Thomas van Aalten

Beschaving mag wat kosten

31 augustus 2015 | Reacties 0

Het verrast mij inmiddels niet meer dat we in dit land discussies over opvang van vluchtelingen uit de brandhaarden moeten voeren.

Mijn primaire reactie als iemand in de vijver dondert, is die persoon proberen te redden - niet eerst de oorzaak zoeken waar en hoe de persoon te water is gelaten. Ongeduldig op de kant wachten op de hulpdiensten en ondertussen uitrekenen wat die hulpdiensten mij en mijn buren kosten om die persoon te redden; het zou niet in mij opkomen.

Wordt uw uitzicht belemmerd door gestapelde schaftketen waar een horde vreemdelingen in moet wonen, is dat uw bezwaar? Of is het u werkelijk om de poen te doen? Omdat huisvesting van vluchtelingen geld kost, omdat uw werkgelegenheid in de toekomst in het geding zou raken? Ja?

Ik geef toe, in een welvaart geven we genoeg uit aan krankzinnige zaken.

Anderhalf miljard euro zetten we in een jaar in Nederland en België om in attractieparken, dierentuinen en andere spots die ons vermaken (volgens branchevereniging International Association of Amusement Parks and Attractions). Dat zijn plekken die we voor de lol bezoeken, omdat we even niks beters te doen hebben.

We geven in Nederland in totaal zo'n 15,5 miljard euro uit aan vakanties in binnen- en buitenland.

Metro, het moederbedrijf van hifi-giganten als Mediamarkt en Saturn waar u uw Nespresso-snobisme en breedbeeld-tv's met bonkende games vandaan plukt, heeft in het eerste kwartaal van dit jaar 440 miljoen winst behaald, een stijging van 1,2 procent ten opzichte van vorig jaar. Goed, dat is de ganse Noord-Europese markt, maar hé. Het gaat echt heel slecht hier, we kúnnen ons geluk echt niet delen met mensen die vluchten voor terreur.

Ongeveer 65 miljoen euro aan vuurwerk wordt door ons in één week de lucht ingeknald. Iets minder dan dat bedrag trokken we uit voor de renovatie van een koninklijk paleis. Van één familie. Dat voordeel heb je omdat je nu eenmaal in die familie geboren bent.

Nu worden talloze vluchtelingen heengezonden, stelselmatig de deur gewezen of vermoeiende procedures ingevloekt. Kost ons geld, stupid. Dat nadeel heb je omdat je nu eenmaal in die familie in Syrië, Libië of Eritrea geboren bent.

Geeft u werkelijk de voorkeur aan breedbeeldtv's, vuurpijlen, all-inclusive vakanties, een achtbaan en een paleis waar u zelf nooit zult wonen in plaats van behoeftige planeetgenoten een warm welkom te bieden? Of is het 'het principe'? Zolang we ons nog genoeg vermaken en geld uitgeven aan bollocks, vind ik dat we principes best kunnen laten varen.

(Als u zich ook in wanhoop afvraagt óf u iets kunt doen, behalve uzelf pijnigen? Ja, dat kan. Word vrijwilliger bij en/of donateur van vluchtelingenwerk.)

Nieuwe roman voorjaar 2016

27 augustus 2015 | Reacties 0

Het rommelt al lange tijd bij Sanoma, bij Het Parool vallen ontslagen - waar gaat het in deze bange tijden eigenlijk nog goed op de (dag)bladenmarkt? Wel, in mijn nieuwe roman die voorjaar 2016 bij Nieuw Amsterdam verschijnt en waarvan ik de titel binnenkort onthul.

Een kloeke roman over de glory days van een hoofdredacteur en later uitgever, vanaf de jaren vijftig tot de jaren tachtig. Het Bureau ontmoet Mad Men, klein leed in desolate kantoorflats versus de grotestadsromantiek. Een ode aan de droom én nachtmerrie van de bladenindustrie.

En ik heb nog een spannende verrassing voor boekhandels (én lezers) in petto voorafgaand aan het verschijnen. Wordt vervolgd!

