te doen om het vrije woord en om het recht om anderen te bespotten. 'Ik wil alles kunnen zeggen, want we zijn allemaal Charlie.' Iedereen knikt met je mee.

In 2007 gaf ik les (Nederlands) op een ROC in Amsterdam. Ik had vmbo-klassen van Handel en Administratie, Handel en Verkoop, ICT en Sport, Dienstverlening en Veiligheid onder mijn hoede. Leerlingen met verschillende culturele achtergronden. De meesten waren heel normale, aardige en leuke scholieren.

Ik had alleen met één soort scholier moeite. Ik was niet opgewassen tegen de macho zonder zelfspot. De adolescent die zich koning waant. De aap bovenop de rots (dit zeg ik uiteraard zonder racistische connotatie, laat dat duidelijk zijn). Jongens die een tijdje er 'tussenuit' waren en dan als jeugddelinquent ergens vast zaten, of een programma doorliepen bij een of ander bureau. 'Kheb schijt, ouwe,' is de meest gehoorde oneliner uit die tijd.

Schijt hebben is geen probleem. Opstand en revolte is het begin van veel goeds. Het wordt problematisch als je zo ontvlambaar wordt, dat je geen enkele waarden meer voor lief neemt. Je wordt een anarchofundamentalist. Je raakt gebrainwasht. Dat kan verschillende oorzaken hebben - slechte jeugd in een betonnen jungle, we kennen allemaal de sociologie van de koude grond.

Mensen zonder zelfspot komen heus niet alleen voor in de betonnen jungle met sattelietschotels aan de randen van de stad. Ook in de vpro-kijkende witte wijken vol Sterres en Meesjes, ook in de kakbuurten van Wassenaar en Overveen of zoals Nederland er verder uitziet: de keizerrijken met eentonige woonerven vol plasmaschermen, campers en partytenten - ook daar wonen mensen zonder zelfspot.

Als je jezelf niet belachelijk kunt maken, kun je het leven niet relativeren. Dan plaats je jezelf in het middelpunt. Een beetje egocentrisme is niet erg. Kleine kinderen hebben dat ook.

Het wordt gevaarlijk als religieuze fanatici dat doen, maar ook hooligans, dogmatische politici. Dat zijn de opzichtige voorbeelden. Maar ze zijn overal. Ook de vertegenwoordiger in zijn Audi die even de vluchtstrook neemt om de rest te slim af te zijn, want hij is toch echt belangrijker dan de rest. Niet alle mensen zonder zelfspot zijn natuurlijk even bloeddorstig en gruwelijk doordacht als terroristen, maar toch. Mensen zonder zelfspot zijn ware nihilisten. 

Toen ik gisteren in NRC Next een profiel las van een van de daders van de aanslag op Charlie Hebdo en vandaag weer een portret in de VK van die jongen die de supermarkt gijzelde, zag ik een overeenkomst met jongens van het ROC: dit soort lieden kent geen zelfspot. Zelfspot is een vorm van beschaving, een luxe.

Ik verkoos dikwijls mijn positie als outcast en nam mijzelf vreselijk serieus door mijzelf niet al te serieus te nemen. Het leven is absurd, zei Camus al. Het is heel eng als je zóveel zin geeft aan het menselijk bestaan (of het hiernamaals) met al zijn facetten, stromingen en religies, dat je bereid bent een ander ervoor op te offeren.

Wie zichzelf niet al te serieus neemt, voelt zich ook niet zo snel achtergesteld of beledigd. Naast het recht op bespotting van de ander, verdienen we in deze wereld allemaal de plicht tot zelfspot.

Onduiden

9 januari 2015 | Reacties 0

Dan gaan we nu naar het nieuws: er is nog onduidelijkheid. Mijnheer deskundige, wat denkt u? Hmm? Ja... Oké. U zegt dus: er is onduidelijkheid en het is een zeer precaire situatie waar u zich liever niet over uitlaat. Dank u. Goed, luisteraars, als u mee wilt praten over het nieuws, doe dat dan via... of twitter mee met de hashtag... We zitten op Facebook, en u kunt live met de webcam meekijken via... Zoals Marco1965 op Twitter zegt: 'Een schande dat...' En ook Joke Ter Bok is het niet met hem eens: 'Onzin, als we in Nederland nou maar eerst...' Aan de lijn heb ik Ivo Bilkema als het goed is. Mijnheer Bilkema, wat vindt u?

Mijnheer deskundige, we lezen en horen veel onvrede. Is dat te begrijpen?

Hoe moeten we dat duiden?

Winter in Europa (ter nagedachtenis)

7 januari 2015 | Reacties 1

Europäische Himmel, European Wünsche
Europäischen Straßen, Europäische Hoffnungen
Europäische Söhne, European Liebe
Europäische Träume, Europäische Schreie

(
Manic Street Preachers, Europa geht dürch mich)

Sommige mensen kiezen ervoor het leven te leiden volgens dogma’s. Eet dit, leef zo, leef zus, houd daar van, houd daar niet van. Eer dit, haat dat – enzovoort.

Toen ik voor de eerste keer uit mocht en het gewraakte gesprek over het tijdstip van thuiskomen gevoerd diende te worden, vroegen mijn ouders: ‘Wat vind je zelf redelijk?’

Het zette mij als tiener aan het denken, omdat ik op basis van ervaring moest zien af te bakenen wat redelijkheid was. Het lijkt een banale pedagogische kunstgreep, maar om naar eigen inzicht redelijkheid vorm te geven, is voor een adolescent best lastig. Het kwam ergens rond middernacht uit – de plekken waar ik me prettig voelde waren toch niet veel langer open. Mijn ouders gingen akkoord.

Opgroeien in redelijkheid betekent ook jezelf voortdurend afvragen wat redelijkheid is en of jouw regels en opvattingen nog wel kloppen. Zodra je steeds vaker het leven gaat indelen naar uniforme, starre regels – of het nu vanwege een politieke ideologie, een staat, een geloof of welke stroming dan ook is – en anderen ontmoedigt weer andere opvattingen te hebben, maak je eigenlijk een einde aan elke redelijkheid. Je leeft dan in fictie.

Haat en agressie botvieren op mensen die niet stroken met jouw uniforme regels; andersdenkenden voortdurend veroordelen, vernederen, terechtwijzen of vermoorden: het zijn allemaal gevolgen van onredelijkheid.

Misschien is redelijkheid onderhand een belangrijker begrip dan vrijheid, want als iemand de vrijheid voelt om een aanslag als vandaag in Parijs te organiseren, is de term weinig meer waard.

Het antwoord van Premier Jens Jens Stoltenberg na de aanslag op Utøya in 2011 was dat dergelijke aanslagen uiteindelijk zouden leiden tot ‘nog meer democratie.’

Ik hoop ook van alles – nog meer democratie, nog meer redelijkheid – ik weet na vandaag onderhand niet meer hoe veerkrachtig onze Europese democratie nog is. De winter in Europa is kouder en donkerder dan ooit. Maar ik weiger onredelijk te worden. Zodra je namelijk onredelijk (of erger: onverschillig) wordt, ga je de gekste dingen normaal vinden. Zoals het feit dat er doden vallen.

 

Archief

2015

januari

2014

december november oktober september augustus juli juni mei april maart februari januari

2013

december november oktober september augustus juni mei april maart februari