Thomas van Aalten

Onze portretrechten: je staat op een digitale flyer voor de PVV

5 december 2016 | Reacties 0

Ik kijk niet vaak naar het twitterprofiel van Geert Wilders, zoals ik ook niet vaak kijk naar showworstelen of een bouwput in de stad. Het is populair bij een boel mensen, maar 't is niks voor mij.

Zonet deed ik het toch even; hij tweet tegenwoordig vooral tweetalig. Waarom dat is weet God alleen maar op 1 december verstuurde hij een digitale folder voor de PVV, die meer dan 700 keer werd 'geliket' en 433 keer werd geretweet.

De eerste drie foto's met bijbehorende teksten ('ons geld voor onze mensen', 'onze zorg', 'onze pensioenen') lijken afgezaagde stockfoto's. Maar bij 'Onze cultuur' staat een olijk duo van vrouwelijke zwarte pieten, met verder een blonde dame voor een Fortis-pinautomaat. Op de achtergrond een jongen die de lens inkijkt.

Het lijken me uit de databanken gegriste foto's. Dan kun je netjes de rechten hebben betaald, maar deze mensen hebben wel degelijk portretrecht. Hoe zou het daarmee zitten? Heeft de PVV netjes deze mensen ingelicht? Onze portretrechten.

Just sayin'.

 

Schrijvers moeten zoveel

4 december 2016 | Reacties 0


Vandaag las ik op de opiniepagina van de Volkskrant-website een gastcolumn van schrijver/muzikant Aafke Romeijn. Haarstandpunt was het volgende: 'Slechts één groep kritische denkers houdt zich stelselmatig afzijdig, en dat zijn de schrijvers van mijn generatie. Terwijl Erdogan de intelligentsia van Turkije het zwijgen oplegt, terwijl Wilders premier dreigt te worden, en terwijl Trump het één na het andere twijfelachtige figuur het Witte Huis in loodst, schrijven zij columns over de dodelijke twijfel die toeslaat net voordat je verjaardagsfeestje losbarst: staat er wel genoeg bier koud?''

Het wordt mogelijk pas écht een revolutie wanneer ze ook werkelijk de mensen die zij bedoelt, in het gezicht zal toespreken. Ik zie op de bij het artikel geplaatste foto (vermoedelijk willekeurig gekozen) Hanna Bervoets en Daan Heerma Van Voss; zij stellen in hun werk toch wel degelijk maatschappelijke thema's aan de kaak. Ook Abdelkader Benali, Christine Otten, Jamal Ouariachi en Simone van Saarloos - wat je er verder ook van vindt. Is het niet in romans, dan is het wel met journalistieke bijdragen.

Ik wilde niet perse mijn eigen harde tepels tonen, ontstaan door de dosis engagement in mijn bloed, maar ook ik gebruik regelmatig het woord om de wrede wereld te vatten. Nieuw is Romeijns appèl overigens niet; om de zoveel tijd roept een hoogleraar of een collega iets vergelijkbaars, met Joost Zwagermans verlangen naar meer 'straatrumoer' in de letteren als bekendste voorbeeld.

Maar zijn we daarmee automatisch beter dan iemand die een eenvoudig verhaal wil vertellen? Welnee. Wanneer de bommen onze beenderen verpulveren, is er niets zo troostrijk als een verhaal te lezen dat geen zier met die bommen te maken heeft.

Elke schrijver zegt in feite iets over de tijd waarin hij of zij leeft. En als dat betekent dat het een niets-aan-de-handa verhaal oplevert, bewijst dat alleen maar dat we er behoefte aan hebben in deze bange tijden. Geef de schrijver en zijn kapsel eens ongelijk. Het is niets meer dan fluiten in het donker, waar de groten der literatuur erg goed in waren.

Het beste voorbeeld is The Great Gatsby van F. Scott Fitzgerald, dat in de Tweede Wereldoorlog als pocket opleefde en ook na de oorlog werd verslonden door Amerikaanse soldaten met heimwee. De website Mental Floss schreef er vorig jaar nog over. Sommigen verbleven na het beëindigen van WOII noodgedwongen nog anderhalf jaar in Japan. The Great Gatsby was decadent, flirterig, vol jazz.

Als je het boek op zijn kant houdt, druipt de bitterzoete champagne zo in je schoot.

Ik wil niets liever lezen in crisistijd.

