Thomas van Aalten

Je zal maar doodgaan en nooit een Gretsch hebben gehad. Was getekend, Allard J.J

14 september 2020

In februari 2020, een paar weken voor de Corona-crisis (wat haat ik dit om op te moeten schrijven, vermoeiend steeds), spreek ik Allard Jolles, afdelingshoofd bij het Rijksvastgoedbedrijf en in een vorig leven actief als muzikant. Althans, daar ging ik vanuit. Ik ben dan al driekwart jaar spaarzame vrije uren aan het volplannen met interviews voor mijn boek over The Fatal Flowers, (dat in april 2021 verschijnt bij JEA Publishers). Allard was de eerste drummer en medeoprichter van stadgenoten Claw Boys Claw, en later gitarist-zanger bij L’Attentat. Dankzij Jolles’ vrij goede geheugen heb ik veel aan zijn bespiegelingen van de muziekindustrie in de tweede helft van de jaren tachtig. Bijzonder is dat hij ook zijn eigen muzikale carrière nogmaals laat oplaaien. Niet zonder reden.


Als ik Allard ontmoet op die druilerige vrijdag in het Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam, zijn we de eerste en enige bezoekers. Een dame haalt nog een vaatdoek over de tafeltjes, wij moeten nog even wachten tot de grote glazen deur open gaat. Aken en ponten schuiven op de achtergrond langzaam voorbij. Allards schedeldak is grijs en zacht, donsachtig. Ik vermoed aanvankelijk dat een loopbaan bij het Rijksvastgoedbedrijf hem de wilde haren moet hebben ontfutseld en hem in een kleurloos ambtenarenuniform heeft gedwongen. Niets blijkt minder waar. Ik zeg dat mijn vriend en collega Robert Lagendijk hem ooit de godfather van de Amsterdamse rock ‘n’ roll noemde. ‘Zegt hij dat? Hij mag mijn ring kussen.’ Hij trekt zijn leren jack uit en legt hem over de stoel.

Als producer is Allard Jolles eind jaren tachtig actief voor Belgische bands als Paranoiacs en The Slumbers, in Amsterdam produceert hij The Rumble Cats en zijn ‘eigen’ Claw Boys Claw: het album Hit Killers had Allard achter de schuiven. En dan is er na al die jaren een album, Uncovered, waarop Allard zelf zingt en speelt als Allard J.J. Nummers van pakweg 3 minuten, niet te ingewikkelde akkoordenschema’s, een beat als de cadans van een Newyorkse metro en een wat nasale stem die teksten voordraagt die teruggrijpen op het afgelopen jaar, zoals het nummer 'IV Bag' (Infuuszak). Allard is ziek.

'Hoe het nu gaat? Tja. Ik moet niet te vroeg beginnen en niet te lang doorwerken. Soms denk ik: waar zit ik nou weer over te praten? Dus dan slik ik maar braaf die pillen en probeer zo leuk mogelijk de dag door te komen. Ik ging maar eens slide-oefeningen voor gitaar op YouTube opzoeken. Ik ben nog eens mijn oude teksten gaan lezen en ben zo weer nieuwe dingen gaan schrijven.’

In mei 2020 hebben we weer contact; de medicijnen slaan gelukkig goed aan. De lockdown werpt vooralsnog geen barrieres op. Zijn muziek brengt Allard uiteindelijk in augustus uit op zijn eigen label. Zelfs een vinyl-editie van Uncovered zit eraan te komen. Het is een wrange bijkomstigheid, de ziekte die hem de creativiteit heeft (terug)gebracht. Hoogtepunt op het album is het nummer ‘Novelty Value’, wat door zijn glamrock-geluid niet zou misstaan in het oeuvre van Hello (van wie het aanstekelijke ‘New York Groove’ vaak wordt toegekend aan Kiss-gitarist Ace Frehley, dit terzijde).

Van de 14 nummers heeft het soms een wat hoog gehalte ‘ribs, beer & burgers’ qua bluesrock, maar op zijn best heeft het die prettig chaotische riot city blues en dat morsige ZZ Top-geluid waar je je cool kunt behouden, ongeacht het type carrosserie waarmee je je voortbeweegt op de rijkssnelweg. De teksten zijn soms reflectief en volwassen, maar de rechttoe-rechtaanrijm is zelden ver weg:

Feeling good while in transition

Feeling good while walking around

Feeling good while in this city

Feeling good without a sound, oh yeah

Een imaginair tochtje door New York vanuit het (ziek)bed? Allard J.J. leidt u de weg in 'Urban Groove'.

Het eerder genoemde ‘IV Bag’ en ook single ‘Pelicans’ doorstaan de lakmoesproef: geen tragische stuiptrekking van de grijsaard die zo nodig nog eens rockmuziek moet maken, maar een schoolvoorbeeld die de tieners en twintigers in de garage laat zien hoe het moet. ‘Je zal maar doodgaan en nooit een Gretsch-gitaar hebben gehad! Ik heb er direct twee gekocht. Een zo’n Mississippi-ding en een rockabilly-model.’

De smeerolie moet in je oren zitten, waar het zich vermengt met bloed. Dan heb je het goed gedaan. Allard J.J. deed het goed met Uncovered met hulp van Frans Hagenaars, John Cameron, Jeroen Kleijn, Hans ten Velden, Paul Geelen en anderen. Luister hier naar Allard J.J.

Reacties (0)

Reageer

  1. Het email-adres wordt niet getoond
  2. Neem het nummer over:

Archief

2020

september juni maart januari

2019

november mei