Thomas van Aalten

De gewone man en vrouw: gooi ze voor de leeuwen

14 januari 2020 | Reacties 0

Ik stuitte een paar jaar geleden op een relatief nieuw fenomeen bij  studenten: ze wapperden met hun handen hun ogen droog als ze huilden (jongvolwassenen huilen nogal eens, niks nieuws onder de zon). Maar het wapperen met die handen, dat had ik gezien bij kandidaten in realityshows die wilden voorkomen dat hun make-up uitliep voor het oog van de kijkers thuis.

Ik heb geen cijfers van het aantal handenwapperaars wereldwijd, ik probeer ook niet aan te tonen dat het om een gevaarlijke ontwikkeling gaat. Het wapperen is nog onschuldig. Het legde wel iets anders bloot: wat is nog van ons en wat is een residu van eindeloze imitatie?

We zijn een pakket van consensus, pragmatisme en lullige ironie geworden en dat uit zich in onze politiek, het onderwijs, wetenschap, de media, de kunst- en cultuursector – tot aan de financiële sector, winkels en horeca aan toe.

Kunst moet een haakje of een kwinkslag hebben, artiesten een hit, winkels een niche, politici een momentum, onderwijs een canon, cultuur een quotum. U wordt een jij, een vraagteken een uitroepteken. We zijn een maatschappij met antwoorden en stellingen, vragen zijn uit den bozen.

Jonge mensen, aan het begin van hun carrière en levenspad, krijgen steeds vaker te horen: ‘Dat gaat je niet lukken, vergeet het’ of juist: ‘Dit gaat je wel lukken, topper.’ Daarentegen: ‘Geen idee’ of ‘Spannend, probeer maar’ is eigenlijk al niet meer mogelijk in dit land. Je ziet juist de gevaarloze, stupide ideeën in het publieke domein. De clickbait als norm. Wil je dj worden? Er is een opleiding voor. Wil je een pretpark oprichten? Er is een opleiding voor. En als niemand erop zit te wachten, doe je alsof. Dan imiteer je succes. Rank jezelf een weg naar de hemel. Maar wil je hier als vluchteling komen? Vergeet het maar.

Mensen worden heus niet meer minder creatief, eigenzinnig, rebels of authentiek dan voorheen. Maar de instituten (onderwijs, media, politiek, kunst- en cultuursector) hebben er steeds minder ruimte voor. Ze zijn als de dood om ouderwets en star over te komen. Gevolg: er ontstaat een knap staaltje code switching – met de grootste knieval voor de gewone man.

In een dictatuur, zo luidt de stelregel, heeft het onderdrukte volk een gezamenlijke vijand: de dictator. Gemeenschapszin en zorg voor elkaar achter de voordeur zijn niet zelden het gevolg van de onderdrukking daarbuiten (een onsmakelijke metafoor voor hen die zo’n dictatuur ontvluchtten).

Maar hoe vrij is Nederland nog met haar grappig bedoelde slogans, bluffende politici, eindeloze evenementencultus en verering van alles dat riekt naar middelmaat, tenzij het overdreven is zodat het een parodie wordt? Enter Chateau Meiland en fucking schiettentpolitiek. Kritiek is op voorhand zinloos, want een suikerspin van de kermis kent geen slecht jaar. 

Al jaren weet ik: de gewone man en vrouw zijn mijn grootste vijand. Gooi ze voor de leeuwen! (Ze bestaan toch niet).

 

Archief

2020

juni maart januari

2019

november mei