Je moet Jan Roos doodknuffelen

14 augustus 2015 | Reacties 0

Het is de ironie ten top. Veel voorheen beruchte PowNed-kopstukken slaan hun vleugels uit en belanden bij de grote sater: het establishment. Danny Ghosen belandde bij de EO, Jojanneke van den Berge stond korte tijd na haar vertrek nota bene naast Jack Spijkerman bij RTL en maakte daarna furore met haar prostitutie-breekijzer-tv, Daan Nieber vertrok naar Editie NL. PowNews-verslaggever Jan Roos vertrok ook bij PowNed, maar verkoos het ruige zwavelmoeras van internet – GeenStijl TV! – boven de Vinex-werkelijkheid, en dat siert hem.

Roos mag zich aan de buitenwereld graag presenteren als de échte laatste der opstandige Mohikanen (dat rijmt op Marokkanen). Dat hij gewoon een aardige jongen uit het fatsoenlijke Bergen is, met gewone gezellige familie, komt hooguit de lezer van zijn Fabulous Mama-columns te weten. Inderdaad, vrolijke niets-aan-de-handa proza in een glossy voor ouders. Ik neem het Roos niet kwalijk; hij heeft een winkel. Zoals de Hema-verkoopster ook niet in haar polo met Hema-logo hoeft rond te lopen als ze op zaterdag bijverdient met haar knutselwerkjes op de lokale braderie.

Jan Roos twitterde onlangs over zijn confrontatie met naar eigen zeggen een groep Marokkanen in Amsterdam-West. Dat het verhaal van de belaging iets anders in elkaar steekt dan de eerste signalen ons lieten geloven, concludeerde het Parool gisteren. Wat mij zo vermoeit is de opzichtige ontvlambaarheid in de kampen pro- en anti-Roos.

Waarom gaat het mis? De één ziet de eendimensionale ‘media-Roos’ die hij zelf graag met korting verkoopt. Roos zelf ziet op zijn beurt Marokkanen als een eendimensionale groep haatspray. De beeldvorming werd uiteindelijk voor iedereen te veel. Juist op straat, als de camera's niet draaien, is het misschien zinvol om die preoccupatie op te bergen. Blus voor de verandering een brand eens niet met benzine.

Volgens mij werkt dat constructiever dan, zoals Roos zelfs zegt, een soortement slaghout uit de kofferbak hijsen omdat hij ‘ervaring had met Marokkanen’. Nee, niet als de kluiten naar je kop vliegen, dan is het al te laat.

Roos, je bent een veel te zachtaardige familieman voor de vermoeiende strijd die je wenst te leveren. Is het niet frustrerend dat mensen je vooral kennen vanwege je opmerkelijke uiterlijk, je grote bek en nu wat kabaal op twitter? Wekelijks zat je op radio 1 in de nacht te zweten bij Echte Jannen. Wanneer een volgende keer iets vergelijkbaars gebeurt, wees dan jezelf in plaats van de reporter. Grote kans dat de situatie ontdooit. Dat maakt anderen misschien minder agressief, maar belangrijker: jou een winnaar. Nu kent deze situatie slechts verliezers.

De laatste tweet: ‘Na tientallen bedreigingen ben ik het hier wel zat. Ik ga u tijdelijk verlaten. Succes met dit doodzieke land.’ De beste les voor zijn tegenstanders: je moet Jan Roos niet bedreigen, gewoon doodknuffelen.

Dat dus.

Tarik

12 augustus 2015 | Reacties 0

Optreden Thom Yorke, rechts TarikIn de woonwijk De Zilverkamp in Huissen hadden we geen weet van postkoloniaal racisme (of juist wel, maar we vonden dat we er niet aan deden). Er bestonden wel grove grappen. We noemden onze vriend Tarik De Drievingerige Arabier (bij zijn geboorte ontbraken aan zijn rechterhand twee vingers), en we lieten hem regelmatig tot vermoeiens toe in vele compromitterende situaties terechtkomen. Hij kreeg het kleinste glaasje Martini, hij had de kleinste handdoek bij het zwembad, werd het vaakst geconfronteerd met het ongevraagd tonen van mijn blote, bleke achterwerk - enzovoort. We gingen samen kijken naar Gerard Reve op een literair festival, maakten samen muziek en hadden meningen over kunst en David Bowie.

