Thomas van Aalten

Donor, do or die

14 september 2016 | Reacties 0

Ik naderde onlangs een rotonde bij de Sloterplas. Een gedrongen fietser met vettig kaal hoofd en zonnebril met olie-effect-glazen zag een afslaande auto niet vanwege de laagstaande septemberzon (of de chauffeur zag hem niet, daar wil ik van af zijn). De auto tufte rustig door richting Osdorp, maar de man stapte van zijn fiets en schold in het luchtledige in een ondefinieerbaar Oost-Europees accent. Hij zwaaide met zijn armen, midden op het zebrapad en bleef de inmiddels non-existente chauffeur nabrullen. Vervolgens was de verkeerssituatie die door zijn toedoen ontstond gevaarlijker.

Ik zag gisteren net zo’n verloren sujet om zich heen slaan en schreeuwen, alleen had hij nog iets meer van een ontheemde boreling (die kunnen zich ook niet altijd even helder uiten). Zijn naam was Bart Nijman, en hij deed op Geenstijl als Van Rossem zijn beklag ('Fuck you, fuck you for real') over de nieuwe donorwet waar D66-politica Pia Dijkstra zich hard voor maakte. 'Een boos' noemen ze dat.

Later kwam Van Rossem er nog eens op terug, maar dan mét alinea's. ‘Dan is er al een stukje van je fysieke integriteit afgenomen voordat je überhaupt zelfbewustzijn hebt, laat staan dat je afgewogen keuzes kunt maken.’ […] ‘Het gaat om de fysieke integriteit van een vrije burger in een vrij land.’ [...] ‘Verzetten tegen de groepsmoraal van D66 en jezelf alvast uitschrijven als donor doe je zo.

De donkere wolken die zich volgens Nijman en zijn boze volgelingen vormen boven ons land, hangen al dertig jaar boven België; sinds de jaren tachtig is de wet daar actief. Nu is er in België veel mis, maar gretige voodoodokters die een demonische economie in stand houden dankzij de woekerrente op huigen en trommelvliezen heb ik nog niet kunnen ontwaren.

Orgaantransplantatie is een complexe zaak. Niet iedereen komt er voor in aanmerking, er zijn vele mitsen en maren. Het is niet dat elke ‘ja’ daadwerkelijk een ‘ja’ wordt. Het beeld van dystopische slachtbanken waarbij overleden baby’s direct worden leeg getrokken, is quatsch. Wat niet overdreven is: er zijn mensen die wachten op een donororgaan. Er staan volgens de Transplantatiestichting jaarlijks rond de 1000 mensen op de wachtlijst voor orgaandonatie. Ook kinderen. Dat twitterde ik gisteren. ‘Bah! Je haalt er kinderen bij!’ reageerde Roland Brouwer. Tja, dat deed van Rossem zelf ook, omdat hij meent dat 'iedereen als donor geboren wordt, omdat de staat zo beschikt heeft'.

Zo lust ik er nog een paar. De staat leert ons ook om van kindsbeen af te stoppen voor rood licht, een ander niet te wurgen en niet andermans spullen te jatten. Sterker, als ouders geven we de staat gewoon een paar uur per dag de gelegenheid om onze kinderen aan het ouderlijk gezag te onttrekken in de vorm van onderwijs.

Ik legde mijn voeten eens op het bureau en probeerde door het kreupelhout van de vermeend liberale tirade te kijken: wat was nu Nijmans waarachtige bezwaar? En ik vermoed dat het te maken heeft dat het idee vooral uit de koker van het ‘vrome D66’ komt.

Er klinkt vervolgens nog wat gesputter over liberalisme. Linkje naar een dame die iets roept over John Locke, klaar. De VVD zegt op haar site bij monde van Arno Rutte: ‘Vaak wordt het idee genoemd om mensen automatisch donor te maken, tenzij ze daar bezwaar tegen maken. Maar er is nooit bewezen dat dat meer organen oplevert.’ Een ding weet ik wel: het is wel bewezen dat het minder organen oplevert als je het niet doet.

Ik noemde het gisteren ‘obsessieve hebzucht’ als je zo graag je lichaam voor jezelf wilt houden en een ander niet wilt helpen. Bovendien is er altijd de kans om 'nee' te zeggen. Automatisch organen doneren is dwang, zoals een schone lucht voor iedereen ook dwang is. Als een meerderheid in de Kamer beslist dat deze wet er moet komen, heet dat democratie.