Een middenschool voorkomt geen klassenstrijd

29 november 2016 | Reacties 0

GroenLinks-voorman Jesse Klaver stuurde vandaag een tweet de deur uit naar aanleiding van een bericht op Nu.nl. ‘Ongeacht je afkomst, in Nederland hoort ieder kind dezelfde kansen te krijgen. #tijdvoor de moderne middenschool.’ Klaver heeft wat dat eerste betreft gelijk (wie is het met hem oneens?). Ik betwijfel of de middenschool de oplossing voor het probleem biedt, hoewel ik het idee sympathiek vind.

Ik sprak deze week een oud-student van me die een uitzonderlijke route had gelopen. De jongen (28) was ooit begonnen als vmbo-t-scholier, ging vervolgens naar het mbo (richting Personeel en Arbeid), stootte daarna door naar het hbo (Media, Informatie en Communicatie) en kon na een schakelprogramma terecht bij de opleiding Communicatie van de Universiteit van Amsterdam. Inmiddels doet hij promotie-onderzoek naar de invloed van ‘kiezersdata’ bij campagnes van politieke partijen.

Deze jongeman komt uit een gezin waarin de blik op de wereld ‘om hem heen’ verder ging dan de vierkante meters van het woonhuis, de televisie of de lokale sportvereniging. It’s the bildung, stupid. Dat weet Klaver, zelf een oud-vmbo-scholier, als geen ander. Je zou kunnen constateren dat het onderwijs thuis zou moeten beginnen, en dat de school verder bouwt.

De moderne middenschool (de toevoeging ‘modern’ doet het nu eenmaal erg goed, want de term ‘middenschool’ stamt uit de jaren zeventig van de vorige eeuw) zou volgens Klaver betekenen dat alle leerlingen, van vmbo tot gymnasium bij elkaar in de klas kunnen zitten. Van de website van GroenLinks: ‘Door het invoeren van een tweejarige brede brugklas krijgen kinderen langer de kans zich te ontwikkelen en kiezen ze pas later (op 14-jarige leeftijd) voor een onderwijsniveau als VMBO, HAVO of VWO. Zo worden kinderen niet al op de basisschool in het hokje VMBO of VWO geduwd, maar krijgen ze langer de kans om er achter te komen welke opleiding het beste bij ze past.’

In wezen verandert daarmee niets aan de aard van het probleem, je verlengt het alleen. In andere Europese doen ze dit al (Denemarken, bijvoorbeeld), maar dan rigoureus (van je 5e tot je 16e zit je bij dezelfde kinderen in de klas). Die twee jaar gaat het verschil niet maken.  

Wat maakt wel het verschil dan wel, volgens mij?

Ten eerste moeten we af van het idee dat minstens havo of hbo de ‘norm’ is, dat vwo en daarna de universiteit het streven is en dat vmbo en mbo  ‘minderwaardig’ zijn. Ouders krijgen vlekken in de nek van het predicaat vmbo. Sommige scholen noemen met het oog op de pr vmbo-t zelfs weer mavo.

Overdreven gesteld: ik denk niet dat we de scholier die leesvaardigheid doet op vmbo-kb-niveau helpen door hem in dezelfde klas te zetten als de gymnasiast die Multatuli bestudeert. We kunnen wél proberen dat we die eerste niet opleiden tot veredelde werkloosheid. Relevante beroepsopleidingen, waar je kwalificaties behaalt waar je trots op mag zijn, en dat het mogelijk blijft om te kunnen doorstromen. 

Elke scholier moet maar een “topper” zijn, iedereen is uniek, de rode loper ligt al uitgerold. Maar niemand op straat denkt dan aan een cv-installateur, supermarktmanager of magazijnmedewerker. Waarom niet? De bedrijven en arbeidssectoren (zorg, techniek) zouden veel meer met vmbo-opleidingen om de tafel moeten zitten: waar hebben we behoefte aan? En: werk meer samen met de regio. Het gebeurt gelukkig al wel, maar de politiek zou daar nog meer op mogen sturen.

Dan is er ook op de reguliere middelbare scholen een ouderwetse klassenstrijd gaande, waarbij de lagere sociaal-economische milieus het moeten ontgelden. Voor veel gezinnen is en blijft het: je hebt het leven, en je hebt school. Het is een moetje, een instituut dat eerder dwarsligt dan dat het je verder brengt.

Maar de 'bildung' van onze scholieren moet nu eenmaal wel voor een deel van thuis komen. In welk gezin wordt er gediscussieerd over maatschappelijke thema´s, wie sleept zijn kind naar een museum of de bibliotheek, wie kijkt er wel eens het journaal met ze? Waar leren ze hun argumenten voor en tegen vormen? Dat hoort bij de taak van opvoeden en algemeen ontwikkelen.

