Thomas van Aalten

Femke

29 juni 2018 | Reacties 0

Toen ik naar Amsterdam kwam, was ik 18 jaar. Schelto Patijn was toen de burgemeester van dienst, en ik meen mij te herinneren – al kan dat voortkomen uit de nevel der fantasie – dat hij alle eerstejaars van de universiteit toesprak in een kerk. Ik moest de stad nog uitvinden. Heel veel verder dan Magna Plaza, het Leidseplein, een kroeg op de Spuistraat en het PC-hoofthuis kwam ik niet. Van een burgemeester verwachtte en wist ik verder niet veel.  

Mijn 19e verjaardag vierde ik in september 1997 in een door tl-balken verlichte keuken in het studentencomplex Uilenstede in Amstelveen, waar ik minstens evenveel kerosinedampen dankzij Schiphol heb geïnhaleerd als een gemiddelde onderhoudsmonteur van KLM.

De eerste keer dat ik mocht stemmen voor de Tweede Kamer, kon dat nog via een elektronisch paneel dat was opgesteld in een zaaltje op loopafstand van de Kalfjeslaan in Amstelveen. Ik stemde GroenLinks (Rosenmöller) en werd een paar jaar later lid van de Socialistische Partij, want ik dacht: je moet links zoveel mogelijk stutten. Lid worden van de een, stemmen op de ander. Toen ik echter om de zoveel tijd gebeld werd met de vraag of ik niet eens ‘in actie’ wilde komen voor de SP, en ik herhaaldelijk de Gauloises sans filtre-tronie van Jan Marijnissen in de katernen van het lijfblad Tribune onzin zag uitkramen, trok ik de rode stekker eruit.

Met de sociaaldemocraten van de PvdA heb ik altijd al een band gehad als die ik met Elton John had. Ik vind hem een groot artiest, maar ik draai het zelden. Ik moet wenen als Yellow Brick Road eens langskomt, maar the Circle of Life vind ik wanstaltig. Den Uyl is mijn Yellow Brick Road. Als hij uit de dood zou herrijzen, werd ik prompt zijn stafmedewerker. Zijn dagboeken, interviews en de biografie van Anet Bleich verslond ik. De danse macabre van de afgelopen jaren werd de ondergang van de PvdA, geheel in lijn met het afbrokkelende sociaaldemocratische bastion in het Europa van de 21e eeuw. De Nivea-smile van Blair was eigenlijk al een omen.

GroenLinks kreeg in mijn volwassen leven pas echt gestalte onder Halsema, en zij en haar team gaven de partij een nieuw élan dat mij vrolijk stemde. Niet de dogmatiek, maar de vrijzinnigheid van weleer voerde de boventoon. De PSP-poster van de naakte vrouw voor de Hollandse koe, maar dan 2.0. Je kon een stropdas dragen en toch vrolijk de anarchie prediken. Van de socialisten was ik inmiddels zover afgedreven; ik was nota bene een dromer over Paars III en bombardeerde me zelf tot een liberaal die GroenLinks stemde. Een liberaal, das war einmal. Mettertijd ben ik eigenlijk steeds linkser geworden. Op zijn best ben ik nu een anarcho-liberaal.  

Femke Halsema was als partijleider geen pragmatisch technocraat, maar een intellectueel visionair met karakter. Het is nogal eens verward met arrogantie. Ze vertrok uit de nationale politiek, een rommelig proces over haar opvolging volgde; ik zegde mijn lidmaatschap op (dat zijn de ergste). Ik heb altijd trouw GroenLinks gestemd omdat het partijprogramma nu eenmaal aansluit op mijn eigen ratio en rede.

Onder fractievoorzitter Rutger Groot Wassink (en anderen) werd de partij de laatste jaren groot in Amsterdam. GroenLinks is inmiddels vrij modieus en staat nu te boek als volkspartij-in-de-dop (inclusief landelijke partijleider die ook bij Koffietijd aanschuift en Guus Meeuwis-fan schijnt te zijn).

Helemaal onlogisch dat er in Amsterdam een GroenLinks-burgemeester zou komen, was het niet. Toen de naam van kandidaat Femke Halsema uitlekte, hoorde je de mensen om je heen al de noodklok luiden: wat vonden we nu ook alweer van Halsema? Wat kán ze nu werkelijk? Als ze maar niet denkt dat. Als zij burgemeester wordt, dan. Spasme van de onderbuik ging duidelijk vóór het voordeel van de twijfel.

En wat dacht ik?

Sinds december 1999 ben ik officieel inwoner van Amsterdam (ik verhuisde van Uilenstede naar een gehorige en tochtige etage in de Czaar Peterstraat).

Inmiddels durf ik te zeggen dat ik de stad kan lezen. Ik vind er wat van, de stad. Twintig jaar na mijn aantreden als eerstejaarsstudent heb ik ook wat te melden. Van der Laan liet als burgemeester een haast onvervulbare krater achter: empathie, humor, relativering, bestuurlijke daadkracht. Ga er maar aan staan.

