Thomas van Aalten

Oktober 2020

16 juni 2020 | Reacties 0

Mijn nieuwe roman Een vrouw van de wereld verschijnt oktober 2020 bij Uitgeverij Podium.

Dansen op de vulkaan

18 maart 2020 | Reacties 0

Zo maak je nog eens wat mee: omdat studenten kennelijk koudwatervrees hebben om hun verhalen in te zenden, hier vast een voorproefje uit eigen werk - een roman die dit najaar verschijnt (titel nog nader te bepalen).

Context: Leonie Espen woont begin jaren 70 met haar man Dick, directeur van een reisbureau, aan de Amsterdamse Burgemeester Eliasstraat in Slotermeer.

Dansen op de vulkaan: schrijfwedstrijd voor studenten

15 maart 2020 | Reacties 0

Omdat het Corona-virus driftig om zich heen grijpt, heb ik voor studenten (hbo en wo) in Nederland en België een interessante uitdaging. Om de tijd te doden en de wijsheid te voeden heb ik een oproep voor schrijf- en leesgierigen: stuur uw verhalen. 

Hoe gaan we dat doen?

Mail je verhaal (alleen fictie!) van maximaal 1500 woorden naar t.van.aalten [a] hva.nl.

Uit de dagelijkse inzendingen vis ik het beste verhaal en lees ik het integraal voor. Ik zal ook toelichten waarom ik het verhaal heb uitgekozen en zal ook feedback geven. De link naar de audio plaats ik vervolgens hier op op deze site. Zolang het duurt! De winnaar wordt ook dagelijks via Instagram bekendgemaakt.

Voorwaarden:

-Alleen Nederlandstalige fictie is toegestaan. Geen essays of poëzie;

- Je studeert aan een hogeschool of universiteit in Nederland en/of België;

- Inzendingen moeten als Word-document worden aangeleverd voorzien van naam, leeftijd en onderwijsinstelling en link naar Instagramprofiel (indien gewenst). Liever toch anoniem? Geef dit dan duidelijk aan;

- Verhalen mogen niet elders gepubliceerd zijn (wel op eigen blog);

- Dagelijkse deadline is om 17.00. Afhankelijk van de inzendingen mag je dagelijks een nieuw verhaal aanleveren.

Dit is een particulier initiatief van Thomas van Aalten, schrijver en als docent verbonden aan de opleidingen Creative Business en Communicatie van de Hogeschool van Amsterdam. Volg de auteur op Instagram.

De gewone man en vrouw: gooi ze voor de leeuwen

14 januari 2020 | Reacties 0

Ik stuitte een paar jaar geleden op een relatief nieuw fenomeen bij  studenten: ze wapperden met hun handen hun ogen droog als ze huilden (jongvolwassenen huilen nogal eens, niks nieuws onder de zon). Maar het wapperen met die handen, dat had ik gezien bij kandidaten in realityshows die wilden voorkomen dat hun make-up uitliep voor het oog van de kijkers thuis.

Ik heb geen cijfers van het aantal handenwapperaars wereldwijd, ik probeer ook niet aan te tonen dat het om een gevaarlijke ontwikkeling gaat. Het wapperen is nog onschuldig. Het legde wel iets anders bloot: wat is nog van ons en wat is een residu van eindeloze imitatie?

We zijn een pakket van consensus, pragmatisme en lullige ironie geworden en dat uit zich in onze politiek, het onderwijs, wetenschap, de media, de kunst- en cultuursector – tot aan de financiële sector, winkels en horeca aan toe.

Kunst moet een haakje of een kwinkslag hebben, artiesten een hit, winkels een niche, politici een momentum, onderwijs een canon, cultuur een quotum. U wordt een jij, een vraagteken een uitroepteken. We zijn een maatschappij met antwoorden en stellingen, vragen zijn uit den bozen.