Niet makkelijk. Dit land telt meer commerciële tv-zenders, fastfoodrestaurants, snackbars en pretparken dan dat er boekwinkels, bibliotheken, musea en culturele podia zijn. Als ouders zelf geen initiatief nemen voor enige verdieping, kunnen de docenten al die scholieren helemaal kapotCKV’en, -CJP’en en -maatschappijleren, maar het is vechten tegen de bierkaai. Daar gaat een moderne middenschool ook niet bij helpen, ben ik bang.

Vlogger, influencer, topvoetballer, een dj in een helikopter of een Formule 1-racer met het logo van Red Bull op zijn helm, zanger in een talentenjacht, ja, dat heeft iets mythisch. Het circus met haar freaks verdwijnt uit het straatbeeld, en we hebben er nieuwe freaks voor in de plaats gekregen.

Stimuleer ouders om kinderen wat meer van de wereld om ons heen te tonen, die bildung waar ik het over had. En hoe stimuleer je ouders? Door de drempel te verlagen. Hoe verlaag je die? Met subsidie op nuttige ‘kennisbolwerken’ die ik hierboven omschreef. Dat kun je niet alleen aan het onderwijs over laten, zelfs niet als het een middenschool is.

 

Hoe Mohab zijn app en huis bouwde

24 november 2016 | Reacties 0

Deze zomer bood ik via een Facebookgroep voor vluchtelingen een autorit aan voor mensen die dat om wat voor reden nodig hadden. Ik schreef er  eerder over. Ik bracht Mohab en zijn vrienden op verzoek naar een camping in Angeren, stom toevallig een dorp naast mijn geboortedorp Huissen, waar ze een paar dagen van het mooie weer gingen genieten.

Mo, 19 jaar, vertelde de hele weg op de A2 en A12 over zijn visie op de oorlog in Syrië. Hij waarschuwde voor de lange arm van Poetin en de beperkte informatievoorziening in het Westen. Hij was bezig met een app voor vluchtelingen die net aankwamen in Nederland. Het viel alleen niet mee die app ook de Playstore van Google of de Appstore van Apple te krijgen zonder creditcard. Ik besloot hem daarbij te helpen.

Mo heeft nu zijn app RefInfo af, en is te vinden in de Playstore. De app biedt inzicht in het bureaucratische woud van instanties en loketten waar een nieuwkomer mee te maken krijgt: waar moet je zijn voor huisvesting, om de taal te leren, wat zijn de voorwaarden en de procedures? De teksten zijn zowel in het Engels als Arabisch. Hij wil het nu ook in Tigrinya laten vertalen vanwege de grote groep Eritreeërs in Nederland.

Hij heeft als statushouder nu ook een eigen containerwoning in Amsterdam Noord gevonden. Hij gaat zich nu storten op zijn inburgeringscursus en hoopt uiteindelijk te gaan studeren.

Je kunt je opwinding over de verschrikkingen wereldwijd op je Facebookwall daadwerkelijk omzetten naar iets constructiefs. Ik zie om me heen meerdere initiatieven van mensen die anderen helpen.

Of het de wereldvrede helpt betwijfel ik, maar het werkt het sowieso niet tegen. 

De dans met de gewone mens

12 november 2016 | Reacties 0

Foto: Robert LagendijkDe danse macabre met de gewone mens is alomtegenwoordig. Die dans is zo opzichtig, zo voorspelbaar, dat het een klucht is. Die dans gaat ongeveer zo: een politicus of een zichzelf verklaarde gezaghebbende deskundige vertelt in een talkshow of column iets over de leden van de ‘vergeten klasse’, alsof het een bijna uitgestorven primaat is.

Vaak worden dan archetypische beroepen gebruikt om de situatie te duiden. Beroepen als ‘de leraar’, ‘de politieagent’ en ‘de verpleger’, maar liever ‘de postbode’ en de ‘stukadoor’, als beroepen uit een prentenboek voor kinderen. De politiek heeft ze allemaal in de kou laten staan, menen de deskundigen. Vinden ze het gek dat leden uit ‘de vergeten klasse’ zich genoodzaakt zien om straks te stemmen op een protestpartij of sympathie te betuigen voor andere contrabewegingen?

Martin Sommer deed het deze zaterdag ook weer in de Volkskrant. De verkiezingen in Amerika zijn ook allemaal het gevolg van het grote negeren van de gewone mens. Had de elite nu maar geluisterd! Zeg, schreef Sommer, ‘ga eens op bezoek in Almere Haven, Limburg, West-Brabant of Purmerend’.