Democratie is het vieze boekje waar hordes plebejers de leuter voor uit de broek halen (van Brexit tot het Oekraïne-referendum), maar het is wel hún vieze boekje.

 

Gooi dat lesboek weg en leer scholieren schrijven

31 augustus 2016 | Reacties 1

Er is al decennia een verontrustend lek in ons taalonderwijs. Sla de nieuwsarchieven er op na: docenten uit het hoger onderwijs worstelen met het taalniveau van de grote groep studenten die in het eerste jaar instroomt. De studenten zelf begrijpen er overigens niets van, en ik neem het ze niet eens kwalijk. Het goede nieuws is dat we er iets aan kunnen doen.

Hoeveel docenten leren hun scholieren echt een gedegen tekst opbouwen op een laptop of computer? Ik bedoel het heus niet hoogdravend: ik heb het over een simpel digitaal tekstbestand van een paar honderd woorden, opgedeeld in diverse alinea’s. Paar linkjes erbij, goede bronvermelding. Het is een gotspe. Het lijkt wel of de focus op de scholen nog altijd ligt op het maken van oefeningetjes met pen en papier.

Als docent van de Hogeschool van Amsterdam (Media, Informatie en Communicatie) sta ik soms versteld van de beperking. Onlangs kreeg ik nog een mail van een student die niet begreep dat ze voor de extra lessen schrijfvaardigheid in aanmerking kwam. In slechts drie zinnen wist de student in deze mail al ernstige fouten te maken. En ze had nog wel een keurig eindcijfer voor Nederlands, schreef ze beteuterd.

In het voortgezet onderwijs lijkt men zich dikwijls nog schuldig te maken aan het voorgekauwde hobbyisme dat menig lesboek voorschrijft: een beetje zinsontleding, wat moeilijke woorden, een berg tekstanalyse en met de moed der wanhoop nog wat literatuuranalyse. Schrijfvaardigheid en argumentatieve vaardigheden (Domein C en D uit de examenprogramma’s havo en vwo) zijn overgeleverd aan de willekeur.

Deugdelijk schrijfonderwijs is intensief: je moet aandacht besteden aan doelgroep en structuur, brongebruik, formulering, argumentatie, zinsbouw en (werkwoord)spelling. Geïsoleerd (op bijvoorbeeld een taaltoets) scoren scholieren prima, maar het probleem is dat vervolgens bijna geen enkele vervolgopleiding – laat staan een beroep! - dát van ze vraagt.

Geen mens twijfelt in de tram of in de Mediamarkt of hij die dag bij het avondeten een bijvoeglijk naamwoord zal gebruiken. Maar elke volwassen burger heeft er wat aan als hij een coherent verhaal kan opschrijven (wellicht mede dankzij het gebruik van zo’n bijvoeglijk naamwoord). Dat hoeft niet allemaal op het hoogste niveau, maar wel op het niveau dat past bij de opleidingsgraad. Al was het maar voor contact met de gemeente of de belastingdienst.

In ons onderwijssysteem kun je een hoge score voor Nederlands halen als je weet wat een naamwoordelijk gezegde, bijwoordelijke bepaling en een wederkerend werkwoord is. Vooruit, ook nog in combinatie met tekstverklaring over dorre onderwerpen. Ik vind het allemaal prima, maar het zegt verder niets over de uitdrukkingsvaardigheden van onze scholieren. Dat lesboek met uitgekauwde opdrachtjes mag eruit, en prikkelende, uitdagende vraagstukken voor passende schrijfopdrachten mogen van mij in de lesprogramma’s verschijnen.

De medewerkers uit het vervolgonderwijs zullen de taaldocenten van het voortgezet onderwijs dankbaar zijn.

 

De dwazen uit de teerzwarte aars

29 augustus 2016 | Reacties 0

Als tiener kon ik uren op het bed liggen met mijn handen onder mijn achterhoofd - zoals vele pubers, vermoedelijk - met de warme radiator naast me.

Het nummer dat onmiskenbaar bij die gemoedstoestand hoort is Another Day van The Cure, van hun debuutalbum uit '79. Vooral het middenstuk met de licht psychedelische, haast valse gitaar (maar die klinkt bij The Cure bijna altijd zo), dat uiteindelijk uitmondt in de beste schouderophaaltekst van de vorige eeuw:

'I stare at the window
Stare at the window
Waiting for the day
To go
.'