Jonge mensen, aan het begin van hun carrière en levenspad, krijgen steeds vaker te horen: ‘Dat gaat je niet lukken, vergeet het’ of juist: ‘Dit gaat je wel lukken, topper.’ Daarentegen: ‘Geen idee’ of ‘Spannend, probeer maar’ is eigenlijk al niet meer mogelijk in dit land. Je ziet juist de gevaarloze, stupide ideeën in het publieke domein. De clickbait als norm. Wil je dj worden? Er is een opleiding voor. Wil je een pretpark oprichten? Er is een opleiding voor. En als niemand erop zit te wachten, doe je alsof. Dan imiteer je succes. Rank jezelf een weg naar de hemel. Maar wil je hier als vluchteling komen? Vergeet het maar.

Mensen worden heus niet meer minder creatief, eigenzinnig, rebels of authentiek dan voorheen. Maar de instituten (onderwijs, media, politiek, kunst- en cultuursector) hebben er steeds minder ruimte voor. Ze zijn als de dood om ouderwets en star over te komen. Gevolg: er ontstaat een knap staaltje code switching – met de grootste knieval voor de gewone man.

In een dictatuur, zo luidt de stelregel, heeft het onderdrukte volk een gezamenlijke vijand: de dictator. Gemeenschapszin en zorg voor elkaar achter de voordeur zijn niet zelden het gevolg van de onderdrukking daarbuiten (een onsmakelijke metafoor voor hen die zo’n dictatuur ontvluchtten).

Maar hoe vrij is Nederland nog met haar grappig bedoelde slogans, bluffende politici, eindeloze evenementencultus en verering van alles dat riekt naar middelmaat, tenzij het overdreven is zodat het een parodie wordt? Enter Chateau Meiland en fucking schiettentpolitiek. Kritiek is op voorhand zinloos, want een suikerspin van de kermis kent geen slecht jaar. 

Al jaren weet ik: de gewone man en vrouw zijn mijn grootste vijand. Gooi ze voor de leeuwen! (Ze bestaan toch niet).

 

Thomas van Aalten terug bij uitgeverij Podium

29 november 2019 | Reacties 0

Meer hier.

Basisscholen vormen niet voor niets de basis

26 november 2019 | Reacties 0

Als kind ben ik eens door de lagere school meegetorst naar een demonstratie. We kregen borden om onze nek met 'Deetman door de plee man' (of we riepen het, daar wil ik vanaf zijn). In de brugklas van de middelbare school balde ik de vuist in marsen tegen racisme en discriminatie - Arnhem, begin jaren negentig en we had a ball.

Ik heb een wrange bijsmaak gehouden van demonstraties, barricaden, bezettingen. Zo ruik ik de nevel van onbehagen bij sit-ins waar met trom en potsierlijke vermomming kinderen worden gebruikt ten faveure van volwassen standpunten. Het ene kind van de mileubewuste ouder op mijn Facebookwall deugt nog meer dan de ander. Ik vind dat griezelig. Als een kind van acht wil demonstreren, moet je het net zo serieus nemen als dat het limonade wil verkopen; ga je gang, maar is het dan soms ook gelijk een ondernemer?

Hoewel ik kinderen heb, heeft mijn felle standpunt over de staking in het primair onderwijs daar niets mee van doen. Onderwijs raakt immers vooral de essentie van een natie.

Hoe bestaat het dat we in een land leven waar dagelijks de kantoorflats en industrieterreinen worden gevuld met consultants, analisten, beleidsmedewerkers, adviseurs, wegkwijnend onder systeemplafonds tussen muren van multomappen en led-schermen, de ene zonvakantie na de andere boekend, de ene na de andere lease-auto verpulverend, de ene na de andere Nespresso wegslurpend voor een schandalieg hoog maandbedrag dat soms het dubbele is van de juf of meester die hij of zij ooit had? 