Ik ben voorstander van het ontworstelen aan bekende kaders en eigen navels. Maar Sommer plempt op die Opinie & Debat-pagina van de Volkskrant bijna elke week hetzelfde stukje: wij hebben het verkeerd begrepen, de PvdA heeft het verkeerd begrepen (de PvdA is onderhand de fonduepan van de democratie geworden: hoe konden we dát in de jaren 70 zo aanhangen, zie ze nu, stumperds!). Dezelfde Sommer die dertig jaar geleden nog de politie speels beschuldigde van etnisch profileren in een column voor NRC (‘Kleurling + autoradio = schuld’ van 22 oktober ’86, zoek maar op in het krantenarchief), en nu uit een heel ander vaatje tapt. Vervolgens schuift de rechtgeaard intellectueel de volgende ochtend net zo makkelijk aan bij de VPRO op Radio 1 en publiceert om de zoveel tijd een mopperboek over onderwijs, geschiedenis of Frankrijk. Martin Sommer in een pretpark, tussen gewone mensen? Bent u mal. Met geen stok is de intellectueel in flodderig kostuum met roosvlokken op de schouders in het reservaat van de gewone mens te krijgen.

En dat is precies de pijn van de gewone mens, het is als gas: wat willen we graag bij hem of haar zijn, maar hoe krijg je ze in vredesnaam te pakken? Staan ze te hossen op de tribune bij De Toppers? Mark Rutte, kies je momentum. Zijn de fans van Guus Meeuwis soms gewone mensen? Kijken ze naar de talkshow van Linda de Mol? Jesse Klaver, go. Het doet me altijd denken (en ik zal het vast vaker hebben aangehaald) aan die Koot en Bie-sketch van de journalist die de staker aan het hek bevraagt: de staker is toch zeker bóós, ja? En sta je hier nu in de kou en rook je je sáffie, ja? Waarop de geïnterviewde wat bedeesd en genuanceerd probeert uit te leggen dat het allemaal zo’n vaart niet zal lopen.

In ‘Lenz’, een mooi boek uit het begin van de jaren 70 van de vorige eeuw, beschrijft de Duitse romancier Peter Schneider het doelloze leven van een voormalig politiek activistische jongen die uit vermeende solidariteit in een fabriek ging werken. Eenmaal daar ontdekt hij dat dé arbeider helemaal niet bestaat. Hij bestaat en is waardevol zolang hij zich maar gedraagt naar de wensen van de marxistische praatgroepen, maar hij moet er vooral niet van afwijken. Mijn interesse was gewekt toen ik erover las in “Jongens waren we” van Chris van Esterik, over de totalitaire verleiding van de jaren 70.

De gewone mens, waar hij zich moge bevinden, is niet zieliger of tragischer dan minder gewone mensen; uiteindelijk wil het gros van de gewone mensen – vrij naar JG Ballard – een miljoen balkons in de zon. Allemaal veilig in de high rise in een resort aan een baai. Als de gewone mens de democratie kon verruilen voor een all inclusive vakantie, deed hij dat misschien. Dat doet pijn bij de redders, de bekommeraars en de hoeders van deze nieuwe emancipatiegolf: accepteer gewoon dat de postbode, de buschauffeur, de bakker, de verpleger en de stukadoor een engel én een beul, een crimineel, een patïent kan zijn.

Net zoals u en ik.

 

We schudden ons hoofd, Rosanne

1 oktober 2016 | Reacties 0

Toen ik het verhaal over de studententijd van columniste en microbioloog Rosanne Hertzberger las (die ik wel eens hebt ontmoet op een schrijversfeestje, een sympathieke dame die volgens mij destijds ging met die andere veel bejubelde NRC-columnist Arjen van Veelen, maar dat doet er niet toe en bovendien moeten ze dat zelf weten), besefte ik dat mijn wortels, mijn heden en mijn toekomst veel verschillen.

Ik heb me in academische kringen altijd een boerenlul gevonden, en dat is ongetwijfeld wederzijds. Het schrijven van boeken zie ik als een resultaat van hard werken. Ik krijg hoofdpijn van te lange artikelen in de Groene, van portretten in NRC over een Canadees-Zwitserse gentechnicus of als iemand weer op een Amerikaanse website een essay over meta-neo-kapitalisme en de invloed op TTIP én ons blanke zelfbeeld schrijft. Ik haal er mijn schouders bij op, ik lees liever een verhaal over Frank Sinatra of John Lydon.

