Thomas van Aalten

Basisscholen vormen niet voor niets de basis

26 november 2019

Als kind ben ik eens door de lagere school meegetorst naar een demonstratie. We kregen borden om onze nek met 'Deetman door de plee man' (of we riepen het, daar wil ik vanaf zijn). In de brugklas van de middelbare school balde ik de vuist in marsen tegen racisme en discriminatie - Arnhem, begin jaren negentig en we had a ball.

Ik heb een wrange bijsmaak gehouden van demonstraties, barricaden, bezettingen. Zo ruik ik de nevel van onbehagen bij sit-ins waar met trom en potsierlijke vermomming kinderen worden gebruikt ten faveure van volwassen standpunten. Het ene kind van de mileubewuste ouder op mijn Facebookwall deugt nog meer dan de ander. Ik vind dat griezelig. Als een kind van acht wil demonstreren, moet je het net zo serieus nemen als dat het limonade wil verkopen; ga je gang, maar is het dan soms ook gelijk een ondernemer?

Hoewel ik kinderen heb, heeft mijn felle standpunt over de staking in het primair onderwijs daar niets mee van doen. Onderwijs raakt immers vooral de essentie van een natie.

Hoe bestaat het dat we in een land leven waar dagelijks de kantoorflats en industrieterreinen worden gevuld met consultants, analisten, beleidsmedewerkers, adviseurs, wegkwijnend onder systeemplafonds tussen muren van multomappen en led-schermen, de ene zonvakantie na de andere boekend, de ene na de andere lease-auto verpulverend, de ene na de andere Nespresso wegslurpend voor een schandalieg hoog maandbedrag dat soms het dubbele is van de juf of meester die hij of zij ooit had? 

Dat heet de vrije markt. Rodney, Kees, Rachid, Meryem, Storm en Sterre willen soms dat soort banen. Dat mag. Zoals Klaas ooit graag de nationale politiek in wilde. (Klaas incasseert ondanks zijn huidige rol bijvoorbeeld sinds zijn rentree in 2017 in de Kamer elke maand wachtgeld vanwege zijn vorige baan - ik houd niet van afgunst, wel van logica. Ik vind dit niet logisch).

Maar dat mag. Dat heet wetgeving binnen de democratie.

Het zou allemaal niet zo rampzalig zijn als het primair onderwijs royaler werd toebedeeld. Niet alleen met meer geld, maar met minder regels, eisen en kaders. Ons primair onderwijs is immers de bakermat van creativiteit, empathie, samenwerking, kennis en vaardigheden. Waarom springen we daar dan zo slordig mee om?

Gisteren stond een NOS-verslaggever voor het hek van de school van mijn  twee jongste kinderen: scholen in Amsterdam Nieuw West gaan een week dicht. Volgens de directrice van mijn school om een week lang aan een plan te werken om het onderwijs te verbeteren, want met de huidige financiële toezegging van de regering kan deze school de komende jaren niet uit de voeten. Misschien wilde de verslaggever mij likkebaardend voor de voeten werpen dat het vast een probleem zou opleveren, een week onaangekondigd vrij.

Nou, ik kan het juist hebben. Ik werk naast mijn schrijverij in het hoger onderwijs, waar de CAO een stuk beter is geregeld. Ik heb toekomstperspectief, ik kan doorgroeien en word echt enorm goed betaald zonder dat ik tot mijn oren in het werk zit. Als de vakbond voor mij moet opkomen, is het omdat de crèmelaag van mijn espresso donkerder kan. Leve de hogeschool.

Ik steun de basisscholen in deze barre tijden en met mijn onderwijskundige blik (een mastergraad die ik heb behaald dankzij de lerarenbeurs tijdens mijn loopbaan in het hoger onderwijs!) zou ik dan ook willen oproepen tot het beeindigen van de beknelling van onze onderwijzers.

Meer geld en middelen, goede Pabo's, minder hete adem van hogere echelons. Basisscholen vormen niet voor niets de basis - als die niet goed is, dan gaat je land failliet.

Reacties (0)

Reageer

  1. Het email-adres wordt niet getoond
  2. Neem het nummer over:

Archief

2019

november mei

2018

juni mei maart februari