De lethargische nonchalance van een adolescent is funest voor opvoeders en leraren, maar we maakten er het beste van. Toen ik eenmaal de twintig was gepasseerd, maakte de nonchalance plaats voor de obsessies. Daarover een andere keer.

Nu ik de veertig nader, gebeurt er iets anders. De nonchalance is terug, maar in een andere vorm. Het bedekt iets.

Deze vorm van nonchalance is een sluimernonchalance. Die kenmerkt zich door hetzelfde schouderophalen als uit de tienertijd, maar dan niet uit waarachtige onverschilligheid of gebrek aan zingeving, maar uit zelfbescherming tegen de dwazen. En de dwazen zijn overal.

Ze zitten bij een politieke partij of opereren juist kansloos in de piepzak, het zijn columnisten, bozebrievenschrijvers, experts, minder bedeelden, vloggers, vrijbuiters, komedianten, klaagzangers, talkshowhosts en quizkandidaten, wetenschappers, meningologen.

De onderstroom druppelt uit een teerzwarte aars die zich ergens in dit universum schuilhoudt, besmeurd met oud bloed, omgeven door haperende media en verdorde resten van achterhaalde pamfletten.

En dan wandel je door de stad. Houdt halt op het Mercatorplein. O, het zinloos maar vermakelijk flaneren van de lokale jeugd. De geur van hoop: de scherpe uitlaatgassen, de koffie- en knoflookdampen uit de restaurants, sigarettenrook, de zoete geur van noga en fondant uit de ijssalons. En dan het gegiechel, het gefluit en gejoel en de gesprekken. Duiven fladderen op, de fontein klatert. De dwazen zijn ineens onzichtbaar.

Dwazen bestaan bij de gratie van het belang dat wij hen toedichten.

Van Homs naar Huissen

15 augustus 2016 | Reacties 1

Ik plaatste onlangs een bericht op de Facebookpagina ‘Wat is nodig voor vluchtelingenopvang in Amsterdam?” Ik bood mij aan als chauffeur voor wie van A naar B vervoerd wil worden. Vluchtelingen die ergens heen willen maar er de middelen niet voor hebben. Veel jonge vluchtelingen worden van hot naar her gestuurd. Dan hebben ze ergens een half jaar met iemand op een kamer gezeten, waarna ze vervolgens uiteen moeten. Er zijn voordeelkaartjes van de NS, kortingsacties: maar voor je het weet ben je een halve dag onderweg. Ik heb, in tegenstelling tot veel Amsterdammers, een auto. Als het zo uitkwam, wilde ik best kosteloos als legale snorder opereren.

Niet lang daarna kreeg ik een telefoontje van Sandra. Er woonde nu een 19-jarige Syrische jongen bij haar, en zijn vriend zat sinds kort in een AZC in Arnhem; ze kenden elkaar van de opvang in de Havenstraat in Amsterdam. Sandra werkt als vrijwilliger. Ze had bedacht dat het leuk zou zijn om ergens in de buurt van Arnhem te kamperen met haar twee kinderen en de jongens. Ooit waren haar ouders vanuit Argentinië naar Nederland gevlucht, dus ze was extra begaan met het lot van de jongens. ‘Een camping in de buurt van Arnhem? Toevallig, ik ben daar opgegroeid,’ zei ik.

Ik pikte eerst Sandra en haar twee zoontjes plus de Syrische jongen op, niet ver van mijn huis in Slotervaart. Bepakt en bezakt zetten we koers richting Gelderland.

Gedurende de rit praatte de jongen honderduit. Hij legde uit in wat voor een bureaucratisch web hij terechtkwam; hoe COA, IND en Vluchtelingenwerk elkaar regelmatig tegenspraken. Hoe hoop wordt afgewisseld met schuddende hoofden. ‘Mijn broertje zit in Zweden. Daar zijn weer andere regels. Ik wil dolgraag mijn ouders weer zien, maar zij kunnen geen kant op. Ze zitten twintig kilometer van Homs. Homs bestáát eenvoudigweg niet meer door de bombardementen.’ Hij vertelde hoe de zogenaamde internationale coalitie er met open ogen intuint. ‘Assad steunen is wel het domste wat ze kunnen doen. Jij dacht dat IS erg was: ik heb onder de wapperende vlaggen van Assad net zulke gruwelijke dingen gezien.’