Om de zoveel tijd spreek ik een onderzoeker. Vaak iemand die naar een Belangrijk Congres gaat (deze mensen doen altijd een PhD aan een faculteit waarvan de naam verraadt dat het om genocide, ethiek, feministische moraal en digitaal activisme gaat) waar dan toehoorders knikkebollend in een zaal naar een fletse powerpoint kijken die wordt toegelicht door een rijzig manwijf uit Portland die net de havervlokken uit haar wollen trui heeft geklopt.

Ik vier niet mijn leegte, ben geen anti-intellectueel. Integendeel.

Maar ik lees nu eenmaal liever een goed verhaal dan dat ik humorloze exercities moet doorploegen. De wereld van zichzelf verklaard academici staat ver van me af, inclusief alle riten en mores.

Zoals ontgroening.   

Ho, niet elke academicus koos voor een ontgroening bij een vereniging (en al helemaal niet het type academicus dat ik zonet beschreef). En ik weet dat er ook gewone studentenverenigingen moeten zijn, hordes (oud-)studenten hebben contacten voor het leven hebben gelegd. Maar soms praat ik met iemand die dan bij een anekdote vertelt: ‘Een dispuutgenoot van mij…’ of: ‘Een vriendje van mijn jaarclub…’ en dan moet ik altijd even met de ogen knipperen omdat ik niet goed weet hoe ik dat moet duiden.

Die zal wel bij een normale vereniging hebben gezeten, redeneer ik dan. Die heeft vast niet met een volgekakte Tena-lady op zijn hoofd naakt door de gehaktballenbak hoeven rollen. En nee, deze vrouw heeft zich niet laten uitschelden op een brug in het centrum van Amsterdam in de stromende regen, keurig op een rijtje in niets anders gekleed dan een vuilniszak waarna twee lange doucheloze weken aanbraken.

Het sentiment van ‘als groep sterker worden’ en ‘vrienden voor het leven’ heb ik nooit begrepen. Niet van een studentenvereniging, niet van een sportvereniging, nooit. Bovendien: ik ging slechts een jaar naar de universiteit om weer terug te gaan naar het hbo – een leitmotiv in verhalen over mijn schoolloopbaan (sinds een jaar ben ik trouwens weer aan het studeren, maar dat is een ander verhaal).

Ik denk, vermoedelijk zoals de meerderheid van de weldenkende goegemeente na het lezen van Rosannes koortsige poging om iets goed te praten: ‘Oh ja joh? Zat jij bij een vereniging waar je je voor hoer liet uitmaken? Moet jij weten.’

We schudden ons hoofd en lopen door.

 

Donor, do or die

14 september 2016 | Reacties 0

Ik naderde onlangs een rotonde bij de Sloterplas. Een gedrongen fietser met vettig kaal hoofd en zonnebril met olie-effect-glazen zag een afslaande auto niet vanwege de laagstaande septemberzon (of de chauffeur zag hem niet, daar wil ik van af zijn). De auto tufte rustig door richting Osdorp, maar de man stapte van zijn fiets en schold in het luchtledige in een ondefinieerbaar Oost-Europees accent. Hij zwaaide met zijn armen, midden op het zebrapad en bleef de inmiddels non-existente chauffeur nabrullen. Vervolgens was de verkeerssituatie die door zijn toedoen ontstond gevaarlijker.

Ik zag gisteren net zo’n verloren sujet om zich heen slaan en schreeuwen, alleen had hij nog iets meer van een ontheemde boreling (die kunnen zich ook niet altijd even helder uiten). Zijn naam was Bart Nijman, en hij deed op Geenstijl als Van Rossem zijn beklag ('Fuck you, fuck you for real') over de nieuwe donorwet waar D66-politica Pia Dijkstra zich hard voor maakte. 'Een boos' noemen ze dat.

Later kwam Van Rossem er nog eens op terug, maar dan mét alinea's. ‘Dan is er al een stukje van je fysieke integriteit afgenomen voordat je überhaupt zelfbewustzijn hebt, laat staan dat je afgewogen keuzes kunt maken.’ […] ‘Het gaat om de fysieke integriteit van een vrije burger in een vrij land.’ [...] ‘Verzetten tegen de groepsmoraal van D66 en jezelf alvast uitschrijven als donor doe je zo.

De donkere wolken die zich volgens Nijman en zijn boze volgelingen vormen boven ons land, hangen al dertig jaar boven België; sinds de jaren tachtig is de wet daar actief. Nu is er in België veel mis, maar gretige voodoodokters die een demonische economie in stand houden dankzij de woekerrente op huigen en trommelvliezen heb ik nog niet kunnen ontwaren.