Onlangs hielp ik mijn vader met het leeghalen van het huis in Huissen. Het huis is nu definitief verkocht. Ik had nog gedacht dat ik misschien overmand zou worden door melancholie, maar niets van dat alles. Het huis, daar kwam ik al bijna tien jaar niet meer, omdat mijn ouders al een ander huis hadden. Ze hielden het aan omdat mijn moeder nog in de buurt werkte (mijn vader is al met pensioen), maar nu is ze ook met pensioen. De waarde van het huis is ongeveer vertienvoudigd.

Op de zolderkamer van dat huis speelden Tarik en ik gedurende een jaar (ik meen '97) een spel. Ik had een grote elektrische schrijfmachine op mijn bureau staan. Om de beurt schreven we brieven aan elkaar, geïnspireerd door Reves brievenboeken. De een tikte zo’n vijfhonderd woorden terwijl de ander op bed naar het plafond met de schroten staarde. Zo wisselden we elkaar af, vaak meerdere avonden per week. Ook sloegen en trapten we uit verveling een oude knuffelbeer. En Bowie en Suede snerpten maar door de speakers. 

Nu, twintig jaar later, is dit de wereld waarin we leven: ik zit in feite nog altijd avond aan avond achter een elektrische schrijfmachine, al heet dat nu een laptop en is Tarik vervangen door de anonieme koper en lezer van mijn werk. Goed, de loopbaan en het privéleven kreeg extra chroomlaagjes (ik ging wonen in Amsterdam, trouwde, kreeg kinderen, scheidde, kreeg nog een kind) maar verder heb ik nog dezelfde mening of kunst en David Bowie.

En Tarik? Hij deelt tegenwoordig als visueel kunstenaar een podium met Thom Yorke. Dat is de ware fantastische kosmos: dat op die nu niet langer meer existente kamer van mij twintig jaar vermoedelijk een muziektijdschrift lag met het luie oog van Yorke op de cover. Ik had vroeger vast een mening over Thom Yorke, maar vooral nu over Tarik: knap voor zo’n jongen van de Zilverkamp uit Huissen, die het van ons altijd met Martini uit een eierdopje moest doen. Ik denk nog vaak aan je, broeder.

 

Aan de gang blijven

4 augustus 2015 | Reacties 5

Ik wachtte iets voor achten in de ochtend voor de deur van de Albert Heijn aan het August Allebéplein. Een vrouw in een scootmobiel stond, of nouja, zát naast me. Ze was het type vrouw dat alle lessen al had geleerd, de gesel van ongenoegen kende. Oud kon ze niet zijn (ze had minder rimpels dan een bejaarde), maar alles aan haar was versleten en moe gestreden. Ze at een snoepje en gooide de plastic wikkel op de grond. ‘Dat leer ik mijn dochters toch anders,’ zei ik en bukte om het vervolgens in de prullenbak te gooien. ‘Dan kun je wel aan de gang blijven,’ riep ze. ‘Dat klopt,' antwoordde ik. 

Ik heb de afgelopen weken, en uiteindelijk maanden, in een vacuüm gebivakkeerd van in het wit gehesen personeel, ontsmettingsalcohol, apparatuur en vooral talloze data (milliliters medicijnen, aangepaste voedingen, grammen gewichtstoenamen, graden Celcius, saturatiemetingen, zuurstofwaarde van het bloed, hartslagen, maar uiteindelijk ook het aantal euro’s dat ik aan parkeerautomaten heb gedoneerd).

Bij geboorte was mijn dochter 1,2 kilogram. Na een paar weken op de neonatologie-afdeling van de VU, gingen we naar het OLVG en was er een paar honderd gram bij gekomen. Ik ben zoals u wellicht weet behalve schrijver ook docent in het hoger onderwijs, dus de pruimentijd van de vakantie heb ik nuttig kunnen besteden – bij een bankier maar ook een eenvoudige kraanmachinist was het misschien minder soepel gegaan.

Er bestaan stop motion films waarbij de camera gericht is op een gewas in de natuur, en dat je met het verstrijken van de tijd de knop ziet opengaan en er uiteindelijk een fraaie bloem ontstaat. In sommige frames zie je een beetje regen, wat wind en in andere frames weer de felle zon. Zo is het de afgelopen tijd bij mijn dochter gegaan. Bloedtransfusies, hersenscans, antibiotica vanwege twijfel over een infectie, ogenschijnlijk levensbedreigende situaties door verslikking. Maar daar tegenover stond de groei van mijn dochter, de voorzichtige conclusie dat die cyste in het hoofd niets zal hebben aangericht en straks is opgeruimd, dat ze al snel de sondes en slangetjes uit haar neus trok en begon te drinken als een dorstige Roemeen, haar wilskracht om dit leven vol tegemoet te gaan.