De Russische vinger in de pap wordt steeds dikker. Poetin is de lachende derde. En dan die zogenaamde opvang in de regio. Ook hier gold weer: zoveel mitsen en maren, protocollen, wetten en eisen - de internationale bureaucratie voor oorlogsvluchtelingen is beestachtig. En dan hebben we het nu nog alleen maar over Syrische vluchtelingen.

Deze 19-jarige jongen had meer wijsheid in huis dan so called experts die dagelijks hun inzichten blaten op onze nieuwsmedia. ‘Je moet masterclasses geven. Syrië voor dummies,’ zei ik. Een informatiebureau voor journalisten. Maar eerst was hij bezig met een app. De meest urgente informatie voor gestrande en vaak getraumatiseerde vluchtelingen moest ontsloten worden. Hij was al een heel eind. ‘Tussen die vluchtelingen zitten vaak hoger opgeleiden. Artsen, maar ook verplegers. Die zitten nu te verpieteren en krijgen vooral te horen dat ze moeten wachten. De gelatenheid is het ergst. Het accepteren van het lot. Ik accepteer dit lot niet. Ik blijf doorvechten tot ik mijn ouders en broer weer zal zien.’

Ik ben opgegroeid in Huissen, in de buurt van Arnhem. Het navigatiesysteem van mijn Prius leidde ons door Huissen. In het oude deel van het dorp ziet het leven eruit als een programmaformat van Omroep MAX. Rotondes, kassen, een vrijstaande boerderijen met trampoline en droogmolen. Kijk, daar zat vroeger mijn kapper. Een autodealer. Draagt mijn achternaam, geen familie.

Terwijl ik op mijn 19e mijn geboortedorp verruilde voor Amsterdam ‘omdat het kon’, ontvluchtte deze jongen op zijn 19e zijn thuisland.

Sandra ontfermde zich onder de nieuwsgierige blikken van campinggenoten over de tenten. Ik ging de vriend uit Arnhem halen. Het AZC met slagbomen had net zo goed een non-descript, door protocollen verteerd accountantskantoor kunnen zijn. De vriend stapte achterin.

Ik liet het gezelschap achter op de camping, die ik vooral van de verhalen van vroeger kende. Reed over de eindeloze Rijndijk – kijk, links de kerktoren van Huissen, en daar, de openbare bibliotheek waar ik voor het eerst kennismaakte met literatuur – richting de Andrej Sacharovbrug. Ik hoorde banaal nieuws voorbijkomen over gouden plakken, besmette döner en het kwakkelende zomerweer.

Ik kon nog door mijn geboortestreek rijden, toeval of niet. Toen ik 19 was kon dat, en bijna twintig jaar later nog steeds.

 

High-Rise: een mooie JG Ballard hommage

4 juli 2016 | Reacties 0

Gisteren zag ik dan eindelijk High-Rise, de verfilming van het gelijknamige boek van een van mijn lievelingsauteurs: J.G. Ballard. Het boek liet zich wellicht moeilijk verfilmen omdat het, anders dan Empire of The Sun uit ’84 (nota verfilmd door Steven Spielberg) eerder sterk leunt op een concept  dan op een wezenlijke verhaallijn. In een notendop: de jonge, vrijgezelle arts Laing betrekt een appartement in een van de majestueuze flats die door architect Royal is ontworpen. De supermarkt op de 15e, het zwembad op de 30e, wie zou de veilige cocon nog willen verlaten?

De scheuren in het fundament ontstaan letterlijk als de bewoners van de schaduwrijke lagere verdiepingen in opstand komen. Welk antwoord hebben Royal en zijn kompanen op de revolte? En wat kan Laing doen – die zichtbaar gecharmeerd is van de waarachtigheid van de opstand, maar evengoed ook alleen maar een simpel leven in de high-rise wil leiden?

Regisseur Ben Wheatley heeft een prima hommage aan Ballard gemaakt met knipogen naar Kubricks A Clockwork Orange (zie alleen al de filmposter en de gelijkenis tussen Alex en opstandeling/filmmaker Wilder, maar ook door de filmmuziek echoot onvermijdelijk Wendy Carlos door, en zelfs een flard van Bowie’s Low), de brute esthetica van Le Corbusier: het is een opera van spanbeton. Pompeus en hard. Op het toneel zou Ko van den Bosch er prima raad mee weten. Rondvliegend meubilair, het botvieren van de vleselijke lusten en een ware klassenstrijd. 