Orgaantransplantatie is een complexe zaak. Niet iedereen komt er voor in aanmerking, er zijn vele mitsen en maren. Het is niet dat elke ‘ja’ daadwerkelijk een ‘ja’ wordt. Het beeld van dystopische slachtbanken waarbij overleden baby’s direct worden leeg getrokken, is quatsch. Wat niet overdreven is: er zijn mensen die wachten op een donororgaan. Er staan volgens de Transplantatiestichting jaarlijks rond de 1000 mensen op de wachtlijst voor orgaandonatie. Ook kinderen. Dat twitterde ik gisteren. ‘Bah! Je haalt er kinderen bij!’ reageerde Roland Brouwer. Tja, dat deed van Rossem zelf ook, omdat hij meent dat 'iedereen als donor geboren wordt, omdat de staat zo beschikt heeft'.

Zo lust ik er nog een paar. De staat leert ons ook om van kindsbeen af te stoppen voor rood licht, een ander niet te wurgen en niet andermans spullen te jatten. Sterker, als ouders geven we de staat gewoon een paar uur per dag de gelegenheid om onze kinderen aan het ouderlijk gezag te onttrekken in de vorm van onderwijs.

Ik legde mijn voeten eens op het bureau en probeerde door het kreupelhout van de vermeend liberale tirade te kijken: wat was nu Nijmans waarachtige bezwaar? En ik vermoed dat het te maken heeft dat het idee vooral uit de koker van het ‘vrome D66’ komt.

Er klinkt vervolgens nog wat gesputter over liberalisme. Linkje naar een dame die iets roept over John Locke, klaar. De VVD zegt op haar site bij monde van Arno Rutte: ‘Vaak wordt het idee genoemd om mensen automatisch donor te maken, tenzij ze daar bezwaar tegen maken. Maar er is nooit bewezen dat dat meer organen oplevert.’ Een ding weet ik wel: het is wel bewezen dat het minder organen oplevert als je het niet doet.

Ik noemde het gisteren ‘obsessieve hebzucht’ als je zo graag je lichaam voor jezelf wilt houden en een ander niet wilt helpen. Bovendien is er altijd de kans om 'nee' te zeggen. Automatisch organen doneren is dwang, zoals een schone lucht voor iedereen ook dwang is. Als een meerderheid in de Kamer beslist dat deze wet er moet komen, heet dat democratie.

Democratie is het vieze boekje waar hordes plebejers de leuter voor uit de broek halen (van Brexit tot het Oekraïne-referendum), maar het is wel hún vieze boekje.

 

Gooi dat lesboek weg en leer scholieren schrijven

31 augustus 2016 | Reacties 1

Er is al decennia een verontrustend lek in ons taalonderwijs. Sla de nieuwsarchieven er op na: docenten uit het hoger onderwijs worstelen met het taalniveau van de grote groep studenten die in het eerste jaar instroomt. De studenten zelf begrijpen er overigens niets van, en ik neem het ze niet eens kwalijk. Het goede nieuws is dat we er iets aan kunnen doen.

Hoeveel docenten leren hun scholieren echt een gedegen tekst opbouwen op een laptop of computer? Ik bedoel het heus niet hoogdravend: ik heb het over een simpel digitaal tekstbestand van een paar honderd woorden, opgedeeld in diverse alinea’s. Paar linkjes erbij, goede bronvermelding. Het is een gotspe. Het lijkt wel of de focus op de scholen nog altijd ligt op het maken van oefeningetjes met pen en papier.

Als docent van de Hogeschool van Amsterdam (Media, Informatie en Communicatie) sta ik soms versteld van de beperking. Onlangs kreeg ik nog een mail van een student die niet begreep dat ze voor de extra lessen schrijfvaardigheid in aanmerking kwam. In slechts drie zinnen wist de student in deze mail al ernstige fouten te maken. En ze had nog wel een keurig eindcijfer voor Nederlands, schreef ze beteuterd.

In het voortgezet onderwijs lijkt men zich dikwijls nog schuldig te maken aan het voorgekauwde hobbyisme dat menig lesboek voorschrijft: een beetje zinsontleding, wat moeilijke woorden, een berg tekstanalyse en met de moed der wanhoop nog wat literatuuranalyse. Schrijfvaardigheid en argumentatieve vaardigheden (Domein C en D uit de examenprogramma’s havo en vwo) zijn overgeleverd aan de willekeur.

Deugdelijk schrijfonderwijs is intensief: je moet aandacht besteden aan doelgroep en structuur, brongebruik, formulering, argumentatie, zinsbouw en (werkwoord)spelling. Geïsoleerd (op bijvoorbeeld een taaltoets) scoren scholieren prima, maar het probleem is dat vervolgens bijna geen enkele vervolgopleiding – laat staan een beroep! - dát van ze vraagt.