Sinds twee weken is mijn dochter thuis. Overmorgen had ze geboren moeten worden. Voor een baby die nog in haar moeders buik had kunnen zitten, doet ze het opmerkelijk goed.

En ik kijk terug op een kwartaal vol doodsangst en vrees en denk, nu het stabiele gezinsleven weer kaders begint te krijgen: zo, en door. Een paar dagen geleden gaf ik haar om zes uur 's ochtends de fles en ik keek tegelijkertijd op NPO Gemist naar de documentaire over Frank Sinatra. De kleur van de lucht buiten was als van een koele zee. Het huis sliep nog, maar mijn dochter en ik waren met Sinatra.

Langzaam ontwaak ik uit het vacuüm en open ik de ogen voor trivia: een hijskraan valt om op een trits huizen en er zijn geen doden. Ik vraag me, turend naar de achterzijde van een verzamelplaat van Dean Martin, af wat er gebeurd kan zijn met Gerard de Vries, de zanger in blokblouse. Vandaag lees ik in de krant dat hij in juni het leven heeft gelaten. Het regent buiten en het ruikt zoals regen alleen in de zomer kan ruiken: naar vochtige warme tegels, naar bewaterde planten. Eergisteren zaten mijn andere twee dochters nog naakt in een roze kunststof schelp op het balkon. Op de jazz-zender uit San Francisco speelt iemand traag trompet.

We blijven aan de gang.

 

De vette trui van Imane

15 juni 2015 | Reacties 0

Imane is 9 jaar. Ze is de zus van Loubna. Imane heeft haar winterjas aan, hoewel het weer best mild is. Ze heeft een mooie roze fiets die sinds kort weer in bedrijf is. Haar vader had zelf een ketting gekocht en erop gezet. 'Want bij de fietsmakelaar kost dat twintig euro.'

'Dat is knap,' zeg ik. 'Ik ben niet zo handig.'

'Kunt u wel goed koken?'

'Dat wel.'

'Wat gaat u vanavond maken?'

Ik som de eenvoudige dis op: zalm, broccoli, friet. Ze denkt bij elk element van de maaltijd na. Ze knikt bedachtzaam.

Het broertje van Oumaima heeft een stapel dierenkaartjes van de AH. Hij laat me de cobra zien en leest de begeleidende tekst voor. De cobra kan na een beet met zenuwgif een mens verlammen.

'Dan ben je nog niet jarig,' zeg ik.

'U gebruikt veel uitdrukkingen,' zegt Imane.

'Dat klopt.' Ik wil nog toevoegen dat oude mensen dat vaak doen, maar straks neemt ze me nog serieus.

'Ik ken er ook een paar: met een mond vol tanden staan. Lachen als een boer met kiespijn. De appel valt niet ver van de boom.'

'Dat weet je goed. Is dat laatste geen spreekwoord? Hoe ken je die allemaal?'

Ze haalt haar schouders op. 'Geleerd van een vriendin die dat weer bij huiswerkbegeleiding leerde.'

'Erg knap.' Haar fiets gaat van hand tot hand op het plein. 'Ik ga maar eens koken,' zeg ik.

Maar Imane is nog niet klaar. 'Wacht even. Kijk, ik heb een vette trui.' Ze knoopt haar jas open en laat de opdruk zien met een opgenaaid stukje stof dat open en dicht kan als een deur. Het moet een tas voorstellen.

In de lift naar boven denk ik: dat is ook een uitdrukking, ik zou terug moeten gaan om dat te vertellen. Maar verheffing kent ook grenzen.

Ouders en hun beste vrienden

8 juni 2015 | Reacties 0

Ik fietste vandaag door de PC Hooftstraat in Amsterdam. Ooit het symbool van het nieuwe geld, nu een verwaaide verzameling etalages met mannequins en doorgang voor schoolgaande jeugd. Een scholiere, ik gok een jaar of veertien, klaagde tegen haar vriendin die naast haar fietste over haar moeder. ‘Hier koopt mijn moeder altijd haar kleren. Philippa K.’ ‘Ja, de mijne ook,’ reageerde de ander. ‘Ze geeft echt veel geld uit aan kleren.’ ‘Niet normaal hè?’ ‘Ze zijn gestoord.’