Een Parool-recensent meende dat Wheatley zich ‘heeft vertild’ aan het verhaal van Ballard, maar dat is een te eenvoudige voorstelling van zaken. Anders gezegd: hoe wil je je niet vertillen aan het verhaal? Ook een recensent van The Guardian meende dat Wheatley van Ballards boek van ‘a warning to a joke’ had veranderd. Oordeel: twee sterren (overigens gaf een recensent van The Observer, gelieerd aan The Guardian, wél het verdiende aantal sterren: het dubbele).

Maar Ballard wilde nooit een warning schrijven. Dan kun je Crash ook een warning noemen: waarin auto-ongelukken en blessures als seksueel opwindend worden gezien. Pas op, een auto is geen erotisch gerei.

De apathische, onderkoelde rol van Tom Hiddleston als Laing is mooi, net als zijn onderbuurvrouw Charlotte (Sienna Miller), tevens moeder van een jongetje met een obsessie voor techniek, waar Laing een interessante band mee opbouwt (en weer afbreekt).

Elizabeth Moss (Peggy uit Mad Men) speelt de zwangere echtgenote van Richard 'Che Guevara' Wilder ('We pay the same charges as the top floors, we want our fair share of the power!'). Terwijl Helen kermend ligt te baren en Wilder stukgeslagen het leven in de hoogbouw probeert te filmen met een niet-werkende camera, hebben Laing en Royal in schaars licht een gesprek over de toekomst van de high rise, boven hun lappen paardenvlees. Op dat moment is er op al die talloze verdiepingen een totale Lord of The Flies-apocalypse gaande. En ja, je wist al vanaf minuut 1 dat het daar naartoe gaat.


Maar de weg is zo fraai in beeld gebracht, zo prachtig vormgegeven, het is soms bijna ballet (de dans van Laing met enkele geüniformeerde stewardessen, de vele bacchanalen, de vechtdans van Wilder) en met zoveel bittere humor opgesierd, dat ik vanaf die eerste minuut alleen maar heb genoten. Het is wellicht eerder een kostuumpastiche dan een ernstig psychologisch drama, maar dit is vintage Ballard: hierom heb ik zijn verhalen altijd gewaardeerd en geroemd. Absurde, haast demonische sprookjes over de nabije toekomst. Dat Thatchers stem in het slot van de film klinkt (terwijl de iron lady nog niet aan de macht was toen het boek oorspronkelijk verscheen, maar oppositie bedreef), is een fijne stomp in de onderbuik van England’s dreaming van dit moment.

Overigens was Ballard zelf niet vies van een flirt met Thatcher: ‘The charismatic dictators of the future will have to be women in the Margaret Thatcher mold: Only women will be able to tap the deep need of the male half of the population to be led, to be drilled, to be frightened. It won't be Big Brother in the future, Big Brother has had his day, it'll be Big Sister,’ vertelde hij in ’95 aan Sci Fi Universe.

Ik zie uit naar de verfilming van Kingdom Come uit 2006, een van Ballards laatste werken. Benieuwd wie zich daar over dertig jaar aan gaat vertillen.

Je suIstanbul

29 juni 2016 | Reacties 0

Leed kent geen gradaties, maar wel voorrang. Een aanslag op het vliegveld in Istanbul, bijna mythisch op de Noord-Anatolische breuk, op de grens van Europa en Azië. Je ziet voorzichtig de eerste verplichte steunbetuigingen voor nabestaanden op de sociale kanalen, maar verder blijft het vrij rustig.

Ik weet niet hoe dat komt, of eigenlijk weet ik het heus maar wil ik het niet weten. Het past niet in de conservatieve frame, een aanslag van het ultieme kwaad in een gebied van een andere vijand: Erdogan. Min plus min is toch positief, leerden we bij de exacte vakken. 

Dat het de bloeddorstige hoeders van het schuim der aarde menens is, weten we allang. Maar dit weet niet iedereen: het beste medicijn tegen de bloeddorst van de duivelse leegte is niets dan warme, hete, ja verstikkende liefde. Tomeloze lust voor mijn part, slemppartijen, verbroedering, open armen. Hoe harder iemand de deksel op mijn neus slaat, hoe harder ik het deksel open zet. Hoe meer bommen, hoe meer open grenzen.

De hippie had illusies, die heb ik niet. Dat maakt het juist zo rustgevend om te aanvaarden: méér liefde voor lotgenoten als probaat middel, tegen beter weten in.