Geen mens twijfelt in de tram of in de Mediamarkt of hij die dag bij het avondeten een bijvoeglijk naamwoord zal gebruiken. Maar elke volwassen burger heeft er wat aan als hij een coherent verhaal kan opschrijven (wellicht mede dankzij het gebruik van zo’n bijvoeglijk naamwoord). Dat hoeft niet allemaal op het hoogste niveau, maar wel op het niveau dat past bij de opleidingsgraad. Al was het maar voor contact met de gemeente of de belastingdienst.

In ons onderwijssysteem kun je een hoge score voor Nederlands halen als je weet wat een naamwoordelijk gezegde, bijwoordelijke bepaling en een wederkerend werkwoord is. Vooruit, ook nog in combinatie met tekstverklaring over dorre onderwerpen. Ik vind het allemaal prima, maar het zegt verder niets over de uitdrukkingsvaardigheden van onze scholieren. Dat lesboek met uitgekauwde opdrachtjes mag eruit, en prikkelende, uitdagende vraagstukken voor passende schrijfopdrachten mogen van mij in de lesprogramma’s verschijnen.

De medewerkers uit het vervolgonderwijs zullen de taaldocenten van het voortgezet onderwijs dankbaar zijn.

 

De dwazen uit de teerzwarte aars

29 augustus 2016 | Reacties 0

Als tiener kon ik uren op het bed liggen met mijn handen onder mijn achterhoofd - zoals vele pubers, vermoedelijk - met de warme radiator naast me.

Het nummer dat onmiskenbaar bij die gemoedstoestand hoort is Another Day van The Cure, van hun debuutalbum uit '79. Vooral het middenstuk met de licht psychedelische, haast valse gitaar (maar die klinkt bij The Cure bijna altijd zo), dat uiteindelijk uitmondt in de beste schouderophaaltekst van de vorige eeuw:

'I stare at the window
Stare at the window
Waiting for the day
To go
.'

De lethargische nonchalance van een adolescent is funest voor opvoeders en leraren, maar we maakten er het beste van. Toen ik eenmaal de twintig was gepasseerd, maakte de nonchalance plaats voor de obsessies. Daarover een andere keer.

Nu ik de veertig nader, gebeurt er iets anders. De nonchalance is terug, maar in een andere vorm. Het bedekt iets.

Deze vorm van nonchalance is een sluimernonchalance. Die kenmerkt zich door hetzelfde schouderophalen als uit de tienertijd, maar dan niet uit waarachtige onverschilligheid of gebrek aan zingeving, maar uit zelfbescherming tegen de dwazen. En de dwazen zijn overal.

Ze zitten bij een politieke partij of opereren juist kansloos in de piepzak, het zijn columnisten, bozebrievenschrijvers, experts, minder bedeelden, vloggers, vrijbuiters, komedianten, klaagzangers, talkshowhosts en quizkandidaten, wetenschappers, meningologen.

De onderstroom druppelt uit een teerzwarte aars die zich ergens in dit universum schuilhoudt, besmeurd met oud bloed, omgeven door haperende media en verdorde resten van achterhaalde pamfletten.

En dan wandel je door de stad. Houdt halt op het Mercatorplein. O, het zinloos maar vermakelijk flaneren van de lokale jeugd. De geur van hoop: de scherpe uitlaatgassen, de koffie- en knoflookdampen uit de restaurants, sigarettenrook, de zoete geur van noga en fondant uit de ijssalons. En dan het gegiechel, het gefluit en gejoel en de gesprekken. Duiven fladderen op, de fontein klatert. De dwazen zijn ineens onzichtbaar.

Dwazen bestaan bij de gratie van het belang dat wij hen toedichten.

Van Homs naar Huissen

15 augustus 2016 | Reacties 1

Ik plaatste onlangs een bericht op de Facebookpagina ‘Wat is nodig voor vluchtelingenopvang in Amsterdam?” Ik bood mij aan als chauffeur voor wie van A naar B vervoerd wil worden. Vluchtelingen die ergens heen willen maar er de middelen niet voor hebben. Veel jonge vluchtelingen worden van hot naar her gestuurd. Dan hebben ze ergens een half jaar met iemand op een kamer gezeten, waarna ze vervolgens uiteen moeten. Er zijn voordeelkaartjes van de NS, kortingsacties: maar voor je het weet ben je een halve dag onderweg. Ik heb, in tegenstelling tot veel Amsterdammers, een auto. Als het zo uitkwam, wilde ik best kosteloos als legale snorder opereren.