De flard van de dialoog van deze tiener legt precies bloot wat er is mis is met de generatie die zelf is opgegroeid met nieuwe grenzeloze idealen. Op sociale media, in het publieke leven en op televisie zijn opvoeders zelfs nog eeuwig jong. En nog verontrustender: jongetjes zijn miniklonen van hun vader, en vaak past de vader zijn kleding- en levensstijl aan aan die van zijn zoon: hoodies, gympen, een nieuw glanzend gadget met ludieke spelletjes. Dochters staan lachend met de wittewijnmoeder op de foto, #bestfriend.

Onlangs zag ik de documentaire Geef me ‘s ongelijk over een 15-jarige intelligente maar ontheemde scholier op wie niemand enige vat leek te hebben. Zijn vader en moeder, die ongetwijfeld veel liefde in huis hebben, spraken met hem alsof het op z’n best een bij vlagen bijdehante buurjongen was. Hoewel een documentaire altijd een vertekend beeld geeft, waren ook deze gesprekken aan de keukentafel (waarbij het praten over de inname van wiet net zo gewoon was als een voetbalwedstrijd) exemplarisch. De vader die net wat te goedmoedig tegen zijn blowende zoon optreedt - Nederlandse ouders zijn nu eenmaal graag beste vrienden met hun kroost, constateerde ook Sheila Sitalsing in de Volkskrant. (De leukste anekdote over een thuiswonende eerstejaars die ik ooit lesgaf: ‘Meneer, sorry dat ik laat ben, maar ik zocht een parkeerplek en ik kon de creditcard voor de parkeerautomaat niet vinden…’)

Het is prijzenswaardig dat de dorre behouden jaren vijftig met de ene restrictie en beperking na de andere achter ons liggen. Maar dat betekent niet dat ouders en kinderen gelijk zijn. Zonder weerstand geen ontwikkeling. Zonder weerstand geen creativiteit. Het ergert me dat er op televisie zoiets pervers is als The Voice Kids en Superkids. Het zijn de eeuwige volwassenen (juryleden als Tijl Beckand en Dinand Woesthoff) die denken te bepalen wat de norm is voor kinderen; rol voor elk kind dat een zuivere A zingt maar een rode loper uit. Kom, en treed toe tot onze wereld! Want we willen allen maar één ding: elkaar huggen

Ik zeg het maar recht in het gezicht van al die post-1968’ers met kinderen die met hun schoolloopbaan en studies worstelen: als jullie kinderen echt zo fantastisch zijn, doe dan alsjeblieft een stap achteruit zodat ze écht leren hoe het is om groot te groeien. Het mag pijn doen. Niet met z’n allen op vakantie naar Thailand, gewoon een saaie vakantie met vouwcaravan en veel verveling. Niet elkaar taggen op Facebook, maar gewoon zeuren over rommel in hun kamer. Stop met delen en liken van de youtube-liedjes van uw kind dat net een noot kan aanslaan. Gedraag u als een ouder en beschimp hen eens ouderwets en zeg dat het in jullie tijd allemaal heel anders was. Vijftien instagramfoto’s van uw kanjer op de Groep 8-musical maakt het kinderego ongezond groot.

Als vader van drie jonge dochters kan ik niet wachten tot ze ouder zijn en ik de brommer van een van de nieuwe minnaars hoor. Niet: ‘Hey Max, blijf je eten?’ vanachter de barbecue, maar: ‘Zo, Max. Lees je wel eens een boek?’ vanuit mijn fauteuil.

Wie hun beste vrienden zijn, maken uw kinderen lekker zelf uit.