Op een dag zijn het misschien mijn beenderen die aan stukken worden gereten. 

 

The English disease

25 juni 2016 | Reacties 0

[Noot vooraf: Boris Johnson, een van de hoofdrolspelers van Brexit, de man die zich opwierp als de wajangpop van het theater, was ooit gestationeerd als journalist in Brussel voor The Daily Telegraph.

Bij de opening van de Kanaaltunnel was hij al op zijn hoede als het om Europa ging. ‘We zullen proberen de tunnel te negeren. Wij willen blijven voelen dat we een eiland zijn,’ zei hij toen. Volgens een NRC-artikel van 30 april ‘94 kreeg hij na zijn periode als journalist in Brussel heimwee naar het dwarsliggende Verenigd Koninkrijk. Hij wilde weer genieten van maaltijden in het restauratierijtuig van British Rail, verlangde naar schone taxi's, het interieur van Westminster Abbey en de aanwezigheid van "het enige interessante parlement ter wereld".]

Ik was in diezelfde periode als scholier in Leeds voor een uitwisselingsproject van de middelbare school. Ik werd ondergebracht bij een alleenstaande vader en diens zoon Ben. In een logeerkamer met bloemrijk motief op de wanden moest ik slapen. De ruimte was slecht geventileerd. Er hing een weeïge lucht van natte aarde.

Toen ik ’s ochtends ontwaakte, ontdekte ik dat de vader al naar zijn werk was en Ben naar school. Het huis was stil. Er was geen ontbijt; ik haalde bij een Pakistaanse supermarkt een Mars. Ik moest een dag op stage. Het regende in de verlaten buitenwijken. Veel klanten had de handel in muziekinstrumenten niet. Ik mocht als klusje de drumsleutels tellen, maar de eigenaar liet me ook een keyboard zien. Daar mocht ik best op spelen, als ik dat wilde.  

Een dag later gingen we op excursie naar de school van Ben, waar we mee mochten kijken bij een Natuurkundeles die nog saaier was dan de Natuurkundeles in Nederland.

Op vrijdagavond sloten we de week af in een pub. Ben dronk liters bier. Ik dronk niets. ‘Drink dan cider,’ zei Ben in de overvolle pub. Ik dronk een glas cider om de lucht te klaren. Een uur later braakte Ben op de vloer van de pub. Ik moest hem begeleiden naar huis. We stapten in de verkeerde bus.

Na de terugtocht met de ferry van Hull naar Hoek van Holland probeerde ik de week Leeds uit te leggen aan mijn ouders, maar ik kwam eigenlijk niet verder dan de slecht geventileerde kamer met wanden vol bloemrijke motieven.


(De afbeelding is een schilderij van Vera West. Deze column droeg ik voor op vrijdagnacht 24 juni in het VPRO Radio 1-programma Nooit Meer Slapen)

 

Amfibievoertuig

24 juni 2016 | Reacties 0

De Derkinderenstraat in Amsterdam stond blank. Ik stond haast tot aan mijn enkels in het water voor de basisschool van mijn dochters. ‘Daar moet je voorzichtig doorheen rijden,’ zo berichtte mijn broer. Ik moest denken aan het amfibievoertuig bij het Looveer in Huissen, halverwege de jaren tachtig.

Het amfibievoertuig was een boot met wielen, en ik weet niet waarom het ding voer – of wat doet het ding eigenlijk? – maar we gingen er naar kijken bij hoog water, als uitje. Mij interesseerde dat voertuig helemaal niet, maar mijn oudere broer, die sowieso meer technisch onderlegd is en geduld heeft met techniek en ervoor geleerd heeft bovendien, vond het een fenomeen. Het voertuig moet op zondag gereden hebben (ja, of gevaren, ik weet het) want op andere dagen dan zondag kwamen we zelden in het oude deel van Huissen. Wij woonden dicht tegen Arnhem aan, we spraken zonder accent, vierden geen carnaval en gingen niet naar de kermis. Maar we gingen wel naar het amfibievoertuig kijken.

Hoog water was een fenomeen in het door dijken omringde Huissen. Als de Rijn buiten de oevers trad, had de krant weer iets om over te schrijven en keken de inwoners nieuwsgierig toe. Als het water na een tijd weer ging zakken, waren we teleurgesteld. Nooit zette een ramp eens door. De korte opwinding en deceptie waren dezelfde als bij een stroomuitval na een blikseminslag in de centrale. Als het licht na uren weer aanfloepte en de koelkast weer zoemde, vervielen we weer in onze patronen.