Niet lang daarna kreeg ik een telefoontje van Sandra. Er woonde nu een 19-jarige Syrische jongen bij haar, en zijn vriend zat sinds kort in een AZC in Arnhem; ze kenden elkaar van de opvang in de Havenstraat in Amsterdam. Sandra werkt als vrijwilliger. Ze had bedacht dat het leuk zou zijn om ergens in de buurt van Arnhem te kamperen met haar twee kinderen en de jongens. Ooit waren haar ouders vanuit Argentinië naar Nederland gevlucht, dus ze was extra begaan met het lot van de jongens. ‘Een camping in de buurt van Arnhem? Toevallig, ik ben daar opgegroeid,’ zei ik.

Ik pikte eerst Sandra en haar twee zoontjes plus de Syrische jongen op, niet ver van mijn huis in Slotervaart. Bepakt en bezakt zetten we koers richting Gelderland.

Gedurende de rit praatte de jongen honderduit. Hij legde uit in wat voor een bureaucratisch web hij terechtkwam; hoe COA, IND en Vluchtelingenwerk elkaar regelmatig tegenspraken. Hoe hoop wordt afgewisseld met schuddende hoofden. ‘Mijn broertje zit in Zweden. Daar zijn weer andere regels. Ik wil dolgraag mijn ouders weer zien, maar zij kunnen geen kant op. Ze zitten twintig kilometer van Homs. Homs bestáát eenvoudigweg niet meer door de bombardementen.’ Hij vertelde hoe de zogenaamde internationale coalitie er met open ogen intuint. ‘Assad steunen is wel het domste wat ze kunnen doen. Jij dacht dat IS erg was: ik heb onder de wapperende vlaggen van Assad net zulke gruwelijke dingen gezien.’

De Russische vinger in de pap wordt steeds dikker. Poetin is de lachende derde. En dan die zogenaamde opvang in de regio. Ook hier gold weer: zoveel mitsen en maren, protocollen, wetten en eisen - de internationale bureaucratie voor oorlogsvluchtelingen is beestachtig. En dan hebben we het nu nog alleen maar over Syrische vluchtelingen.

Deze 19-jarige jongen had meer wijsheid in huis dan so called experts die dagelijks hun inzichten blaten op onze nieuwsmedia. ‘Je moet masterclasses geven. Syrië voor dummies,’ zei ik. Een informatiebureau voor journalisten. Maar eerst was hij bezig met een app. De meest urgente informatie voor gestrande en vaak getraumatiseerde vluchtelingen moest ontsloten worden. Hij was al een heel eind. ‘Tussen die vluchtelingen zitten vaak hoger opgeleiden. Artsen, maar ook verplegers. Die zitten nu te verpieteren en krijgen vooral te horen dat ze moeten wachten. De gelatenheid is het ergst. Het accepteren van het lot. Ik accepteer dit lot niet. Ik blijf doorvechten tot ik mijn ouders en broer weer zal zien.’

Ik ben opgegroeid in Huissen, in de buurt van Arnhem. Het navigatiesysteem van mijn Prius leidde ons door Huissen. In het oude deel van het dorp ziet het leven eruit als een programmaformat van Omroep MAX. Rotondes, kassen, een vrijstaande boerderijen met trampoline en droogmolen. Kijk, daar zat vroeger mijn kapper. Een autodealer. Draagt mijn achternaam, geen familie.

Terwijl ik op mijn 19e mijn geboortedorp verruilde voor Amsterdam ‘omdat het kon’, ontvluchtte deze jongen op zijn 19e zijn thuisland.

Sandra ontfermde zich onder de nieuwsgierige blikken van campinggenoten over de tenten. Ik ging de vriend uit Arnhem halen. Het AZC met slagbomen had net zo goed een non-descript, door protocollen verteerd accountantskantoor kunnen zijn. De vriend stapte achterin.

Ik liet het gezelschap achter op de camping, die ik vooral van de verhalen van vroeger kende. Reed over de eindeloze Rijndijk – kijk, links de kerktoren van Huissen, en daar, de openbare bibliotheek waar ik voor het eerst kennismaakte met literatuur – richting de Andrej Sacharovbrug. Ik hoorde banaal nieuws voorbijkomen over gouden plakken, besmette döner en het kwakkelende zomerweer.

Ik kon nog door mijn geboortestreek rijden, toeval of niet. Toen ik 19 was kon dat, en bijna twintig jaar later nog steeds.

 

Archief

2016

december november oktober september augustus juli juni mei april maart februari januari

2015

december november september augustus juni mei maart februari januari

2014

december