 

De derde dochter en haar witte engelen

17 mei 2015 | Reacties 1

Er zijn mensen die kinderen hebben om mij schier onbegrijpelijke redenen. Ze laten ze los in de publieke ruimte zonder ze te vertellen wat de regels in het reservaat zijn; ze laten ze de vrijheid van anderen beroven, ze laten ze stompzinnige liederen zingen, de monden plakkend van fluorescerend snoepgoed, als een vuilnisauto die zijn troep verliest een spoor van ellende achterlatend. Een kind opvoeden is zeker voor een demagoog als ik serious business. Laverend tussen de attitude van een totalitair staatshoofd en van de Heiland zelve, een die tuchtigt en een die liefheeft. Ik ben een pedagogisch stilist: groet in de lift, glimlach tegen de caissière, wees goed voor mens en dier en wees vooral, vooral liefdevol.

Het was dan ook een prettige verrassing toen in dat waterige en grijze najaar van 2014 bleek dat ik nogmaals een kind zou krijgen. Deze keer van mijn nieuwe geliefde maar deze keer wederom – zo bleek na de vermaarde echo – een dochter. De derde dochter (voor mij dan). Ik weet niet wat er in mijn zaad zit, ik maak nu eenmaal graag vrouwen. Vroeger speelde ik alleen met de meisjes, ik had liever juffen dan meesters en later had ik vooral vrouwelijke werkgevers. Mijn boeken worden grotendeels door vrouwen gemaakt; van redacteur tot uitgever. Ik gedij beter in een wereld die door vrouwen gedomineerd wordt en ik denk dat dat komt omdat mijn moeder groot en sterk is als een blonde viking en mijn vader kleiner van stuk (en die geringe lengte overigens compenseert met gevatte welbespraaktheid en uren in de heilige keuken). Hun trouwfoto is prachtig: mijn lange moeder die ietwat omlaag kijkt naar mijn vader.

Afijn, begin augustus 2015 zou de nieuwe Van Aalten zich aandienen.

Twee weken geleden begon echter een bizarre trip richting VU Medisch Centrum, nadat er complicaties optraden waarover ik nu niet zal uitweiden. Maar ik reed nog nooit zo snel over de Ring A10 in de ochtendspits (althans; ik reed niet, dat deed de ambulancebroeder).

Een periode van hoop en vrees maar vooral onwetendheid zette in. Talloze echo’s, weeënremmers, prikjes voor de longrijping van het kind dat zich nog prima leek te voelen in het lichaam van mijn geliefde.

De vragen werden afgelopen donderdag beantwoord toen bleek dat het lichaam van mijn geliefde zich klaarmaakte voor een bevalling. Zo’n drie maanden te vroeg dus. Rondgooglend en vademecums raadplegend wist ik: een kind van 28 weken oud, dat is een kwetsbare situatie.

De ochtend van de bevalling, 14 mei (Hemelvaartsdag!), werden we net als de voorgaande weken bijgestaan door fantastisch bekwaam personeel van de afdeling Verloskunde. Verbijsterd zag ik door mijn tranen wazig geworden blik hoe mijn dochter ter aarde kwam en zij werd overgedragen aan een team van witte engelen. Zij troostten en bejubelden ons en riepen dat de dochter het fantastisch deed. De jongste Van Aalten is 36 centimeter en weegt 1,2 kilo. Ze werd in een plastic zakje als van de groenteafdeling in de Lidl gestoken en warmgehouden, gelezen, verzorgd, ingeplugd, uitgekamd, doorgescand, en even later lag ze in een warm bakje van plexiglas (het Giraffe Omibed) waar ze de komende tijd bivakkeert en liefdevol wordt verzorgd door kundige mensen.

En het gaat goed. We zijn nog maar drie dagen verder maar het gaat goed met ons, beter dan de afgelopen weken.

Voor de rest van haar leven, waarbij ze nog volop geconfronteerd zal worden met rampspoed en onheil omdat de wereld nu eenmaal is zoals die is, maar met evenveel liefde en bewondering van haar ouders, zal ik haar zeggen dat ze dankbaar moet zijn, dankbaar voor de witte engelen van de medische wetenschap der natie. En de geur van handalcohol zal ik altijd associëren met een tijdperk van genade en rust.


 

Gekke dingen

11 mei 2015 | Reacties 0

Mijn oudste dochter komt boven. 'Dat meisje zegt dat ze Nederlanders stom vindt.' Ze wijst vanaf het balkon naar beneden naar een meisje in de speeltuin dat ik al vaker van alles en nog wat heb horen beweren, vaak vol drama.