Dat heet de vrije markt. Rodney, Kees, Rachid, Meryem, Storm en Sterre willen soms dat soort banen. Dat mag. Zoals Klaas ooit graag de nationale politiek in wilde. (Klaas incasseert ondanks zijn huidige rol bijvoorbeeld sinds zijn rentree in 2017 in de Kamer elke maand wachtgeld vanwege zijn vorige baan - ik houd niet van afgunst, wel van logica. Ik vind dit niet logisch).

Maar dat mag. Dat heet wetgeving binnen de democratie.

Het zou allemaal niet zo rampzalig zijn als het primair onderwijs royaler werd toebedeeld. Niet alleen met meer geld, maar met minder regels, eisen en kaders. Ons primair onderwijs is immers de bakermat van creativiteit, empathie, samenwerking, kennis en vaardigheden. Waarom springen we daar dan zo slordig mee om?

Gisteren stond een NOS-verslaggever voor het hek van de school van mijn  twee jongste kinderen: scholen in Amsterdam Nieuw West gaan een week dicht. Volgens de directrice van mijn school om een week lang aan een plan te werken om het onderwijs te verbeteren, want met de huidige financiële toezegging van de regering kan deze school de komende jaren niet uit de voeten. Misschien wilde de verslaggever mij likkebaardend voor de voeten werpen dat het vast een probleem zou opleveren, een week onaangekondigd vrij.

Nou, ik kan het juist hebben. Ik werk naast mijn schrijverij in het hoger onderwijs, waar de CAO een stuk beter is geregeld. Ik heb toekomstperspectief, ik kan doorgroeien en word echt enorm goed betaald zonder dat ik tot mijn oren in het werk zit. Als de vakbond voor mij moet opkomen, is het omdat de crèmelaag van mijn espresso donkerder kan. Leve de hogeschool.

Ik steun de basisscholen in deze barre tijden en met mijn onderwijskundige blik (een mastergraad die ik heb behaald dankzij de lerarenbeurs tijdens mijn loopbaan in het hoger onderwijs!) zou ik dan ook willen oproepen tot het beeindigen van de beknelling van onze onderwijzers.

Meer geld en middelen, goede Pabo's, minder hete adem van hogere echelons. Basisscholen vormen niet voor niets de basis - als die niet goed is, dan gaat je land failliet.

Individualisme als asbest van de tijdgeest

28 mei 2019 | Reacties 0

Wie de afgelopen jaren de essays en (gast)columns en polemieken leest, actualiteitenrubrieken kijkt en luistert en debatten aanhoort, ontwaart iets interessants. Het Ik-tijdperk, vrucht van de jaren zeventig, is definitief voorbij. Individualisme is een doodzonde geworden, we moeten weer ouderwets kampen kiezen. Een interessante maar ook gevaarlijke ontwikkeling. Het gaat immers niet meer om het wat, maar om het wie. Elke uiting moet eerst langs een morele ballotagecommissie. Het individualisme, niet per se tot een groep of generatie willen behoren, is het asbest van de tijdgeest.

Ik las onlangs het essay van Sarah Sluimer “het failliet van de cynische, nihilistische Generatie X”, de postmoderne stroming van hen die in de jaren van de Koude Oorlog werden geboren. In haar essay beschrijft Sluimer het failliet van Generatie X (waar ik volgens de statistieken van geboortedata al bij hoorde, en omdat ik nat achter in de toen nog offline oren in 2000 debuteerde als romanschrijver er nog veel meer bij hoor). Sluimer: ‘Nixers zijn postmodernisten die wél heel veel kunst produceerden, maar wier thema’s zich beperkten tot verveling, geen geloof in de toekomst, weerzin jegens engagement of waarheid, liefde voor harteloos stemmende drugs, gebrek aan bestemming, ambitie of levensvreugde. En vooral: de volledige intellectuele en daadwerkelijke ruimte voor witte mannen om zich op hun eigen voorwaarden dan weer klagend of miskend, dan weer door agressie gedreven, arrogant of blasé door het leven te slaan.’