Ik weet zeker dat Femke Halsema een turbulente periode – zowel privé als professioneel – tegemoet gaat. Als zij twee ambtstermijnen doorstaat, bereikt mijn dochter de leeftijd die ik had toen ik hier kwam wonen. Ik hield gister het Parool omhoog, met daarop Femkes portret. ‘Zul je het onthouden?’ zei ik. ‘Pas over acht jaar weten we of ze een goede burgemeester is.’ Ze keek me glazig aan. Ik moest haar misschien niet teveel indoctrineren. 

Maar ik denk wel dat Femke Halsema het goed gaat doen.

Waarom? Onderbuikgevoel.

Welkom in je eigen stad, Femke. Breng de vrijzinigheid en de vrolijke anarchie mee.

 

Boekenweekgate. En hier staat Thomas van Aalten

18 juni 2018 | Reacties 0

Zodra een menigte met een mening zich roert, ben ik op mijn qui-vive. Moet ik tegenwoordig iets ondertekenen voor een hoger doel, dan wil ik met een stofkam door alle materie om zeker te weten waar ik mijn naam onder zet. Ik loop niet mee in marsen en bal in groepsverband zelden de vuist. In het verleden heb ik dat heus wel gedaan; ik heb zelfs ook wel eens een petitie geïnitieerd om bijvoorbeeld Zwart Piet als figuur te verbannen bij de publieke omroep. Afijn.

Ik ben niet gevraagd of benaderd om te tekenen voor de open brief vandaag in NRC die CPNB tot de orde roept vanwege de recente rel rondom de schrijvers van het Boekenweekgeschenk en het Boekenweekessay én het boekenweekthema ‘Moeder, de vrouw’. Ik zou me nu alsnog bij de sympathisanten kunnen scharen - ik ben het voor een groot deel met ze eens - maar er kleeft iets aan wat ik onprettig vind.

Ik heb het literaire landschap en haar gebruiken zien veranderen. Dit jaar kwam mijn schrijverschap officieel tot wasdom. Achttien jaar publicerend auteur, negen boeken gemaakt, vele uitgevers versleten. Elke rimpeling in de letterenvijver bezie ik vanaf mijn eigen post. Ik hoor lekker nergens bij, of het moet mijn fijne uitgeverij Nieuw Amsterdam zijn. Ik vind niet dat er meer boeken zus of minder boeken zo, en dat mannen eens wat minder en vrouwen eens wat meer – dergelijke geluiden komen en gaan altijd weer. Ik vind vooral dat auteurs goede boeken moeten schrijven.

Al enige jaren werk ik alleen maar met vrouwen. De uitgever, de redacteur, de bureauredacteur, de vertegenwoordiger, de persafdeling. Blader ik door de recente aanbiedingscatalogus, dan zie ik een bonte verzameling van mannen en vrouwen, jong en oud, wit en gekleurd, fictie en non-fictie.

Waarom slaan we nu zo aan op het Boekenweekthema 'Moeder, de Vrouw’?  Die hele Boekenweek is natuurlijk een beetje rare folklore (met als dieptepunt auteurs die als NS-conducteurs fungeren). Ja, ik vind dat je met zo'n thema een vrouw moet vragen.

Punt.

Wat me niet zint, is die geur van het warme staal: de geslepen messen. Het thema van een Boekenweek is toch iets anders dan een stelling? De gedachtepolitie draait al volle diensten. Murat Isik, schrijver van het essay, werd op Facebook al tot de orde geroepen. Foto’s van hoofden van CPNB-directieleden werden geplaatst.

Nu willen de brievenschrijvers in NRC het volgende: ‘We doen twee aanbevelingen voor de Boekenweek 2019: Ten eerste dat u – naast het reeds geplande geschenk en essay – gratis een bundel aanbiedt, waarin vrouwen en mannen in essays, gedichten en romanfragmenten aan het woord komen over moeders en moederschap. U zou, ten tweede, ook kunnen overwegen twee essays te laten schrijven over het gedicht ‘Moeder’ van Vasalis, één door een vrouwelijke en één door een mannelijke auteur.’

Lieve deugd. Ze vinden er wel wat van, met z’n allen. Ja, ik vind Jan Siebelink een saaie schrijver, maar niet omdát het een man is - gewoon omdat hij vreselijk schrijft. Ik vond Mensje van Keulen ook een veel betere keuze. Maar omdat ze beter schrijft, niet omdat ze een vrouw is.

Ik gun iedereen veel wijsheid, maar van een ondertekening in een krant (die overigens geen mens jonger dan 30 leest), komt geen revolutie. Schrijf boeken zoals je ze zelf wilt lezen en schrijven. Over honderd jaar kan niemand het meer navertellen.

En wat de Boekenweek, het Boekenbal en het CPNB betreft heb ik een oproep aan alle heren ondertekenaars: geef uw boekenbalkaartje van 2019 per ommegaande aan mij, ik ken vele vrouwen die mee willen. Of, zoals Saskia Noort terecht opteerde: neem allen uw moeder mee.  

 

Archief

2018

juni mei maart februari

2017

oktober september juli januari