Toen de school van mijn dochters uit was, was al het water in de Derkinderenstraat volledig verdampt.


(De afbeelding is een schilderij van Vera West. Deze column droeg ik voor op donderdagnacht 23 juni in het VPRO Radio 1-programma Nooit Meer Slapen)

Volksopera Europa

23 juni 2016 | Reacties 0

Aanslagplegers, kandidaten van talentenjachten en aandachtshongerige politici hebben twee belangrijke dingen gemeen: de obsessie om de ander te overtreffen en de wil om steeds in beeld te komen en te blijven.

We spelen in een absurde Volksopera, waarbij we laveren tussen het lekkere, het lelijke en de leugen, en die laatste twee het liefst van de ander.

Morgen weten we wat de Brit kiest, maar de Brit weet zelf amper wat hij kiest. Hij denkt te kiezen tussen FIFA of IS, Rooney of Cameron, Bargain Hunt of Britain’s Got Talent.

In de krantenarchieven las ik vandaag dat veertig jaar geleden een Britse vrouw wilde scheiden, omdat haar man al negen jaar niet zijn nagels knipte. Ook werden er voetbalploegen in de kolommen besproken, waarvan de een weer wel en de ander weer niet succesvol was. Volgens het Reformatorisch Dagblad was het moderne leven niets dan zedenbederf.

Boris Johnson en Brexit zijn straks ook niet meer dan zoektermen in een archief. Wij, en anders wel de anderen, zullen hossen op weer een sporttoernooi, en we zullen luider brullen – en er is vast wel iets lekkers, iets lelijks en een leugen waar we voor of tegen zijn.

De geest is uit de fles. De kurk moeten we opnieuw vinden, maar die is duurder dan de geest. De geest neemt alle vormen aan, danst vlug om de moraal en de mildheid heen. Dit is het dramatisch lot in onze Volksopera: de obsessie om de ander te overtreffen, de wil om steeds in beeld te komen én te blijven.


(De foto is van Robert Lagendijk. Deze column droeg ik voor op woensdagnacht 22 juni in het VPRO Radio 1-programma Nooit Meer Slapen)

 

De autobiografie van H.J.A.

22 juni 2016 | Reacties 0

(Ter herinnering aan Henk Hofland, 1927-2016)

Die ochtend was het H.J.A. al opgevallen dat de stad zo rustig leek, terwijl het een doordeweekse dag was.

Hij liep de trap af om de krant te pakken, zoals elke dag, maar er lag niets op de deurmat. Weer boven hoorde hij water druppelen; de elektriciteit leek uitgevallen en de vriezer was aan het smelten. Waarom gaf zijn telefoon geen signaal?

Er hing een serene stilte in de straten. Geen trams, geen taxi’s, scooters. H.J.A. klopte op de deuren, maar hij zag slechts verlaten woningen en winkels toen hij door de ruiten naarbinnen gluurde. Alles in de stad was er, behalve de inwoners.

Het was natuurlijk een aanslag, een nucleaire ramp, een epidemie. Alle bewoners zouden zijn gevlucht; hij had misschien een alarm gemist. In zijn werkkamer lag nog een radiootje op batterijen: het apparaat werkte, maar gaf slechts ruis.

H.J.A. dwaalde langs het Rijksmuseum. Passeerde woningen van vrienden. Plekken die hem herinnerden aan het verleden. Kijk, daar zag hij Theo van Gogh voor het laatst. Zijn honger stilde hij door de schappen van de onverlichte supermarkt te plunderen.

De volgende dagen was er niets veranderd. Hij moest zich wassen met koud water en om de schimmel op het fruit heen eten. H.J.A. plande wandelexpedities door de uitgestorven stad.

En elke avond nam H.J.A. plaats achter zijn bureau en rolde een wit vel in zijn schrijfmachine om aan zijn meesterwerk te schrijven.

( Vrij naar de ‘the autobiography of JGB’ van JG Ballard in de The New Yorker van 11 mei 2009. De afbeelding is een schilderij van Vera West. Deze column droeg ik voor op dinsdagnacht 21 juni in het VPRO- Radio 1-programma Nooit Meer Slapen)

 

Archief

2016

september augustus juli juni mei april maart maart januari

2015

december november september augustus juni mei maart maart januari

2014

december november oktober