Moest ik me nu aangesproken voelen? Ik stuurde het artikel door naar een jongere collega – een millennial – met als vraag: wat is nu het punt dat Sarah Sluimer probeert te maken? De millennial vond wel degelijk dat Sluimer een punt had. Veel werd volgens haar beïnvloed door het cynisme van de Gen X-er (in Nederland werd deze stroming overigens gereduceerd tot Generatie Nix). Het is natuurlijk de kramp van elke generatie: altijd afgeven op de generatie voor je en huiveren voor de generatie na je.

Goedbeschouwd is de generatie Nix als sociologisch verschijnsel een uitwas van de nihilistische punkgolf uit de jaren tachtig, alleen dan in het felle licht van globalisering en paarse jaren. De bom viel niet, de Russen kwamen niet, het was nog erger: commerciële televisie en internet kwamen. In die zin kan ik me er nog wel mee verwant voelen. Sluimer haalt zelf uit tienermelancholie een songtekst van The Pixies aan, een van de vermaledijde toortsdragers van de vermoeiende jaren negentig. Ze had ook voor Nirvana kunnen kiezen (nog erger). Zelf houd ik het liever bij de typische Gen X-band Depeche Mode uit de jaren tachtig (het nummer ‘Nothing’ uit 1987):

Life
Is full of surprises
It advertises
Nothing

Of The Jesus and Mary Chain (‘The Living End’, 1984):

And I'm in love with myself
There's nothing else but me
And an empty road

Volgens Sluimer bracht Generatie X niets meer dan inmiddels achterhaalde kunst, boze witte mannen en complotdenkers. ‘X’ers zijn mensen die continu anderen verwendheid aanwrijven, terwijl ze als kleine Nero’s elke kans op zelfinzicht en vooruitgang in de wind slaan om zo, als inmiddels blinde, op hol geslagen paarden tegen muren en deuren te lopen.’

Waar kwam de grote Ik nou eigenlijk vandaan? Onder redactie van John Jansen van Galen verscheen bij het kerstnummer van HP/De Tijd een kroniek uit met de veelzeggende titel Het Ik-Tijdperk, in navolging van Tom Wolfe die ‘The Me-Decade’ schreef. Nota bene de latere beroepsquerulant Joost Niemöller schreef voor De Groene over het verschijnsel Ik-tijdperk eind jaren negentig een stukje erover: ‘De trauma’s van Watergate en Vietnam waren nog maar vijf jaar jong, men leed onder de zwakke president Carter en een blamerend Iraans gijzeldrama. Er was nog geen Golfoorlog gewonnen. Gemeenschappelijke belangen leken verdwenen, dus trok men zich terug in het eigen ego.’ Tussen 1960 en 1980 kwam het ego tot grote hoogte.

De Amerikaanse schrijver Bret Easton Ellis is misschien een van de bekendste X’ers, en Sluimer interviewde hem onlangs tijdens het Brainwash-festival naar aanleiding van diens essaybundel White. Al enige jaren kwam er uit Ellis’ koker weinig opzienbarend. Imperial Bedrooms (in 2010 verschenen in het Nederlands als ‘De figuranten’) was een vlakke, dunne roman; hij schreef in 2014 nog een scenario voor The Canyons, een ‘neo noir’-film van Paul Schrader met o.a. Lindsay Lohan die weinig hoge hogen gooide. Hij maakte een podcast, twitterde wat links en rechts, maar het staat qua impact en relevantie in de schaduw van zijn romans die hij in de jaren negentig publiceerde (waarvan American Psycho de beroemdste en meest controversiële) en die ik als tiener en twintiger gretig las.

En toen was daar anno 2019 White. De hippe jongen van 1990 is immers de senior van 2020. Een reeks essays over film, literatuur, homoseksualiteit, de huichelachtige situatie in Hollywood en ‘identity politics’. Waar Ellis een broertje dood aan heeft, is het slachtofferschap van gemeenschappen. En dat tekent volgens Ellis precies het verschil tussen zijn (of ‘onze’, zoals u wilt) en de generatie erna: voortdurend bezig zijn met wie of wat er wel niet tegen ons is.