'Dat is knap,' zeg ik. 'Wat is ze volgens zichzelf dan?'

'Morokkaans,' zegt mijn dochter.

'Nou,' zeg ik met mijn handen in de zakken. 'Ze is gewoon Nederlands. Ze is hier geboren. Ze woont hier. Ze spreekt Nederlands. Heel veel meer kan ik er niet aan doen.'

'Ze vindt Nederlanders allemaal stom,' zegt mijn dochter, nu ook met extra drama.

'Welnee.' Ik slof het huis uit, stap de lift in. Mijn dochter achter me aan.

Ik loop naar Loubna, klein maar rond voor haar leeftijd. 'Ha Loubna. Zeg. Wat vind je eigenlijk van jezelf?'

Ze kijkt alsof ik mijn broek laat zakken. 'Dat heb ik niet gezegd,' roept ze en kijkt wat vinnig mijn dochter aan.

'Wat niet?' vraag ik.

'Ja, zij pestte mij ook.' Ze wijst naar mijn dochter. Het gezicht is bezweet van het lange buitenspelen. Ze zegt verbaasd, niet eens verontwaardigd: 'Nou nee hoor, pap.'

'Zeg, hoor eens. Waar gaat dit over?' vraag ik aan Loubna en mijn dochter. 'Wat is dat voor gedoe over Nederlanders en Marokkanen, joh?'

'Ik ben Morokkaans,' zegt Loubna en begint rondjes rond de glijbaan te rennen. Ze wordt geroepen vanaf een ander balkon, op de begane grond. Ze ziet haar kans schoon. 'Ik moet weg, doei.'

'Weet je wat? Ik loop wel even mee. Even gedag zeggen tegen je moeder.' Ik stuur mijn dochter naar binnen. Loubna snelt vooruit.

Op het balkon staan twee gesluierde vrouwen. 'Ik heb even met Loubna gepraat over onze wortels,' zeg ik. 'Ze zei volgens mijn dochter dat ze een hekel had aan Nederlanders. Ik zal het wel verkeerd hebben begrepen.'

Loubna kijkt naar het balkon; haar blik schreeuwt rampspoed. Haal die kinderlokker weg, mama. De vrouw zeggt: 'Wij zeggen dat soort dingen niet, hoor. We zijn toch allemaal hetzelfde, Loubna?'

'Zo is dat. Alleen wat andere wortels.' Ik leg bij Loubna een bemoedigende hand op haar schouder. 'Fijne avond nodig.'

'Ze is klein hè,' zegt de andere vrouw nog. 'Dan zeg je wel vaker gekke dingen.'

Politiek van de grootmacht bestaat niet meer: tijd voor echte thema's

8 mei 2015 | Reacties 0

“I hate purity. I hate goodness. I don't want any virtue to exist anywhere. I want everyone to be corrupt to the bones." (1984, George Orwell)

Het valt te verwachten dat de uitslagen van de verkiezingen in het Verenigd Koninkrijk net zo’n politieke aardverschuiving veroorzaken als in landen om ons heen. Hoewel de forse winst van de Schotse Nationale Partij niet is te vergelijken met die van de tories (nationaal is iets anders dan nationalistisch; SNP is in wezen sociaaldemocratisch en zit zelfs met de Groenen in het Europees Parlement), zegt de verkiezingsuitslag aan de andere kant van het kanaal veel.

De 21e eeuw markeert een ommezwaai. De kritische burger laat zich niet vertellen wie of wat hij vertrouwt, dat maakt hij zelf wel uit. Maar zo goed we ons laten informeren over de aanschaf van een tv, zo slecht laten we ons informeren over de politiek.

We zijn nu halverwege de jaren 10, en als iets kenmerkend is, is het het einde van grote partijen (denk aan de houtje-touwtje-uitslagen van onze Tweede Kamerverkiezingen), grote banken (nooit eerder waren we ons zo bewust dat we alleen kunnen kiezen tussen kwaden), grote winkelketens (een bakker die zijn brood bakt vinden we nog wel de moeite) en ineenstortende industrieën (muziekmaatschappijen, uitgeefconcerns, omroepen). Onze digitale infrastructuren helpen ons daarbij: er is meer informatie, meer achterdocht en steeds minder vertrouwen.

We kunnen ons hele leven samenstellen met losse onderdelen uit een bouwdoos: pensioenfonds daar, energieleverancier zus, telefoonmaatschappij hier, en dan ons vervoer, boodschappen, onderwijs, zorg... Keuze genoeg. Zelfs godsdienst en spiritualiteit kunnen we zo particulier maken als we zelf willen. Het is de ultieme postmoderne gedachte.

Omdat we eigenlijk niet meer zichtbaar gebruikmaken van één gezamenlijke dienst maar van verschillende diensten, ontstaat het idee dat we allemaal een eigen leven op maat hebben. Er zijn overeenkomsten met de keuzes van de buurman, maar minstens zoveel verschillen. Het leven is niet uniform, in tegenstelling tot decennia geleden.

Toch is onze politiek nog steeds gericht op grootmachten. We stemmen eens in de zoveel tijd op partijen en bewegingen in verschillende rondes. Ineens vinden we dan de politieke partij als 'merk' (vorm, retoriek) toch belangrijker dan de thema’s (inhoud). We gaan op independer.nl voor het beste aanbod van televisies en verzekeringen nadat we een keuze hebben gemaakt, maar bij verkiezingen kan dat niet.

Een stemwijzer lijkt erop, maar politiek is niet één dienst; een progressieve opvatting over onderwijs, een rechtse opvatting over infrastructuur, een groene opvatting van het energievraagstuk en een rechtse opvatting over migranten – in onze democratie kan geen burger op dat moment daarvoor kiezen! Ik vind dat vreemd. Democratie is daardoor een stroperig instituut. Gevolg: steeds minder mensen geloven er nog in.

Politici en andere beleidsmakers moeten beseffen dat je vertrouwen alleen terugwint door te laten zien dat je ook echt verstand van zaken hebt over de thema’s. Ik zou pleiten voor een systeem waarbij je op thema’s kunt stemmen. Hoe meer burgers op een bepaald thema stemmen (onderwijs, zorg, veiligheid) en ook welke invulling van die thema’s daar aan gegeven moet worden, hoe duidelijker de taak voor de politiek.

Nu moeten de partijen zelf roepen welke thema’s ze belangrijk vinden (GroenLinks voor verduurzaming en socialer beleid, PvdD voor dieren, PVV tegen de islam, enzovoort), maar we kunnen nooit zien welke draai ze er echt aan zullen geven. Gevolg: diverse Kamer- en raadszetels worden opgevuld door ambitieuze mensen, maar dikwijls ook door luchtfietsers. Oppositie voeren en wetsvoorstellen indienen zijn de enige rimpelingen die je aan kunt brengen in die vijver.

Een coalitie van PvdA en VVD bestuurt dit land. Een coalitie van SP, D66 en VVD bestuurt nu samen de hoofdstad waar ik wonen. Socialisten en gelegenheidsliberalen gaan pas nadenken over een coalitieakkoord nadat burgers op hen hebben gestemd!

Het politiek stelsel is nog ingericht op een systeem uit een tijd dat een arbeider uit Zaandam per definitie sociaaldemocratisch stemde. Maar zo’n archetypische arbeider bestaat niet meer; het is een permanent verontwaardigde burger met flatscreen geworden die licht ontvlambaar vooral proteststemmen uitbrengt. Sociaaldemocratie bestaat in wezen ook niet meer, het is een verontrustend amalgaam vol oneliners met ‘doorpakken’ en ‘orde op zaken’.

Een democratisch systeem is pas democratisch als een burger kan meedenken en beslissen over wat direct belangrijk is voor hem en haar. Syndicalisme in plaats van centralisme. Niet dat die burger slechts naar een tv-show kijkt en aan de hand daarvan een (toekomstige) keuze maakt. Ik wil van tevoren weten wie de portefeuille zou kunnen krijgen, en niet dat er na een tijd een konijn uit de hoge hoed komt die ik daarvoor nog niet gezien had.

Ik vrees alleen dat dit land over een eeuw pas deze vorm van themapolitiek aankan. Toegeven dat het in de politiek namelijk om de inhoud in plaats van de vorm zou moeten gaan, vereist een andere attitude.

Archief

2015

augustus juni mei maart februari januari

2014

december november oktober september augustus juli juni mei april maart februari januari

2013

december november oktober september