This is an age that judges everybody so harshly through the lens of identity politics that if you resist the threatening groupthink of ‘progressive ideology,’ which proposes universal inclusivity except for those who dare to ask any questions, you’re somehow fucked. Everyone has to be the same, and have the same reactions to any given work of art, or movement or idea, and if you refuse to join the chorus of approval you will be tagged a racist or a misogynist. This is what happens to a culture when it no longer cares about art.

En daar heeft Ellis volgens mij een punt. Ik wil niet vervallen in de retoriek van ‘je mag ook niks meer zeggen’, maar het individualisme, een van de grootste verworvenheden van de naoorlogse maatschappij, heeft op veel terreinen verloren. Je mag niet afwijken, of de messen worden geslepen. Daarmee bedoel ik niet dat ik ga janken dat ik met mijn diesel niet meer de stad in mag of dat ik Zwarte Piet wil behouden, dat homo’s niet mogen trouwen en vrouwen minder moeten werken. Dat zijn relikwieën uit het stenen tijdperk.

Nee, het zit ergens anders. Individuele uitingen worden met argusogen bekeken: wie wordt er mogelijk door jou beledigd, wie wordt hier misdeeld? En dat is waar de essays, columns en talkshows over gaan. Nergens bij willen horen kan niet. Het is de asbest van de tijdgeest. Je móet stelling nemen. De ballotagecommissies en gedachtepolitie staan ter linker- en rechterzijde klaar om je de oren en ogen te wassen. Lieve help, kun je zo nog schuldeloos naar kunst kijken zonder de bril die je door derden wordt aangemeten? 

Ik las een dubbelinterview in de Volkskrant met wetenschapper Nadia Bourias en schrijver Abdelkader Benali over racisme en de bestrijding ervan:

Benali: ‘Op de lange termijn maakt de antiracismebeweging zich er kwetsbaar mee. Rechtse krachten kunnen identiteitspolitiek tegen je gebruiken. Ze kunnen zeggen: jij bent een Marokkaan, je voorouders hebben slaven gedreven, in Marokko is ook racisme, waarom zou jij een platform moeten krijgen om te praten over de situatie van Marokkanen in Nederland?’ Met harde stem: ‘Nee, nee, nee, jij mag niet praten.’

Bouras: ‘Nu trek je het in het belachelijke.’

Benali: ‘Dat doe ik niet, dit is wat er gebeurt.’

Ik vond het interessant, en mooi hoe Bouras het op sommige punten met Benali oneens was, om vervolgens toch tot dezelfde hoopgevende conclusie te komen. Zou je zeggen. ‘Wat hij zegt zou zo uit de mond kunnen komen uit een witte zogenaamd progressieve babyboomer die ook het gevoel heeft dat zij of hij gepasseerd is,’ zegt activist Quinsy Gario op zijn blog Roet In Het Eten.

Kijk aan. Abdelkader wordt zo de aap van de orgelman: zit stil en doe wat we zeggen, o wee als je iets beweert dat zich buiten de lijntjes bevindt. Of, in Ellis’ woorden: if you resist the threatening groupthink of ‘progressive ideology,’ which proposes universal inclusivity except for those who dare to ask any questions, you’re somehow fucked.

Het enige dat ik wél zeker weet, is dat we het over een eeuw allemaal niet kunnen navertellen. Tot die tijd hoop ik vooral nergens bij te horen. Ik ben van mezelf. Ik voel me meer verwant met mijn genderbendende millennial collega dan met de door Sarah Sluimer aangehaalde Gen X’er Giel Beelen; dit heeft met generaties niets te maken, wel met individuele voorkeuren.
Maar misschien is dat de nihilist in mij.

 

Archief

2020

juni maart januari

2019

november mei